Uitgangspunt in dit onderzoek naar werken en leren in leerwerkgemeenschappen is dat het stimuleren van leren op de werkplek en collectief leren in leerwerkgemeenschappen ervoor kan zorgen dat scholen zich kunnen ontwikkelen. Dat leraren, leidinggevenden en onderwijsondersteuners zich binnen de context van de school en in samenwerking met collega’s kunnen ontwikkelen en professionaliseren.
De focus lag op de vraag: Wat zijn geschikte ontwerpmaatregelen om leerwerkgemeenschappen te initiëren, te bevorderen. Op basis van literatuurstudies en in samenwerking met het werkveld hebben de onderzoekers geprobeerd een antwoord op deze vraag te vinden. Zij hebben er niet voor gekozen om op basis van theorie een eigen model te ontwikkelen. Zij hebben vooral geprobeerd om met scholen op basis van theorie te werken aan de ontwikkeling van leerwerkgemeenschappen. Naast het verkennen van theorieën over communities-of-practice en het enthousiast maken van mensen op scholen voor het idee van leerwerkgemeenschappen, kregen scholen de gelegenheid om met het concept te oefenen.
Het model van Engeström bood de onderzoekers zicht op verschillende relevante terreinen waarop ontwerpmaatregelen zich zouden moeten richten om het werken en leren in leerwerkgemeenschappen te initiëren, te bevorderen en/of te verduurzamen. Het maakte bewegingen zichtbaar op het gebied van:
- het ontwikkelen van nieuwe oriëntaties en manieren van werken in het onderwijs;
- het ontwikkelen van voedende relaties binnen de school, binnen het team met andere professionele netwerken;
- het in wederkerigheid met anderen ontwikkelen van uitgangspunten, het formuleren van codes en het maken van werkafspraken;
- het bestendigen van de manier van werken en leren in de school in arbeidsverdeling, de werving en selectie, de inductie, de beoordeling en de doorontwikkeling.
Referenties
- Bruining, T. & Uytendaal, E. (2010) 1 + 1 = 3. De kracht van leerwerkgemeenschappen.(Werken en leren in leerwerkgemeenschappen). ’s-Hertogenbosch: KPC Groep
Verslag van een project dat zich richtte op de ontwikkeling van ’communities-of-practice’ ofwel leerwerkgemeenschappen in scholen voor voortgezet onderwijs.