- PO
- partner
- publicatie datum
- 13-07-2010
Het belang van een uitgebreide woordenschat
‘Woordenschat’ is het taaldomein waarin het verwerven van woordvormen en woordbetekenissen centraal staat. Een uitgebreide woordenschat is een belangrijke basis voor schoolsucces: nieuwe kennis kan gekoppeld worden aan al bestaande kennis. Het doel van woordenschatonderwijs is de leerlingen receptief en productief over zo veel mogelijk woorden te laten beschikken.
Receptief en productief
Bij woordenschat wordt onderscheid gemaakt tussen de receptieve woordenschat (de betekenis van woorden wordt herkend) en de productieve woordenschat (de woorden worden gekend en gebruikt).
Relaties tussen woorden
De woordenschat van een taalgebruiker is geen verzameling losse woorden. De woorden vormen een netwerk van onderling verbonden elementen.
Belangrijke soorten relaties tussen woorden zijn:
- Betekenisrelaties: Synoniemen (venster- raam), categorie en exemplaar (vogel-mus) en context (koekenpan-schort).
- Vormrelaties: Woorden die hetzelfde klinken door rijmen (bank-rank) en woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen (bank-bank).
Een nieuw geleerd woord krijgt direct een plaats in dit netwerk. Naarmate er meer woorden worden gekend die met het aan te leren woord te maken hebben, zal dit woord gemakkelijker geleerd worden.
Interactief taalonderwijs
Eén van de modernere opvattingen over taalonderwijs is die van interactief taalonderwijs.
Bij interactief taalonderwijs zijn de volgende aandachtspunten van belang:
1. een rijke uitdagende leeromgeving met betekenisvolle contexten;
2. uitdaging om actief deel te nemen;
3. activiteiten in een kleine groep;
4. stimulering woordenschatontwikkeling buiten de klas (thuissituatie);
5. instructie wanneer nodig (kies bijvoorbeeld bewust van welk woord je de betekenis uitlegt).
Didactisch model
De viertakt is een veel gebruikte didactisch model (Van den Nulft & Verhallen, 2001), in overeenstemming met de principes van interactief taalonderwijs.
De vier didactische stappen van dit model zijn:
1. voorbewerken
2. semantiseren
3. consolideren
4. controleren
Semantiseren
Een belangrijke fase in de woordenschatdidactiek is het semantiseren: de leraar legt woordbetekenissen uit en licht ze toe. Bij de uitleg kan de leraar ‘de drie uitjes’ (Van den Nulft & Verhallen 2001) gebruiken:
- uitbeelden
De leraar maakt de woordbetekenis zichtbaar met beelden, gebaren, voorwerpen;
- uitleggen
De leraar ondersteunt de beelden met verbale uitleg, omschrijft de betekenis, geeft voorbeelden, gebruikt de woorden veelvuldig. Hij houdt de uitleg kort en krachtig;
- uitbreiden
De leraar koppelt in zijn uitleg het woord aan andere woorden die betekenisverbindingen hebben met het woord (woordgroep). Hij plaatst het woord in een netwerk van andere woorden.
Deze tekst is gebaseerd op ‘Kennisbasis Nederlandse taal voor de pabo’, pagina 75-91.
Heeft u zich in dit dossier verdiept?
Beantwoord ten behoeve van onderzoek naar de effectiviteit van Leraar24 deze korte vragenlijst over hoe u dit dossier ervaren heeft. Elk kwartaal worden 10 dvd-boxen met aansprekende films onder de respondenten verloot.
Reacties