- VO
- partner
- publicatie datum
- 09-02-2010
Er is in het Nederlandse onderwijssysteem op dit moment behoefte aan meer internationaal georiënteerd onderwijs. Dit heeft te maken met de veranderende wereld, waarbij steeds meer internationaal wordt gewerkt. Het onderwijs dient jongeren daarop voor te bereiden.
In het rapport ‘Versterking van de internationale dimensie in het onderwijs’ (SLO, 2008) wordt gesteld dat er een grote variatie aan vormen van internationalisering in het voortgezet onderwijs is. In het primair onderwijs is internationalisering vooral zichtbaar in het toenemend aantal scholen dat vroeg vreemdetalenonderwijs aanbiedt. De SLO adviseert onder andere de bestaande programma’s uit te breiden, om voldoende subsidies beschikbaar te stellen en om scholen die zich profileren te ondersteunen bij visieontwikkeling. Naast het stimuleren van actieve scholen, stelt men dat niet-actieve scholen gestimuleerd moeten worden, dat het reguliere aanbod in scholen moet worden aangescherpt en dat nieuwe vormen van internationalisering moeten worden verkend en zichtbaar worden gemaakt. Speerpunten zijn verder de doorlopende leerlijnen van basisonderwijs tot en met het hoger onderwijs, het vmbo, en de internationalisering van het curriculum op de lerarenopleidingen. Enkele opleidingen werken al aan minoren internationalisering. Het vmbo verdient extra aandacht en is gebaat bij speciaal toegesneden programma’s, die binnen het kader van de verschillende opleidingen passen en geen groepen uitsluiten.
Bij internationalisering in het onderwijs kunnen we een indeling maken in drie gebieden:
1) vervroegd vreemde talen onderwijs
2) leerinhouden met een internationale oriëntatie (International Primary Curriculum)
3) uitwisseling over de grens
Op veel scholen in het voortgezet onderwijs vindt al uitwisseling plaats. Uit een enquête van de VO-raad (2005) bleek dat 87% van de scholen in het voortgezet onderwijs al buitenlandse excursies organiseren.
Daarnaast onderhouden veel scholen contact met scholen in het buitenland via internet en email. Dit kan door zich aan te sluiten bij een internationaal netwerk, zoals iEARN of eTwinning.
Wanneer scholen ervoor kiezen om intensief samen te werken op onderwijskundig gebied, kunnen zij terecht bij het (Europese) Comeniusprogramma. Deze samenwerking bestaat uit ict-uitwisselingen, docentenbezoeken en kleinschalige leerlingenuitwisseling.
Reacties