Methoden aandacht trekken tijdens instructie

Kennisrotonde | 09 juni 2017

Hoe krijg je als docent de aandacht van 9- tot en met 12-jarigen terug na een intermezzo tijdens een plenaire instructie?

De docent speelt een belangrijke rol bij het van te voren scheppen van duidelijkheid over regels en procedures in de klas. Zo kan hij met zijn leerlingen afspraken maken over hoe en wanneer stil te zijn. Door voorafgaand aan het intermezzo duidelijk aan te geven hoe lang het intermezzo duurt en wat daarna de verwachting van de docent is, weten leerlingen wanneer ze hun aandacht weer op de leraar moeten richten. Veel docenten maken gebruik van een ‘stilteteken’. Andere docenten klappen in de handen of knippen met de vingers om de aandacht van de leerlingen terug te krijgen. Verder kan de docent met lichaamstaal en oogcontact verbinding maken met de leerlingen.
Leerlingen steken vingers op in de kla, leraar kijkt toe

Wat weten we?

Cognitietheorieën benadrukken dat leerlingen een beperkte hoeveelheid cognitieve capaciteit tot hun beschikking hebben, die gericht is op stimuli uit de omgeving. Met andere woorden, het menselijk brein maakt een selectie uit alle aspecten in de omgeving die aandacht vragen, om zich op een paar aspecten te focussen. Er is een zekere prikkeling nodig om leren te bevorderen, maar een overprikkeling of onderprikkeling vermindert het leren. De uitdaging voor de leraar is te zorgen dat de cognitieve capaciteit van alle leerlingen in de klas gefocust is op die activiteiten die de leraar voor ogen heeft en niet op afleidingen. Kinderen leren van de leraar en van elkaar, bijvoorbeeld door gedrag te imiteren. Kinderen kunnen elkaar ook stimuleren of juist afleiden. Orde verstorend gedrag van de een kan orde verstorend gedrag van de ander oproepen.

Aandacht en afleiding

Aandacht en afleiding zijn afhankelijk van de omgeving, de samenstelling van de klas en de regels in de klas. Deze zijn op hun beurt weer afhankelijk van de relatie tussen de leerkracht en de leerlingen. Positief gedrag van leerlingen kan worden bevorderd door goed gedrag te belonen of door leerlingen sociale vaardigheden aan te leren waardoor sociaal-emotionele ontwikkeling en zelfregulering wordt bevorderd. De leermiddelen, de sfeer in de klas, maar ook wat er aan de muur hangt, zorgt voor afleiding bij de leerling. Lichamelijke functies beïnvloeden eveneens de aandacht. Lichaamsbeweging en fysieke inspanning leiden tot een versnelde bloedsomloop, meer zuurstof in de hersenen en betere leerprestaties. Korte fysieke activiteiten helpen kinderen bijvoorbeeld om langer hun aandacht vast te houden.

Afspraken

De mate van aandacht is gekoppeld aan de prikkeling van de zintuigen van leerlingen, niet alleen in de vorm van afleiding (muziek van buiten leidt de klas af), maar ook in het creëren van aandacht (de stem van de leerkracht of een instructiefilmpje). Van belang is dat de zintuigen van leerlingen na een intermezzo signalen ontvangen die de aandacht terugbrengen naar de leerkracht. Deze signalen kunnen van zeer verschillende aard zijn. Zo kunnen signalen van te voren zijn afgesproken, of op het moment zelf worden afgegeven. Door de plenaire les en het intermezzo elk op een andere plaats te situeren, zal het voor de leerling ook duidelijk zijn waar de aandacht naar uit moet gaan.

De docent speelt een belangrijke rol bij het van te voren scheppen van duidelijkheid over regels en procedures in de klas. Zo kunnen er afspraken worden gemaakt met de leerlingen over hoe en wanneer ‘stil’ te zijn. Door voorafgaand aan het intermezzo duidelijk aan te geven hoe lang het intermezzo duurt en wat daarna de verwachting van de docent is, weten leerlingen wanneer ze hun aandacht weer op de leraar moeten richten. Veel docenten maken gebruik van het ‘stilteteken’ waardoor leerlingen weten dat ze stil moeten zijn. Anderen docenten werken met ‘stilteniveaus’. Als de docent level 0 roept betekent dat stilzitten en naar de docent kijken. Level 1 betekent dat gefluisterd mag worden, enz.

Om de aandacht van leerlingen terug te krijgen, kan de docent na afloop van het intermezzo dus signalen afgeven. Bekende signalen zijn klappen in de handen of knippen met de vingers. Wat eveneens werkt, zijn codewoorden, spreken met een nadrukkelijke intonatie, een bepaalde lichaamshouding en het maken van oogcontact met de leerlingen. Wanneer lichaamstaal, gesproken taal en doel met elkaar overeenkomen en consequent worden toegepast, is de boodschap naar leerlingen helder. Naast effectieve signalen kan de docent alertheidsignalen afgegeven. Dit zijn signalen die gericht zijn op een individuele leerling of een deel van de groep. Voorbeelden zijn iemands naam noemen of diegene lang aankijken. Soms kan het nodig zijn een leerling met ongewenst gedrag apart te zetten.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Ga voor meer informatie naar de serie Orde houden op leraar24.nl.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sanne Kruijer, Richard Defourny, Ciska Joldersma en Ruud van der Aa.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jou onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde! 

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jou onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde! 

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.