Anneke Develing, leraar op de Olijfboom in Almere, heeft de opleiding voor Kanjertraining gevolgd. Nu geeft zij Kanjertraining aan drukke klassen binnen de school. In dit video-item zien we hoe Anneke met behulp van verschillende oefeningen aan het gedrag werkt.
Hoe gaat Kanjertraining in zijn werk?
Kinderen oefenen met neutrale sociale situaties, zoals jezelf voorstellen en elkaar vragen stellen: zogenaamde vlinder- en molvragen (01:22). Ook wordt bij de kanjertraining gewerkt met een boek. In de boeken staan verhalen die de leraar kan voorlezen. Door deze verhalen leren leerlingen verschillende typen gedrag herkennen en benoemen (02:32). Daarnaast stimuleert de Kanjertraining dat kinderen te vertrouwen zijn. Om in een groep samen te werken is vertrouwen nodig. Daarom worden ook veel fysieke vertrouwensoefeningen gedaan (03:27). Ook oefenen ze met stressvolle sociale situaties zoals pesten, afwijzing en teleurstelling. Het pettenspel is hiervoor bedoeld (04:44). Elke pet staat voor een bepaald type gedrag:
Rode pet: Deze leerling probeert contact te krijgen door met de pestvogel mee te doen en overal een grapje van te maken. Hij neemt niets en niemand serieus.
Gele pet: Deze denkt dat hij minder waard is dan anderen, is vaak bang en heeft last van faalangst.
Zwarte pet: Deze vindt zichzelf geweldig; alle anderen deugen niet en hij bepaalt zelf wel wat hij doet.
Witte pet: Dit is een kanjer. Een kind dat assertief maar niet agressief is en zich in allerlei situaties goed weet te handhaven, is een tijger.
Kinderen leren de typen gedrag herkennen aan de hand van deze petten. Het uiteindelijke doel van al deze oefeningen is dat kinderen leren dat zij zelf controle hebben over hun gedrag. Kinderen leren zo verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag.
Om de Kanjertraining als leraar te kunnen geven heb je een driedaagse opleiding nodig. In Kanjertraining: Denken over gedrag vertelt bedenker Gerard Weide over de opleiding en het idee achter de Kanjertraining.