- PO
- VO
- MBO
- partner
- publicatie datum
- 08-09-2009
De Leerlinggebonden Financiering (LGF) wordt ook wel ‘het rugzakje’ genoemd. Het is bedoeld voor kinderen met een beperking die zonder extra voorzieningen niet deel kunnen nemen aan het reguliere onderwijs. Beperkingen die recht kunnen geven op Leerlinggebonden Financiering zijn verdeeld in vier clusters:
- cluster 1: visueel gehandicapte leerlingen (hiervoor gelden afwijkende regels)
- cluster 2: dove en slechthorende leerlingen en leerlingen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden
- cluster 3: lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapte leerlingen, langdurig zieke leerlingen en leerlingen met epilepsie
- cluster 4: leerlingen met (zeer zware) gedragstoornissen of psychiatrische problemen
Indicatie
De Leerlinggebonden Financiering is wettelijk vastgelegd en is mogelijk in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Voorwaarde voor het krijgen van de Leerlinggebonden Financiering is dat het kind een zogenaamde indicatie heeft. Dit is dezelfde indicatieprocedure die ook doorlopen moet worden om toegang te krijgen tot het speciaal onderwijs. De indicatie moet in eerste instantie door de ouders worden aangevraagd bij de Commissie voor Indicatiestelling (CvI).
De criteria die deze commissies hanteren zijn wettelijk vastgesteld en worden dus overal in het land hetzelfde gehanteerd. Wanneer ouders na herhaaldelijk verzoek nog steeds geen indicatie willen aanvragen, kan de school dat alsnog doen. Ze hebben hierbij wel meldingsplicht naar de ouders toe.
Extra geld
Na de indicatie kunnen ouders kiezen voor een reguliere school. De school waar de leerling ingeschreven staat, krijgt dan extra geld om de betreffende leerling extra te ondersteunen. Dit geld kan gebruikt worden voor extra formatie (meer uren personeel), ambulante begeleiding en extra leer- en hulpmiddelen.
Hoe het geld wordt ingezet, is afhankelijk van de hulpvraag van de leerling. Samen met de ouders stelt de school een handelingsplan op over het doel en de manier waarop het onderwijs voor de leerling wordt aangepast. De Leerlinggebonden Financiering bestaat uit drie delen:
- een bedrag voor extra personele inzet
- een vrij te besteden bedrag
- een bedrag voor ambulante begeleiding
Ambulante begeleiding
Ambulante begeleiding wordt meestal gegeven door een medewerker van een speciale school of van een ambulante dienst van het Regionaal Expertise Centrum (REC). De gegeven hulp kan bestaan uit het doen van handelingsgericht onderzoek, meedenken over en opstellen van het handelingsplan, het geven van praktisch advies, observeren, leerlingbesprekingen en het werken met een leerling.
Er bestaan nog twee andere soorten ambulante begeleiding, namelijk ‘terugplaatsing ambulante begeleiding’ (TAB) en ‘preventieve ambulante begeleiding’ (PAB). Het TAB is om de overgang voor leerlingen die terug worden geplaatst naar het reguliere onderwijs goed te laten verlopen. Het PAB is voor leerlingen die nog niet voldoen aan de eisen voor het LGF maar wie wel extra begeleiding nodig hebben om te voorkomen dat op termijn wel het LGF of een speciale school nodig hebben.
Reacties