onderzoek
po

Het effect van vroege doorstroom naar groep 3

Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.

Tot 1985 gold 1 oktober als grens waarop kleuters wel of niet mochten doorstromen naar de eerste klas van de lagere school (groep 3 in het basisonderwijs). Sinds de invoering van het basisonderwijs is die datum geen formeel criterium meer bij de beslissing over de overgang naar de volgende groep.

In de praktijk houden veel scholen nog 1 oktober als grens aan. Vaak gaan daar de leerlingen die geboren zijn tussen 1 oktober en 31 december (de zogenoemde herfstkinderen) na tweeënhalf jaar naar groep 3 (verlengde kleuterbouw). Andere scholen houden de grens van 31 december aan. Daar stroomt een deel van deze herfstkinderen al na ruim anderhalf jaar door naar groep 3 (versnelde doorstroom). Er zijn ook andere kinderen, niet geboren tussen 1 oktober en 31 december, die een extra jaar in groep 2 blijven als de leerkracht hen nog niet rijp vindt voor groep 3.

Kleuterbouwverlenging, als kinderen dus 2,5 jaar over groep 1 en 2 doen, wordt ook als een vorm van zittenblijven beschouwd. Over het nut en effect van zittenblijven in het algemeen bestaan zeer grote twijfels – zie ook een eerdere vraag aan de Kennisrotonde. Voor de goede orde: deze uitkomsten gelden dus voor de groep zittenblijvers als geheel, ook voor de leerlingen die in groep 3 tot en met 8 blijven zitten.

Taal en rekenen

Specifiek naar kleuterbouwverlenging is minder onderzoek gedaan. Het is een fenomeen dat in veel andere landen ook niet bestaat. Onderzoek dat wel is gedaan naar kleuterbouwverlenging wijst uit dat niet alleen herfstkinderen maar ook kinderen van laag opgeleide ouders, jongens en vooral allochtone leerlingen relatief vaak tot de groep kleuterbouwverlengers horen. Daarnaast blijkt dat deze leerlingen vóór de eventuele overgang naar groep 3 lager op taal en rekenen scoren dan leerlingen die naar groep 3 doorstromen. En de kleuterbouwverlengers scoren slechter op andere aspecten: een minder positieve werkhouding, grotere afhankelijkheid van leerkracht, sterkere mate van onderpresteren volgens de leerkracht en ze zijn vaker een zorgleerling.

Herfstkinderen

In de groep met kleuterbouwverlenging is de verwijzing naar speciaal onderwijs beduidend hoger. Kleuterbouwverlengers blijven daarentegen in de rest van de groepen minder vaak zitten dan de doorstromers. Let wel, het gaat hier steeds om de resultaten van alle kleuterbouwverlengers, dus ook de niet-herfstkinderen die in groep 2 blijven zitten.

Specifiek naar de herfstkinderen die in de kleuterbouw zijn blijven zitten, is nog minder onderzoek gedaan. Uit de enige empirische studie hierover blijkt dat in groep 4 de toetsscores op taal en rekenen voor kleuterbouwverlengers hoger dan verwacht liggen op basis van hun aanvangsscores. Ze doen het dus relatief beter dan vergelijkbare leerlingen die versneld zijn doorgestroomd.

Echter in groep 6 en 8 is dit positieve verschil voor de kleuterbouwverlengers verdwenen. Kleuterbouwverlengers komen bij de verschillende toetsen ongeveer uit op de scores die op basis van hun geschatte aanvangsscores mochten worden verwacht. De conclusie is dus dat herfstkinderen gemiddeld genomen geen profijt lijken te hebben wanneer ze verlengen in de kleuterbouw. Evenmin profiteren ze van versneld doorstromen naar groep 3.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Ook interessant is de brochure Doorstroom van kleuters Is het kind klaar voor groep 3, of is groep 3 klaar voor het kind?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.



Sjerp van der Ploeg | 12 november 2019

Uit het antwoord zoals dat door de Kennisrotonde is opgesteld: "Zittenblijven in het primair onderwijs heeft in het algemeen geen positief effect op de (cognitieve) leerprestaties, ook niet op langere termijn. Onderzoek naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen laat zowel positieve als negatieve gevolgen zien. De gevonden positieve gevolgen op korte termijn zijn op langere termijn weer verdwenen. Het versnellen van (hoog)begaafde leerlingen lijkt een positief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling, ook op langere termijn. Er zijn geen significant negatieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden."


J. Derks | 19 februari 2019

Beste mensen,

Ik mis in bovenstaand artikel het stukje van welbevinden van het kind, hoe staat het met de motivatie etc?
Het lijkt logisch dat wanneer een kind langer heeft gekleuterd en daardoor in de eerste jaren daarna (groep 3 en 4) betere resultaten haalt, dat het kind hierdoor ook met meer plezier naar school komt en dit plezier waarschijnlijk langer aanhoudt. Hierdoor waarschijnlijk in groep 8 meer motivatie nog om te leren en zijn/haar best te doen.
Gaat een kind (te)vroeg naar groep 3, moet het misschien op de tenen lopen, zit op misschien randje van frustratie niveau: hoeveel plezier en motivatie zijn dan nog in groep 8 over? Is dan de hele zin in het leren verpest doordat het kind een start heeft gemaakt waarbij wellicht het welbevinden van het kind in het gedrang is gekomen?
Zomaar dingen die ik me afvraag.

E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.