- PO
- VO
- MBO
- partner
- publicatie datum
- 01-06-2010
Moderne virtuele werelden zijn driedimensionale omgevingen, waarin gebruikers naar eigen wens een avatar creëren, ofwel een digitale representatie van zichzelf. Met een avatars kunnen gebruikers de omgeving verkennen, met elkaar communiceren, samenwerken, virtuele objecten bouwen of materiaal plaatsen zoals een video. Veel virtuele omgevingen zijn realistisch, maar ze kunnen ook iets simuleren wat in de werkelijkheid niet te benaderen valt.
Virtuele wereld
Gebruikers van virtuele werelden moeten zelf een doel bepalen, regels formuleren en de wereld mede inrichten. Om deze redenen verschilt een virtuele wereld van een normaal computerspel, waarin er van tevoren de omgeving en het doel zijn bepaald. Doelen in een virtuele wereld zijn bijvoorbeeld: het maken van kleding die andere avatars kunnen kopen, het bouwen van een futuristische stad of het creëren van een omgeving waarin een rollenspel centraal staat.
Kwaliteiten voor het onderwijs
De vijf belangrijkste kwaliteiten van virtuele werelden voor het onderwijs zijn:
- ze zijn multimediaal;
- ze zijn plaats- en tijdsonafhankelijk;
- ze bieden synchrone en asynchrone interactie;
- ze bieden experimenteerruimte voor identiteit;
- ze zijn flexibel.
Implementatie
Lesgeven via een virtuele wereld lijkt nog toekomstmuziek. Maar interesse en aandacht is er nu al in ruime mate. Uit een onderzoek van Kennisnet in 2008 blijkt dat 26% van de leraren verwacht in de komende drie jaar vaak of (bijna) altijd gebruik te maken van een virtuele omgeving. Ruim 90% van de leraren geeft aan als randvoorwaarde het belangrijk te vinden in staat te zijn om met virtuele omgevingen te werken, 49% geeft aan dit zeer belangrijk te vinden. 74% Van de leraren geeft aan het belangrijk te vinden dat lesgeven met virtuele omgevingen past bij de visie van de school, waarvan 21% dit zeer belangrijk vindt.
Leersituaties
Om meer zicht te krijgen op mogelijke leersituaties, ontwikkelde Kennisnet een didactisch raamwerk. Binnen dit raamwerk zijn acht verschillende leersituaties uitgewerkt. Deze leersituaties variëren in de manier van lesgeven en de mate waarin de virtuele leeromgeving wordt ingezet. Zo is er bijvoorbeeld een ruimte ontwikkeld waarin men met anderstaligen kan communiceren en een ruimte waarin men samen een stadswijk ontwerpt.
Opvallend is dat leraren met een voorkeur voor kennisconstructie, leersituaties in een virtuele leeromgeving hoger beoordelen dan leraren zonder deze voorkeur. Didactische kenmerken van de voorkeurgroep zijn:
- stimuleert leerlingen graag zelf doelen te stellen;
- geeft leerlingen graag vrijheid om leerinhoud te kiezen;
- beoordeelt leerlingen (ook) op proces en aanpak.
In het vo en mbo is vandaag de dag vooral aandacht voor het bouwen en leven (als avatar) in virtuele werelden. De bedoeling is dat leraren en medeleerlingen in de toekomst gebruik maken van wat er nu in de virtuele wereld wordt neergezet en dit zelf verder uitbereiden.
In de virtuele werelden die nu in het po worden gebruikt, is er meer aandacht voor game-aspecten en is het geheel wat gestructureerder.
Reacties