Orde houden, hoe doe je dat? Rene Kneyber is leraar wiskunde en trainer orde houden. Om de orde te bewaren in de klas is het belangrijk om de wisselmomenten goed in de gaten te houden. Wisselmomenten zijn “zwakke” momenten in de les. Leerlingen zijn aan het luisteren en moeten vervolgens een opgave maken of andersom, of moeten in groepjes gaan zitten. Kortom, ze moeten iets anders gaan doen dat hetgeen wat ze aan het doen waren. Leerlingen grijpen het moment aan om met elkaar te gaan praten, er zijn veel signalen, en de leraar verliest grip op de klas.
Bij alle wisselmomenten is het belangrijk voor een docent om duidelijk te vertellen welk gedrag van de leerling wordt verwacht. Kneyber adviseert eisen te stellen die aan de SMARTvoorwaarden voldoen:
Specifiek – benoem het concrete gedrag dat gevraagd wordt: ga 5 minuten stil aan het werk
Meetbaar – maak de eis meetbaar: stilte is meetbaar, overleggen over de lesstof is moeilijker te meten
Acceptabel – de vraag moet acceptabel zijn binnen het schoolsysteem
Realistisch – de vraag moet haalbaar zijn (je kunt bv niet eisen dat ze de stof snappen)
Tijd – noem een eindtijd of een tijdspanne: de volgende 5 minuten bespreek je...
Deze video hoort bij een reeks video's over orde.
Reacties (11)
MaaykevE | 13-04-2011
De SMART methode is voor een beginnende docent als ik een prima handvat. Wat ik ook erg nuttig vind is het communiceren van het kerndoel van de les bij aanvang en deze dan tijdens de wisselmomenten herhalen indien nodig. Zo wordt de les betekenisvol en weten de leerlingen wat er van ze verwacht wordt (Kwakernaak 36-37). Ook het expliteren van gewenst gedrag (al in eerdere reacties veelvuldig genoemd) en het expliteren van jouw eigen denkstappen (Ebbens en Ettekoven zijn binnen de SMART methode erg goed inzetbaar 45) en nuttig. Met het expliteren van denkstappen bedoel ik het kort formuleren van de doelstelling van het voorgaande lesonderdeel en die op deze manier aan het volgende onderdeel te koppelen, dus bijvoorbeeld: "We hebben net de relative pronouns bekeken. We deden dit omdat..... We gaan nu verder met opdracht ... waarin ook relative pronouns voorkomen". Op deze manier plak je alles aan elkaar, waardoor een wisselmoment nuttig wordt.
Marleen | 13-04-2011
De stelling van Emily om aan het begin van de les de leerlingen te vertellen wat er van ze verwacht wordt, is een goede methode. Dit doe je effectief door de verschillende 'agendapunten' op het bord te schrijven. Om de orde te handhaven is het handig om het gewenste gedrag te expliciteren (Ebbens & Ettekoven, 2005: pp 43-44). Ook Standaert & Troch koppelen een ordelijke les aan ‘concreet, nauwkeurig en operationeel geformuleerd leerlinggedrag’ (p. 50). En ook volgens Kneyber is het belangrijk om lln. te laten merken wat je van ze verwacht. Ik denk inderdaad dat dit stap 1 is bij het ordelijk laten verlopen van de les en beginnend storend gedrag tijdig de kop in te drukken.
