onderzoek
vo

Volgen van leergedrag en leesvaardigheid

De Johan de Witt Scholengroep in Den Haag werkt sinds 2004 aan een concrete methode om de leerontwikkeling van leerlingen te optimaliseren. Persoonlijke en systematische aandacht levert resultaat. Om de leerontwikkeling van leerlingen te kunnen volgen, zijn verschillende instrumenten ontwikkeld en onderzocht. In samenwerking met de Universiteit Leiden is er gewerkt aan een observatie-instrument voor leergedrag en aan een nieuwe digitale leesvaardigheidstool. Van beide instrumenten is de betrouwbaarheid en validiteit onderzocht.

  • Embedcode

Dat betekent voor de praktijk

In het kader van de SLOA-regeling van de VO-raad heeft de Johan de Witt Scholengroep in samenwerking met de Universiteit Leiden een observatie-instrument voor leergedrag en een digitale leesvaardigheidstool ontwikkeld en onderzocht.

Volgen van leergedrag Het observatie-instrument voor leergedrag is gebaseerd op de Pupil Observation Procedure (Espin & Yell, 1994). De voornaamste aanpassing op de Pupil Observation Procedure is dat leergedrag is geoperationaliseerd in vier categorieën: Aan taak –passief leergedrag, Aan taak –actief leergedrag, Niet aan taak- niet storend leergedrag, Niet aan taak- storend leergedrag. Het observatie-instrument maakt gebruik van momentary-time sampling, waarbij de observatiesessie werd opgedeeld in gelijke intervallen van 10 seconden en het gedrag aan het begin van ieder interval werd gescoord. Uit onderzoek naar het instrument blijkt dat observaties van de vier aparte categorieën niet altijd betrouwbare en valide data opleveren. Echter, als de categorieën worden samengevoegd en er alleen onderscheid is tussen Aan taak leergedrag en Niet aan taak leergedrag, verbetert de validiteit en de betrouwbaarheid van de scores. Om een goed beeld te krijgen van het algemene leergedrag van een leerling wordt door de onderzoekers aangeraden om de leerling(en) tijdens verschillende leersituaties in verschillende lessen en bij verschillende leerkrachten te observeren. Gezien dit een grote tijdsinvestering vraagt adviseren de onderzoekers om het observatiesysteem alleen te gebruiken voor leerlingen die problematisch leergedrag vertonen. Het observatie-instrument geeft inzicht in het leergedrag dat een leerling in de klas vertoont. Op basis van het beeld van het leergedrag van een leerling kunnen docenten interventiemogelijkheden bedenken om het leergedrag bij te sturen.

Voor het volledige effectiviteitsonderzoek klik hier.

Digitale tool leesvaardigheid De afdeling pedagogiek van de Universiteit Leiden heeft een digitale tool ontwikkeld om de ontwikkeling van leesvaardigheid te meten: Mazesonline.

De mazeteksten worden wekelijks afgenomen om de voortgang van lezen te kunnen meten. De resultaten worden in een grafiek gezet. De resultaten kunnen individueel of per klas worden bekeken en besproken. Uit het onderzoek naar Mazesonline blijkt dat het een betrouwbaar meetinstrument is. Het onderzoek leverde nog onvoldoende informatie op om validiteit vast te stellen. In het laatste projectjaar is onderzoek gedaan naar de bruikbaarheid van het instrument onder docenten. Nadat de brugklassen en tweede klassen 15 weken wekelijks de mazeteksten hadden gemaakt bleek dat er binnen alle klassen gemiddeld een stijgende lijn te zien was. Wekelijks was er sprake van een gemiddelde stijging van 0.3 meer goed gegeven antwoorden.

Handreikingen

Mazesonline Mazesonline is een digitale tool, ontwikkeld door de Universiteit Leiden, afdeling pedagogiek onder leiding van Prof. Dr. Chr. Espin. De mazeteksten worden wekelijks afgenomen om de voortgang van lezen te kunnen meten. De resultaten worden in een grafiek gezet. De resultaten kunnen individueel of per klas worden bekeken en besproken met betrokken personen.

Meer informatie kunt u vinden op http://www.mazesonline.nl/.

Observatieschaal leerlinggedragbeoordelingslijst voor leerkrachten Leerlingen zijn geobserveerd met een leerlinggedragbeoordelingslijst voor leerkrachten, gebaseerd op de Pupil Observation Procedure (Espin & Yell, 1994). De voornaamste aanpassingen op dit instrument waren een meer uitgebreide operationalisatie van de vier types leergedrag en het niet observeren van het gedrag van de leerkracht. Het gedrag werd in vier categorieën ingedeeld, namelijk:
  • Aan taak-passief leergedrag
  • Aan taak–actief leergedrag
  • Niet aan taak-niet storend leergedrag
  • Niet aan taak-storend leergedrag

De definities voor deze vier vormen van leergedrag zijn vertalingen van de definities die zijn gebruikt door Espin en Yell (1994). Naast een definitie zijn voor elke categorie een aantal voorbeeldgedragingen gedefinieerd om de categorieën te operationaliseren. Hiervoor is gebruik gemaakt van voorbeelden uit onderzoeken van Espin en Yell (1994), Shapiro (2004; BOSS) en Hintze en Matthews (2004).

Beschrijving
Teacher Education and Special Education, 17, 154-169
Auteur(s)
Espin, C.A., & Yell, M.L.
Jaar
1994

Beschrijving
Exceptional Children, 52, 219-232.
Auteur(s)
Deno, S. L.
Jaar
1985

Beschrijving
Learning Disabilities Research and Practice, 25, 60-75
Auteur(s)
Espin, C.A., Wallace, T., Lembke, E., Campbell, H., & Long, J.D.
Jaar
2010

Beschrijving
Learning Disabilities Research and Practice, 24, 132-142
Auteur(s)
Tichá, R., Espin, C.A., & Wayman, M.M.
Jaar
2009


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.