- VO
- MBO
- partner
- publicatie datum
- 29-06-2009
De beroepspraktijkvorming (BPV) maakt reeds jaren onderdeel uit van de opleidingsprogramma's van het mbo en het vmbo. Met de komst van het competentiegericht onderwijs (cgo) zal het leren in de praktijk een nog belangrijkere rol gaan innemen in het leerproces. Naast aantrekkelijker en competentiegericht onderwijs heeft praktijkleren de volgende beoogde effecten:
- een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
- een betere doorstroom van leerlingen in de beroepskolom
- bestrijding van uitval (vmbo-mbo-hbo)
Aan de andere kant zijn de bedrijven en instellingen steeds meer bereid om samen te werken. Dit mede om de toekomstige personeelsvoorziening te waarborgen. Ook het Ministerie van Onderwijs ziet het belang van praktijkleren en heeft middelen ter beschikking gesteld voor samenwerking tussen het regionale/sectorale bedrijfsleven en de scholen.
School en praktijk minder gescheiden
Naast de klassieke stage zijn er de laatste jaren allerlei alternatieven voor werkplekleren ontstaan. Het gaat hierbij steeds minder om het onderscheid van aan de ene kant de school en aan de andere kant de praktijk, maar om een leertraject waarin school en praktijk met elkaar verweven zijn en elkaar versterken.
Bedrijven en onderwijsinstellingen ontwikkelen samen opdrachten die zowel relevant zijn voor het bedrijf als ook bijdragen aan de competentieontwikkeling van de leerling. Leerlingen krijgen opdrachten in authentieke (arbeids)situaties, waarbij praktijkgerichte werkprocessen centraal staan.
Door deze processen te doorlopen, leert de leerling competenties, vakkennis en de vaardigheden die belangrijk zijn om straks in het beroep aan de slag te gaan. Tegelijk kan de leerling zich oriënteren om een betere keuze te maken in een beroep of vervolgopleiding.
Vele vormen van werkplekleren
Naast het leren in bedrijven kunnen er ook specifieke leeromgevingen ontworpen worden, zowel binnen als buiten de school. Zo geven bijvoorbeeld simulaties de mogelijkheid om weinig voorkomende maar cruciale gebeurtenissen in werkprocessen te oefenen.
Welke vorm van werkplekleren voor een leerling op een bepaalde tijd het meest geschikt is, is afhankelijk van de fase waarin de leerling zit en de competenties die hij/zij voor het beroep moet leren.
Betere samenwerking onderwijsinstellingen, kenniscentra en leerbedrijven
Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de leerbedrijven meerdere knelpunten ervaart bij het verzorgen van BPV-plaatsen. Met name in de begeleiding en voorbereiding van de leerling door de onderwijsinstelling ervaart men knelpunten. Daarnaast is het gebrek aan uniformiteit in de uitvoering en aanpak van de BPV door onderwijsinstellingen voor leerbedrijven een struikelpunt. Ook in de samenwerking met onderwijsinstellingen, kenniscentra en leerbedrijven kan nog veel verbeterd worden. OCW en diverse partijen hebben nu een BPV protocol ontwikkeld voor bindende afspraken tussen leerbedrijven, onderwijsinstellingen en kenniscentra.
Reacties