- PO
- partner
- publicatie datum
- 14-01-2009
Een rekenmethode is een mooie leidraad voor rekenlessen. Het blijft echter lastig dat de auteurs niet wisten welke leerlingen dit jaar in de klas zitten. De dingen die de leerlingen nu bezighouden en de voorkennis die ze in werkelijkheid hebben, kloppen niet altijd met wat het rekenboek aanneemt. Leraren die dat herkennen zullen de behoefte voelen aanpassingen te plegen, zoals een rijker probleem als introductie, geen praatplaat, richten op een ervaring en/of individueel op zoek naar wat ze al kunnen.
Als u dat wilt moet u durven. In ieder geval moet u erop durven vertrouwen dat u de leerstoflijnen kent, dat u de risico's kent die leerlingen daarbij lopen en dat u weet wat uw leerlingen kunnen en nodig hebben om te worden uitgedaagd tot onderzoeken en tot leren.
Om leerlingen te laten merken dat er wat te leren is, blijkt het beter om een moeilijk, maar wel heel concreet probleem aan te bieden. Een te overzichtelijk probleem zal voor de betere leerlingen geen uitdaging betekenen. Een te abstract probleem is voor de minder rekenvaardige leerlingen een brug te ver.
Wilt u de rekenmethode als uitgangspunt nemen, dan moet u zich goed realiseren wat de essenties zijn die in uw leerjaar aan de orde moeten komen. Welke voorkennis hoort daarbij en welke kennis en vaardigheden moeten de leerlingen zicht eigen maken? Als u dat helder hebt, kunt u de methode verder naar uw hand zetten. De introducties moeten aansluiten bij uw groep. Belangrijk is ook om de oefenstof echt oefen-stof te laten zijn. Teveel variatie en opgaven die niet aansluiten bij al bereikte voorkennis nodigen niet uit tot het nastreven van beheersing. Dat zou nu juist het doel van oefenen moeten zijn. U kunt dat bevorderen door zowel bij uw instructies (lees: reflecties op de probleemverkenningen) als bij het selecteren van opdrachten de leerlingen zelf te leren formuleren wat zij nog moeten oefenen. Wie dat van het begin af aan doet zal merken dat leerlingen dat prima kunnen. Wie in een hoger leerjaar hiermee begint zal mogelijk ontdekken dat de leerlingen daar niet zo gericht (meer) zijn op ‘iets leren'. Zij moeten afleren dat het doel van oefenen slechts bestaat uit het afmaken van de taak en zorgen voor nul fouten.
En wat kunnen ze dan met een moeilijk rekenprobleem? Een probleem dat rijk is, aansluit bij hun beleving en niveau? Alle leerlingen kunnen er mee aan de slag. De een gaat heel informeel te werk met uitgebreide oplossingsmanieren en komt wellicht niet tot een eindresultaat. Maar op de weg ernaar toe leert hij, ontdekt hij en ziet hij wat hij leren kan. Zeker als er mogelijkheden zijn om met en van anderen te leren. Ook de slimmere rekenaar, die al snel de essentie van het probleem ziet, en op formeel niveau aan de oplossing werkt leert: hij moet formuleren hoe hij te werk gaat, aangeven of een oplossing altijd op deze manier past en voor hem uitdagende extra vragen te lijf gaan. Een rijk probleem levert rijke situaties op, vol mogelijkheden om tot leren te komen.
Reacties