onderzoek
po
vo
mbo
so

Vijf vormen van differentiatie in de klas

Interne differentiatie houdt in dat er binnen één groep leerlingen met verschillende leervragen en leerwegen zitten. Het Nederlandse onderwijs is na het basisonderwijs in hoge mate extern gedifferentieerd. Het basisonderwijs ziet in toenemende mate de noodzaak tot interne differentiatie (achtereenvolgens Weer samen naar school, Leerlinggebonden financiering en Passend onderwijs). De homogene groeperingsvormen in het voortgezet onderwijs staan regelmatig ter discussie.

Interne differentiatie kunnen we verdelen in vijf vormen:

  1. Differentiatie binnen klassenverband

    De eerste vorm van differentiatie in de klas (interne differentiatie) staat bekend als setting binnen klassenverband. Men werkt dan per klas met homogene subgroepen per vak.

  2. Individuele leerwegen

    Veel verder gaat de differentiatievorm individuele leerwegen, waarbij iedere leerling zijn eigen leerweg kent. Met de inzet van digitale media heeft deze differentiatievorm iets aan haalbaarheid gewonnen. Voor de verdeling van de instructietijd biedt het helaas geen oplossing.

  3. Leren in coöperatieve groepen

    Een derde vorm is het leren in coöperatieve groepen. Daarbij werken leerlingen samen in een heterogeen samengestelde subgroep. De ervaring leert dat de zwakkere leerlingen hier baat bij hebben, zonder dat de betere leerlingen eronder lijden. Dat wordt met name toegeschreven aan de hogere verwachtingen die stimulerend werken. Voor de leraar is het een uitdaging omdat hij of zij taken moet vinden waarin alle leerlingen binnen een subgroep een waardevolle rol vervullen.

  4. Meervoudige intelligentie

    Het huidige ideaal van differentiatie in de klas gaat terug op het onderzoek naar Aptitude Treatment Interaction. De centrale vraag is: is het mogelijk om voor verschillende groepen leerlingen verschillende benaderingen te ontwikkelen, die tot even goede, of in elk geval te verwachten resultaten leiden? Meestal gaat het dan om verschillen in aanleg, belangstelling, leerstijlen, of belemmeringen als faalangst, dyslexie of ADHD. Een bekend voorbeeld is onderwijs op basis van de (niet onomstreden) these van meervoudige intelligentie (multiple intelligence, Gardner, 1983).

  5. Beheersingsleren

    Beheersingsleren is de vijfde vorm van interne differentiatie. Het doel is om alle leerlingen een bepaald niveau te laten behalen door te variëren in zaken als instructiewijze en instructietijd. Beheersingsleren (mastery learning) is een veel gehanteerd differentiatiemodel in het huidige onderwijs. Een bekende uitwerking is het basisstof – herhalingsstof – extra stof model. Dit model vinden we terug in de meeste lesmethoden. De basisstof vormt het streefniveau van een eenheid, de herhalingsstof zorgt ervoor dat de zwakkere leerlingen dit streefniveau toch behalen. De extra stof vormt een verdieping voor de leerlingen die zich de basisstof sneller eigen maken.

Thema

Didactiek

Onderwerpen

Differentiatie


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.