In het huidige resultaatgericht onderwijs verzuchten leraren bij slechte resultaten op de woordenschattoetsen soms wel eens dat het aanleren van woorden helemaal geen zin heeft. De woorden die zij hun leerlingen hebben aangeleerd komen namelijk niet overeen met de woorden in de woordenschattoets. Maar was dat dan de bedoeling?
Cito
Elke school toetst de woordenschatkennis van haar leerlingen. Vaak gebeurt dit met toetsen van Cito. Cito biedt woordenschattoetsen aan voor groep 3 t/m 8. Deze maken onderdeel uit van het Leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS). Met het LOVS wordt de eigen ontwikkeling van de leerling zichtbaar, per schooljaar, maar ook over meerdere jaren. Daarnaast kunnen analyses per groep berekend worden en ook per school.
In elk leerjaar vinden er twee toetsmomenten plaats, in januari en juni. Voor groep 8 is dat november en januari. Elke toets, vanaf groep 4, bestaat uit 70 opgaven verdeeld over twee delen. De leerlingen hebben per deel 30-45 minuten de tijd.
Er gaat een lang traject aan de ontwikkeling van deze toetsen vooraf. Saskia van Berkel, toetsdeskundige taal bij Cito, vertelt hoe dit gebeurt en hoe resultaten geïnterpreteerd kunnen worden.
Digitaal toetsen
Een nieuwe ontwikkeling is het digitaal toetsen van woordenschat. Op de Willemschool in Hengelo hebben ze hier al veel ervaring mee.
Reacties (0)
Er is nog niet gereageerd