- PO
- partner
- publicatie datum
- 14-01-2009
Oefenen en zelfstandig werken worden in de praktijk van veel basisscholen als vanzelfsprekend met elkaar verbonden. Ook in reken- en wiskundemethoden worden de opdrachten voor zelfstandig werken (niet-leraargebonden lessen) gezien als oefenlessen. Sommige scholen werken met een weektaak of hebben op een of meer momenten in de week een blokuur. In de groep op de video werkt de leraar met een dagelijks oefenkwartier. Dergelijke organisatievormen zijn erop gericht dat de leerlingen (zelfstandig) oefenen.
Naast het bieden van gelegenheid zijn er echter meer factoren die bepalen of er effectief wordt geoefend. Belangrijk is dat leerlingen weten wat er te leren is, wat zij (persoonlijk) moeten oefenen en wat dat oefenen concreet moet opleveren. In veel weektaken wordt slechts aangegeven wat er ‘af' moet zijn, niet wat door het uitvoeren van die taak moet worden beheerst. Dat maakt het lastig voor de leerlingen hun aandacht te richten op het juiste (inhoudelijke) doel.
Een derde factor die bijdraagt aan succesvol oefenen is de beschikbaarheid van en/of bekendheid met geschikte oefenvormen. In de video zien we leerlingen oefenen met het computerprogramma van Maatwerk (uitgeverij Malmberg). Als de onderwijsbehoefte van de leerlingen aansluit bij wat dit programma biedt is dat voor hen effectief. Wanneer een ander doel of type oefentaak nodig is, kan niet datzelfde programma worden aangeboden. Bij oefenen gaat het gezegde ‘baat het niet dan schaadt het niet' meestal niet op. Op een verkeerde manier of met niet passende opgaven oefenen zal niet baten, maar is tegelijk wel schadelijk voor (het ontwikkelen van) de gewenste houding ten opzichte van oefenen.
Zelfstandig werken betekent overigens niet alleen werken of zwijgend werken. Samenwerken, bijvoorbeeld bij het memoriseren van rekenfeiten of bij het bespreken van oplossingen, kan een zinvolle en effectieve manier zijn van oefenen. Een belangrijke taak van de leraar is leerlingen te leren daarmee om te gaan.
De rol van de leraar blijft dus heel belangrijk, ook bij zelfstandig werken. In de eerste plaats als organisator van effectieve oefensituaties. De leerlingen moeten snel kunnen nagaan wat ze moeten bereiken, waarmee ze kunnen oefenen, waar en wanneer ze dat kunnen doen. Daarnaast zijn er andere rollen voor de leraar. Aan het eind van de les, maar vanuit het perspectief van een weektaak kan dat best op elk ander moment, bespreekt de leraar met de leerlingen hoe zij hebben geoefend en met welk resultaat. Let wel, het gaat er niet om de antwoorden te bespreken, maar de manier van oefenen. Daarmee krijgt de leraar een beeld van hoe er is gewerkt en hoe de leerlingen dat beleven. De leerlingen krijgen hierdoor feedback op hun ervaringen en kunnen op basis daarvan zonodig hun aanpak van het oefenen bijstellen. Daarmee is de leraar ook de expert die herkent waar de leerling zich bevindt op de leerstoflijn en die in staat is te herkennen welke voorkennis nodig is om volgende stappen te zetten.
Reacties