Emily | 12-04-2011
Het advies dat mijn SPD mij een keer heeft gegeven, dat het handig is om aan het begin van de les te zeggen wat er verwacht wordt en hoe lang dat verwacht wordt, lijkt op SMART van Kneyber en ze komen ook overeen met de “gesloten doelstellingen” die Standaert et al (2009, pp 49-53) bespreken. Zo worden wisselmomenten afgebakend, omdat de leerlingen weten wat ze moeten doen en je ze eraan kunt herinneren wat je al gezegd had wanneer ze druk dreigen te worden. Om de orde te handhaven is het dus ook handig om het gewenste gedrag te expliciteren (Ebbens & Ettekoven, 2005: pp 43-44): “Jullie hebben 5 minuten om individueel in stilte de opdrachten te maken, daarna gaan we die bespreken”. Ook kunnen we de orde handhaven als we volgens Kounin (1970) ervoor zorgen dat er continu een lessignaal is (Kounin geciteerd door Michel van Gessel op 21 Maart 2011). We moeten alert zijn, kunnen multitasken, voor vloeiende overgangen kunnen zorgen, vaart in de les houden en de leerlingen alert houden.
Cora Beijer | 05-01-2011
Als een leraar over bepaalde preventieve vaardigheden beschikt, kan wanorde in de klas worden voorkomen. Wisselmomenten moeten soepel, vloeiend, in elkaar overlopend plaatsvinden (van Geel 1995). Effectieve klassemanagers bereiden de inhoud van de les, de organisatie en de leswisselingen goed voor. De activiteiten verlopen vlot en soepel. Onderbrekingen die te wijten zijn aan een gebrekkige planning komen nauwelijks voor (Veenman 1996). Kneyber adviseert om aan leerlingen eisen te stellen volgens de SMART-methode. Het is voor mij als stagiair, handig dit advies te verwerken in de voorbereiding van de les. Daarin worden de wisselmomenten gepland en kun je concrete en duidelijke verzoeken aan de leerlingen verwerken zoals: ‘jullie pakken blz 28 van het boek voor je’, ‘jullie kunnen nu beginnen met de opdrachten op blz 29 en gaan 5 min.stil aan het werk’. Nuttig als je onervaren voor de klas staat, duidelijk wilt communiceren en de continuïteit en de vaart in de les wilt houden.
Eefje en Femke | 04-11-2010
Duidelijkheid en structuur dragen bij aan een ordelijk verloop van de les (Teitler 2010, 36-37). Het gebruik van de SMART-methode draagt bij aan de continuïteit (smoothness; een voorwaarde voor een continu taakgerichte houding van lln (Kounin 1970)) van een les – zo stelt Kneyber – en past dus binnen preventief klassenmanagement. Uit ervaring weten wij dat het gebruik van de SMART-methode effectief is – vooral in het geval van lln in het autistisch spectrum is het bijna noodzakelijk. Beter nog – zo hebben wij ervaren – wordt de methode toegepast op specifieke lln; spreek Bart helder toe ipv de hele klas en het ripple-effect (Kounin 1970) lijkt de rest te doen. Wij zien echter ook een nadeel aan de SMART-methode. Deze kan namelijk ook zeer beperkend werken. Kunnen en moeten doelen wel altijd meetbaar en realistisch zijn? (Standaert 2009, 55). Wij pleiten dan ook voor incidenteel gebruik van de FUZZY- methode; Feestelijk – Uitdagend – Zuiver – Zinnelijk – Yes! (www.markensteijn.com)
Inekevdd | 30-10-2010
Kneyber geeft wat mij betreft duidelijke aanwijzingen voor het corrigeren van gedrag. Het invoeren van SMART-goals heeft ook in mijn lessen effect gehad. Maar omdat het gedrag van pubers door zoveel verschillende factoren wordt beinvloed (Puberbrein), lijkt het me geen fail-safe methode.
