- VO
- partner
- publicatie datum
- 11-04-2011
Lange tijd golden er eigenlijk helemaal geen voorschriften voor het vak Bewegingsonderwijs, dat inmiddels Bewegen en Sport heet. Dat veranderde met de formulering van kerndoelen voor de basisvorming in 1993, die leidden tot verbreding en actualisering van de aangeboden programma’s. In 1998 werden deze doelen herzien. Het vak heeft dus wat doorgemaakt.
De afgelopen jaren kwam er nog meer verandering. De regering besloot scholen wat meer vrijheid gegeven om het bewegingsonderwijs naar eigen inzicht in te richten. Dit resulteerde in veel verschillen: in pedagogisch-didactisch opzicht, in organisatie van het onderwijs, in projecten, in het gehele schoolprofiel en veel meer. Deze diversiteit is positief, maar zorgt er wel voor dat de vraag rijst, wat binnen deze diversiteit, kwaliteit is.
Vier pijlers
Tel daar nog eens bij op dat in 2006 nieuwe kerndoelen zijn geformuleerd en het is duidelijk dat het niet altijd makkelijk is voor een docent Bewegen en Sport om kwalitatief – en volgens de norm - les te geven. Om leraren te helpen om kwalitatief onderwijs te bewerkstelligen, maakten de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) en de Koninklijke Vereniging Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) het Basisdocument Bewegingsonderwijs. In het Basisdocument Bewegingsonderwijs, wordt stapsgewijs getoond hoe je kwaliteit kunt waarborgen, middels vier pijlers die belangrijk zijn bij het geven van het onderwijs. Deze pijlers zijn: bewegen verbeteren, bewegen regelen, bewegen beleven en gezond bewegen.
De leerlingen maken zich een zeker bewegingsrepertoire eigen. Er is aandacht voor de bekende activiteitsgebieden spelen, turnen, atletiek, bewegen op muziek en zelfverdediging, maar ook voor zwemmen en voor een aantal nieuwere activiteiten, zoals kanoën, golf, biketrial of freerunning.
Leerlingen oriënteren zich op regelende en organiserende aspecten van het bewegen. Denk aan het zijn van een scheidsrechter, een toernooi organiseren, hulpverlenen of coachen. In dit filmpje is te zien dat 't Groen van Prinsterenlyceum een volledige middag organiseert waarbij andere bovenbouwleerlingen hun regelende en organisatorische capaciteiten kwijt kunnen.
De leerlingen leren zich veilig te bewegen en ervaren plezier bij en van het inspannen. Ze worden zich bewust van het fitter worden door middel van bewegen.
De leerlingen raken betrokken bij de lessen en richten zich op hun eigen ontwikkelingsmogelijkheden. Tevens wordt er geleerd om sportief te zijn, rekening te houden met de mogelijkheden en voorkeuren van anderen, en respect en zorg te hebben voor elkaar.
Reacties