Weinig verschillen tussen scholen in rekenprestaties

NRO | 07 december 2017

De verschillen in rekenprestaties tussen Nederlandse basisschoolleerlingen zijn maar voor een klein deel, hooguit 10 procent, toe te schrijven aan het rekenonderwijs dat zij krijgen op school. De prestatieverschillen laten zich voor het overgrote deel verklaren uit factoren op leerlingniveau.
rekenonderwijs

Dat blijkt uit een overzichtsstudie van de universiteit Leiden naar het rekenonderwijs op Nederlandse basisscholen. Wat die leerlingfactoren zijn, was geen onderwerp van studie. Onderzoekster Marian Hickendorff oppert dat dit van alles kan zijn: intellectuele capaciteiten bijvoorbeeld, motivatie, of dat de leerling huiswerkbegeleiding krijgt of niet.

Voor de overzichtsstudie is de internationale onderzoeksliteratuur over rekenonderwijs geanalyseerd. Verder zijn 26 deelonderzoeken bij Nederlandse basisschoolleerlingen doorgenomen, en zijn de peilingen TIMSS-2015 in groep zes en PPON-2011  in groep acht nader onderzocht.

Goede basiskwaliteit

Volgens Hickendorff past de conclusie bij het bestaande beeld dat de verschillen in rekenprestaties in Nederland relatief klein zijn: ‘zwakke rekenaars zijn best wel sterk, maar sterke rekenaars halen geen topniveau’. En verder: ‘Dat de verschillen tussen de scholen gering zijn betekent niet dat scholen geen invloed kunnen hebben, maar laat vooral zien dat in de huidige situatie scholen erin slagen rekenonderwijs van een  goede basiskwaliteit te leveren.’

De onderzoekers konden niet vaststellen dat bepaalde instructie- en/of werkvormen (bijvoorbeeld directe of constructivistische instructie) effectiever zijn dan andere. Alle onderzochte interventies bleken effectief, met andere woorden ‘iets doen aan de rekenles helpt’.

Rol van de leerkracht

Verder bleken ook het toepassen van technologische hulpmiddelen, zoals oefenprogramma’s op de computer of tablet, en formatieve toetsing (het gebruiken van toetsgegevens voor verbetering van het leerproces) positieve effecten te hebben op de rekenprestaties. Datzelfde geldt voor het differentiëren in niveaugroepen. De vergaande vorm van differentiëren in de Nederlandse rekenmethoden (in drie niveaugroepen) behoeft wel nader onderzoek.

Ook is meer onderzoek nodig naar de rol van de (vakdidactische) kennis van de leerkracht, menen de onderzoekers. ‘Experts in het veld noemen vaak “de kwaliteit van de leraar” als belangrijke factor. Het is opvallend dat daar weinig wetenschappelijke literatuur over bestaat. Onderzoek daarnaar, zeker in de Nederlandse situatie, is hard nodig wat mij betreft’, aldus Hickendorff.

In gesprek

Neem voor vragen contact op met Marian Hickendorff, universitair docent onderwijsstudies bij het Instituut Pedagogische Wetenschappen, Universiteit Leiden.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Neem voor vragen contact op met Marian Hickendorff, universitair docent onderwijsstudies bij het Instituut Pedagogische Wetenschappen, Universiteit Leiden.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.