Invloed factoren Cito-eindtoets

Kennisrotonde | bijgewerkt op 15 november 2016

Meerdere factoren hebben invloed op de resultaten van de (Cito) eindtoets in het primair onderwijs. Een greep uit de selectie: aanleg/intelligentie, motivatie, geslacht, leeftijd, achtergronden van de leerlingen en het leerlinggewicht, en de kwaliteit van het onderwijs.

Het antwoord op deze vraag baseren we op gegevens van de Cito-eindtoets en de centrale eindtoets PO van het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Vanaf het schooljaar 2014-2015 zijn alle scholen verplicht in groep 8 een eindtoets af te nemen. Deze vindt plaats in april. Het CvTE stelt de eindtoets, die samen met Cito is gemaakt (en daarom in de volksmond Cito-toets blijft heten), ter beschikking aan de scholen. Er is ook een aantal andere toetsen dat mag worden gebruikt.

Relevante factoren 

De volgende factoren hangen samen met prestaties op de Cito-toets/centrale eindtoets:

  • Aanleg/intelligentie. Verschillen in leerprestaties op de onderdelen van de centrale eindtoets hangen samen met intelligentie.
  • Motivatie van de leerlingen. Hierbij gaat het om leertaakgerichtheid, concentratie in de klas, huiswerkattitude. De motivatie is vooral van belang voor gewichtenleerlingen (leerlingen van ouders met geen hogere opleiding dan vmbo-b of -k).
  • Op sommige onderdelen van de toets scoren meisjes traditioneel wat hoger, op andere jongens.
  • Vertraagde leerlingen (leerlingen die zijn blijven zitten of die later zijn ingestroomd in groep 3) scoren als groep lager dan reguliere leerlingen, voorlijke leerlingen (leerlingen die een klas hebben overgeslagen of die eerder naar groep 3 zijn gegaan) juist hoger.
  • Leerlingen uit de vier grote steden scoren als groep in de regel wat lager.
  • Achtergronden van de leerlingen, bijvoorbeeld beroep, etnische afkomst en inkomen ouders. Het gaat hierbij om het percentage achterstandsleerlingen op de hele school: scholen met een hoger percentage achterstandsleerlingen scoren lager dan scholen met een lager percentage achterstandsleerlingen. Het opleidingsniveau en de etnische herkomst van ouders zijn belangrijke voorspellers; het inkomen van de ouders minder.
  • Leerlingen die worden aangemeld voor de niveau-toets scoren duidelijk lager dan leerlingen die daarvoor niet worden aangemeld. Deze zogenoemde N-toets is bedoeld voor leerlingen die wat meer moeite hebben met de basisvaardigheden taal en rekenen en bevat wat makkelijkere opgaven. De score op deze toets wordt omgezet naar een score op dezelfde schaal (501-550), alsof de leerling de ‘reguliere’ eindtoets heeft gemaakt.
  • De kwaliteit van het onderwijs op de basisschool.
  • Invloeden vanuit het gezin, zoals de taal die thuis wordt gesproken.
  • Overige buitenschoolse factoren (invloeden vanuit de sociale omgeving, niet zijnde het gezin).

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Christa Teurlings. Zij heeft hiervoor de volgende experts geconsulteerd: Guuske Ledoux (Kohnstamm Instituut, UvA Amsterdam), Frans Janssens (voorheen Universiteit Twente), Bruno Vreeburg (Onderwijsinspectie) en Cecile Harmsen (Centrale Eindtoets).

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.