onderzoek
po
vo

Schooladvies betere voorspeller van onderwijsniveau dan po-eindtoets

Ongeveer 25% van de leerlingen in de derde klas van het voortgezet onderwijs zit op een ander niveau dan hun basisschooladvies. In relatie tot het advies op grond van de po-eindtoets geldt dat voor ongeveer 30% van de leerlingen. Het schooladvies blijkt dus een betere voorspeller van het onderwijsniveau dan de eindtoets. Vooral kinderen van lager opgeleide ouders, kinderen van ouders met een niet-westerse achtergrond en jongens zitten op een ander niveau.

Een leerling met een rugzak in zijn handen.

Over de leerjaren heen is de voorspellende waarde van beide adviezen vrij constant, blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (2019). De onderzoekers maakten gebruik van data over meerdere leerjaren, afkomstig van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Het lijkt erop dat (basis)scholen de potentiële leerprestaties van sommige leerlingen structureel onderschatten. Dat geldt vooral voor leerlingen die het advies voor vmbo-basis of vmbo-kader krijgen. Zij zitten na drie leerjaren in het voortgezet onderwijs vaker op een hoger niveau dan leerlingen met een ander advies.

Uit eerder onderzoek (2016) bleek al dat uiteindelijk 19% van de leerlingen in de vierde klas van het voortgezet onderwijs op een lager onderwijsniveau zit dan het basisschooladvies. En 13% zit op een hoger onderwijsniveau dan geadviseerd. In totaal is een op de acht leerlingen een keer blijven zitten in de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs.

Schooladvies leidend bij overgang po-vo

Met ingang van schooljaar 2014-2015 is bij wet niet langer de eindtoets leidend voor plaatsing in het voortgezet onderwijs, maar het advies van de leerkracht. De eindtoets wordt nog wel verplicht afgenomen als onafhankelijk hulpmiddel. Dit gebeurt pas nadat de leerlingen het schooladvies door de leraar hebben ontvangen. Het advies van de leraar kan alleen naar boven worden bijgesteld op basis van de resultaten op de eindtoets.

Warme overdracht van belang

De overgang van primair naar voortgezet onderwijs kan bij leerlingen voor moeilijkheden zorgen. Een zogenoemde ‘warme overdracht’ kan de kans hierop echter flink verkleinen. Bij een warme overdracht maken de po- en vo-school goede afspraken en verschaffen ze elkaar heldere en eenduidige informatie. Leerlingen worden door de warme overdracht beter opgevangen in het voortgezet onderwijs. Verder krijgen leraren in het primair onderwijs zo meer informatie van het voortgezet onderwijs. Daardoor kunnen ze in volgende leerjaren ook weer een beter eindadvies geven.

De warme overdracht lijkt momenteel vooral plaats te vinden door schriftelijke uitwisseling van informatie. Onderzoekers denken dat scholen meer zouden kunnen investeren in de warme overdracht. Bijvoorbeeld in de keuzebegeleiding van ouders en leerlingen vanuit het primair onderwijs. De kennis die aanwezig is bij leraren in het primair onderwijs wordt dan veel beter benut.

Brede brugklassen beter voor laatbloeiers

Sommige leerlingen hebben meer tijd nodig om te ontdekken welk onderwijsniveau het beste bij hen past. Voor hen zou het beter zijn om de keuze voor het onderwijsniveau nog even uit te stellen. Dat kan door brede brugklassen, meer ondersteuning, dubbele schooladviezen (bijvoorbeeld havo/vwo in plaats van alleen havo-advies) en het behoud van overstapmogelijkheden in het voortgezet onderwijs.

Vooral voor leerlingen voor wie de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs mogelijk lastiger is, is dit een uitkomst. Dit zijn bijvoorbeeld kinderen van lager opgeleide ouders, kinderen met een niet-westerse achtergrond, of jongens. Maar ook leerlingen die niet goed presteren op methode-onafhankelijke toetsen voor begrijpend lezen en rekenen, zoals de Cito-toetsen.

Wisselende leraren van invloed op motivatie

De overgang naar het voortgezet onderwijs heeft niet alleen invloed op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen. In de derde klas van de middelbare school zijn leerlingen minder gemotiveerd, hebben ze minder zelfvertrouwen en voelen ze zich minder gelukkig dan aan het einde van de basisschool. De puberteit speelt daarbij weliswaar een rol, maar die verklaart niet alles.

‘Leerlingen hebben in het voortgezet onderwijs een minder goede band met leraren omdat ze voor ieder vak een andere leraar hebben. Dat heeft invloed op hun motivatie’, zegt onderzoeker Marie-Christine Opdenakker. ‘Met name competentie-motivatie – “ik doe mijn best op school om iets te begrijpen” – is een belangrijke voorspeller voor succes in de schoolloopbaan van een leerling.’ Ze adviseert dan ook om meer aandacht te geven aan competentie-motivatie.

Meer lezen over schooladvies, eindtoets en overgang po-vo?

Auteur(s)
H. Korpershoek, C. Beijer, M. Spithoff, H.M. Naaijer, A.C. Timmermans, M. van Rooijen, J. Vugteveen, M.-C. Opdenakker
Jaar
2016

Auteur(s)
M. van Rooijen, H. Korpershoek, J. Vugteveen, A.C. Timmermans, M.-C. Opdenakker
Jaar
2016

Auteur(s)
M.J. Warrens, A. de Raadt, J. Vugteveen, N. van Rijn, H. Korpershoek, H. Guldemond, A.C.Timmermans, M. van Rooijen, M.-C. Opdenakker
Jaar
2016

Beschrijving
Artikel in onderwijsvakblad Didactief
Auteur(s)
M.J. Warrens, M.A. Dijks, E. Fleur, H. Korpershoek
Jaar
2019


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.