Juul ten Cate | 29-10-2010
Wisselmomenten moeten 'soepel en vloeiend verlopen' (van Geel, 1995, p. 49). Hoe is dit te realiseren? Het filmpje is herkenbaar voor mij: wanorde in de klas ontstaat doordat lln. niet precies verteld is wat te doen. Nelis & van Sark (2009), stellen dat pubers 'structuur, regels en oog voor het individu' (p. 87) nodig hebben. Ook Standaert & Troch koppelen een ordelijke les aan ‘concreet, nauwkeurig en operationeel geformuleerd leerlinggedrag’ (p. 50). Volgens Kneyber is het belangrijk om lln. te laten merken wat je van ze verwacht. "Stil zijn" heeft weinig effect maar "Teun, omdraaien" werkt wel. Het is moeilijk in te schatten hoe lang lln. met een opdracht bezig zijn. Kneyber heeft mij geleerd dat je dit meetbaar kan maken door een tijdgrens aan te geven, maar dat deze zeker niet bindend hoeft te zijn! Kneyber laat lln. 5 minuten stil zijn en dan overleggen. Zo geef je als docent wél verschillende tijdsaanduidingen, zonder bang te zijn dat je een opdracht verkeerd heb ingeschat.
Jesper | 28-10-2010
Het SMART-model leidt voornamelijk dankzij de duidelijkheid tot orde in de klas. Ik heb dit zelf ondervonden in mijn stage: duidelijke instructies (pak boek op p. 12, kijk naar bord, schrijf op:...) leiden tot het meest ordelijke lesverloop. Zeker open vragen geven de leerlingen teveel speelruimte die door hen benut wordt. Ook goed vind ik dat de docent laat merken dat hij onjuist gedrag gezien heeft, stap 1 uit het stappenplan van Ebbens & Ettekoven (2005; p. 152). Ik mis wel een verder ingang naar meer autonomie en zelfdiscipline (Standaert e.a. 2009; p. 206) die bij deze leerlingen ontwikkeld zou moeten zijn. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de momentopname die dit filmpje is. Ook vind ik er nog duidelijk sprake van een werken voor situatie en geen werken met (Ebbens & Ettekoven 2005: par. 6.1) aangezien de docent alles instrueert en de leerlingen hierin volgen. In mijn ogen zou de SMART-methode moeten kunnen leiden tot een geschikt klimaat voor werken met.
Annelie Karelse | 20-10-2010
Voor een goed lesverloop is structuur aanbieden en orde kunnen houden essentieel. Die twee hangen nauw met elkaar samen. Hetgeen in dit filmpje aan de orde is is iets wat me direct opviel tijdens de observatie van de lessen van mijn stagebegeleider. Zowel aan het begin van de lessen als tijdens de wisselmomenten geeft zij altijd glashelder aan welk gedrag ze wil zien. Ze vraagt niets, maar stelt duidelijke eisen die binnen dit SMART-model passen. Daarmee creëert ze de duidelijkheid die essentieel is om een goed leer- en werkklimaat te creëren (Ebbens en Ettekoven 2005). Volgens Standaert en Troch (2006) werken duidelijkheid en structuur bekrachtigend en wordt daarmee ook de attitude van de leerling gevormd. Omdat vloeiende overgangen weinig ruimte laten voor een klas om op hol te slaan werken die dus ook preventief tegen ordeverstoring (Van Geel 1995 H8). Het is dus nuttig aan die overgangen voldoende aandacht te besteden. Structuur, duidelijkheid en orde gaan vaak hand in hand.
René Kneyber | 08-03-2010
Effectieve klassenmanagers starten het jaar met het aanleren van regels, routines en procedures. Wie dat niet doet, krijgt vroeg of laat daar de rekening van geserveerd. In principe kun je later in het jaar altijd nog proberen een klas strakker te krijgen. Waar je echter rekening mee moet houden is dat het moeilijker is om midden in het jaar plotseling strenger te worden. Je kan rekenen op meer verzet. Het zal ook langer duren voordat je een zelfde effect hebt bereikt. Meer informatie over deze fases is te vinden in mijn boek 'orde houden in het vmbo'. Ook 'lessen op orde' van Peter Teitler besteedt hier aandacht aan. Maar dan in een iets andere terminologie.
David | 07-03-2010
Is het nog mogelijk om halverwege het jaar terug te vallen in de conflictfase? Dat je bijvoorbeeld te snel of gelijk in de transitiefase bent gegaan?