- SO
- partner
- publicatie datum
- 10-05-2010
Speciaal onderwijs is er voor leerlingen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap en leerlingen die vanwege leer- of gedragsproblemen extra zorg nodig hebben.
De 10 soorten scholen voor speciaal onderwijs zijn onderverdeeld in vier clusters. Door deze clustering bundelen de scholen hun expertise waardoor de leerlingen professioneler geholpen kunnen worden.
Cluster 1
Onder cluster 1 vallen de scholen voor leerlingen met een visuele beperking. Er zijn ongeveer 2500 blinde en slechtziende leerlingen die speciaal onderwijs volgen. Naast een visuele beperking hebben de leerlingen vaak ook een of meer andere handicaps.
Cluster 2
Onder cluster 2 vallen scholen voor dove en slechthorende leerlingen en scholen voor leerlingen met ernstige spraak- en/of taalmoeilijkheden, mogelijk in combinatie met een andere handicap.
Cluster 3
Onder cluster 3 vallen de scholen voor leerlingen:
- met verstandelijke (Zeer Moeilijk Lerend) en/of lichamelijke beperkingen (Lichamelijk Gehandicapt/Meervoudig Gehandicapt)
- leerlingen die langdurig ziek zijn (Langdurig Zieken).
Cluster 4
Onder cluster 4 vallen:
- leerlingen met ernstige gedragsstoornissen en/of psychiatrische problematiek. Dit zijn scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)
- scholen voor langdurig zieke kinderen, zonder lichamelijke handicap (LZK)
- scholen verbonden aan een pedologisch instituut (PI-scholen)
- scholen verbonden aan gesloten jeugdinrichtingen (justitie en jeugdzorg)
Indicatie
Een leerling die vanwege zijn beperking in aanmerking wil komen voor speciaal onderwijs heeft daarvoor een indicatie nodig. Deze indicatie wordt afgegeven door een Commissie voor Indicatiestelling (CVI), die per cluster georganiseerd is. Als een indicatie voor speciaal onderwijs is verleend, geldt die indicatie ook als toekenning van een leerling-gebonden financiering (lgf), ook wel rugzak genoemd.
Leerling-gebonden financiering
De leerling-gebonden financiering zorgt voor extra ondersteuning van kinderen met een handicap binnen het reguliere onderwijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om leerlingen die doof, blind, autistisch of zeer moeilijk lerend zijn en voor leerlingen met ADHD. Vaak gaat een deel van het geld naar de school. Het andere deel gaat naar de ambulant begeleider die eens in de zoveel tijd met de leerling komt evalueren.
VSO
Leerlingen in het speciaal onderwijs gaan na hun twaalfde jaar meestal naar het voortgezet speciaal onderwijs. Het vso is bedoeld voor:
- lichamelijk gehandicapte leerlingen
- slechthorende/ziende leerlingen
- zeer moeilijk lerenden
- langdurig zieke leerlingen van 12 tot 20 jaar.
Het is de bedoeling dat elke leerling na het vso een goede plek krijgt in de maatschappij. Dit kan een vervolgstudie zijn, een betaalde of onbetaalde baan of een plek binnen de dagbesteding. De vorm van uitstroom heeft te maken met het cognitieve niveau van de leerling, het sociaal functioneren, het gedrag of de mate van de verstandelijke beperking.
Reacties