- PO
- VO
- MBO
- partner
- publicatie datum
- 14-01-2009
Moeilijk gedrag van kinderen is van alle tijden. Toch lijkt het alsof het nu vaker voorkomt. Probleemgedrag kan zijn: agressiviteit, te stil zijn, driftbuien, veel spijbelen, faalangst, pesten en overbeweeglijkheid. Veel kinderen vertonen wel eens ongewenst gedrag, maar bij 10% van de kinderen is het een probleem. Meestal is de mening van leraren, andere volwassenen en kinderen de basis voor de vaststelling dat een kind probleemgedrag vertoont.
Onbegrepen
Bij probleemgedrag gaat er in eerste instantie iets mis in de communicatie. Het gecommuniceerde gedrag wordt niet begrepen en dat wordt als een probleem gezien. Probleemgedrag is een wisselwerking tussen persoonlijke en omgevingsfactoren. De schuld voor het gedrag ligt dus niet altijd bij het kind zelf. Omgevingsfactoren, zoals gezin, school, sportclub, vrienden etc. kunnen van invloed zijn op het moeilijke gedrag. Vaak is het een combinatie van verschillende factoren die elkaar versterken. Daarnaast zijn er ook factoren die probleemgedrag tegengaan.
Veranderen
Negatieve invloeden die in het gezin spelen kunnen bijvoorbeeld worden gecompenseerd door positieve ervaringen op school. In principe is probleemgedrag te veranderen. Leerkrachten kunnen probleemgedrag zelf analyseren en aanpakken, maar de evaluatie moet op een goede manier gebeuren. Er zitten namelijk veel valkuilen in het beoordelen van gedrag. Gedrag van kinderen wordt vooral beïnvloed door wat voorafgaat en wat volgt. Een kind dat méér voordeel dan nadeel haalt uit de manier waarop het reageert, zal het gedrag blijven bijstellen, zowel in positieve als negatieve zin. Door het probleemgedrag grondig te observeren en te analyseren kun je meer zicht krijgen op welke factoren dat gedrag nu vooral beïnvloeden. Observeer een situatie en let goed op wat er gebeurt, wanneer het gebeurt, wie er bij betrokken zijn en wat de gevolgen zijn.
Aandachtspunten bij de aanpak van probleemgedrag kunnen zijn:
- wees consequent in de aanpak, grenzen moeten voor kinderen duidelijk zijn;
- geef een versterker wanneer er gewenst gedrag wordt vertoond;
- werk met afspraken; een middel om vertoond gedrag te evalueren.
Stoornis
Naast gedragsmoeilijke leerlingen zijn er ook leerlingen met een gedragsstoornis. Denk daarbij aan ADHD, autisme, depressiviteit en angst. Door nieuwe ontwikkelingen op medisch gebied zijn deze stoornissen min of meer objectief vast te stellen. Wanneer je de eigenschappen van een stoornis goed kent, kun je beter rekening houden met de beperkingen van een leerling. Ouders en leerkrachten kunnen leren hoe ze met kinderen met een gedragsstoornis omgaan. En soms zijn gedragsstoornissen te onderdrukken met medicatie, waardoor de aanpak beter tot zijn recht kan komen. Ook bij kinderen met een gedragsstoornis kunnen omgevingsfactoren invloed hebben op het gedrag en kan de omgeving veel doen om meer uit de leerling te halen.
Reacties (1)
piet thijssen. | 30-11-2011
voor de eerste keer Stichting LVO site bekeken, door geklikt naar moeilijke leerlingen, voor de eerste keer van Duck Out gelezen, video gezien,vol bewondering er naar gekeken. zelf meer dan 30 jaar op Delta gewerkt, metaal leraar,ook wel eens iets aan de hand gehad met een leerling,altijd alles zelf kunnen oplossen. maar dit is grandioos, een dikke pluim voor de bedenker en de uitvoerders.