- MBO
- partner
- publicatie datum
- 03-09-2010
Beleid en implementatie
De status van de Nederlandse taal en rekenen in het mbo is de laatste jaren sterk veranderd. Steeds meer is de realisatie gekomen, dat taal en rekenen voor mbo-leerlingen essentieel is. De Eerste Kamer nam in april 2010 de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen aan. Deze onderwijswet vormt de komende jaren een goede basis voor samenhangend taal- en rekenbeleid.
Generieke eisen en beroepsgerichte vaardigheden
In deel B van de kwalificatiedossiers 2010-2011 zijn de generieke taal- en rekenvereisten voor alle deelnemers die instromen in augustus 2010 te vinden. Daarmee vervalt het generieke beheersingsniveau Nederlands dat het (bron)document Leren, Loopbaan en Burgerschap formuleert. Deel C van de kwalificatiedossiers 2010-2011 geeft de beroepsgerichte taal- en rekenvaardigheden contextspecifiek aan.
Nederlands in onderdelen
- Mondelinge taalvaardigheid
- Gesprekvaardigheid
- Luistervaardigheid
- Spreekvaardigheid
- Leesvaardigheid
- Lezen van zakelijke teksten
- Schrijfvaardigheid
- Produceren van creatieve en zakelijke teksten
Begrippenlijst en taalverzorging
Rekenen in onderdelen
- Getallen
- Verhoudingen
- Meten/Meetkunde
- Verbanden
Examinering wanneer?
De invoering van de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen per 1 augustus 2010 houdt voor het middelbaar beroepsonderwijs in dat:
• de referentieniveaus vanaf 1 augustus 2010 gelden voor alle in het studiejaar 2010-2011 startende mbo’ers (ongeacht de versie van het kwalificatiedossier of het eindtermendocument – al dan niet experimenteel – op basis waarvan de gevolgde opleiding is opgebouwd);
• voor mbo’ers op niveau 4 die in studiejaar 2010-2011 starten en die de opleiding in 2013-2014 of later afronden, geldt bovendien dat zij centraal ontwikkelde examens moeten afleggen die gebaseerd zijn op de referentieniveaus. Datzelfde geldt voor deelnemers op niveau 2 en 3 die starten na invoering van de wet (dus na 1 augustus 2010) en die de opleiding afronden in studiejaar 2014-2015 of later.
Examinering hoe?
Een instelling hoeft beroepsgerichte taal- en rekenvaardigheden niet apart te beoordelen en examineren. Ze zijn impliciet verweven in de beroepscompetenties. Wanneer het examen aantoont dat een deelnemer de kerntaken en werkprocessen beheerst dan is het vanzelfsprekend dat hij ook de onderliggende, voorwaardelijke taal- en rekencomponenten beheerst. De instellingsexamens gebruiken contexten, ontleend aan maatschappelijke situaties en aan algemene of specifieke beroepssituaties. Het examineren van de generieke taal- en rekeneisen kan afzonderlijk plaatsvinden, of geïntegreerd in beroepsgerichte examens. De beheersing van het betreffende referentieniveau wordt bij een geïntegreerde examinering beoordeeld met afzonderlijke beoordelingsvoorschriften en cesuur.
Toetsen als ondersteuning van het leerproces
Bij toetsen tijdens het leerproces dient er verschil gemaakt te worden tussen:
- Toetsen om leerlingen te beoordelen en te kijken hoe ver het leerproces al is gevorderd.
- Toetsen als vorm van feedback en onderdeel van het leerproces
Door bij toetsen bewust dit onderscheid te maken wordt het leerproces van leerlingen beter ondersteund. Ook kan via toetsen tijdens het leerproces de aansluiting vmbo – mbo (doorgaande leerweg) verbeterd worden. Eén en ander blijkt uit onderzoek van het Expertisecentrum Nederlands in 2010. Zie de bijlage Taaltoetsen in (v)mbo.
Reacties