Invullingen voor talentontwikkeling

KNOW | bijgewerkt op 03 december 2013

We ordenen hier naar typen invullingen. Het eerste type is een apart aanbod voor uitblinkers binnen de klas. Dat kan door te zorgen dat talentvolle leerlingen een eigen leerstofaanbod krijgen, of dat eventueel door leerlingen zelf te laten organiseren. Extra opdrachten, die vooral gericht zijn op de talentvolle leerlingen maar niet op de klas als geheel, slaan niet als vanzelfsprekend aan. Soms wordt het gezien als extra werk, waar ze iets voor terug willen krijgen. Daarom is de aandacht voor talentvolle leerlingen vaak ingebed in het reguliere programma en de reguliere didactiek. Er wordt wel verdiepend materiaal aangeboden, maar dat is voor iedereen. Er is voor individuele begeleiding slechts beperkte tijd.

Talentontwikkeling kan ook een invulling krijgen door didactische variatie, zoals met behulp van een activerende didactiek waarin bijvoorbeeld aandacht is voor meervoudige intelligentie gericht op het creëren van een onderwijsaanbod en leeromgeving waarin leerlingen worden uitgedaagd om te laten zien wat zij kunnen. Talenten komen verder tot ontwikkeling wanneer het onderwijsaanbod ruimte geeft aan de creativiteit van de leerling. Behalve de stof die standaard door iedereen gevolgd wordt, bevatten vrijwel alle reguliere programma’s onderdelen waar leerlingen individueel een invulling aan kunnen geven. Open opdrachten, die in ieder geval deels vrij in te vullen zijn, geeft de leerling de gelegenheid om iets van zichzelf te laten zien, en het geeft de leraar de gelegenheid om een relatie te leggen met de interesse van de individuele leerling. Een leeromgeving waarin alles in leerstandaarden is vastgelegd, daagt uit tot reproductie van leerstof, maar niet uit tot de ontwikkeling van de talenten die leerlingen zelf bezitten. Er dient echter wel een balans te zijn tussen enerzijds vrijheid voor persoonlijke keuze en anderzijds aandacht voor basiskennis en -vaardigheden die iedereen onder de knie moet hebben.

Daarnaast verdient het aandacht het onderwijsaanbod aan te laten sluiten bij de belevingswereld van jongeren om hen te motiveren hun talenten te ontwikkelen, omdat leerlingen meer en beter ‘bereikt’ worden. Natuurlijk lukt dat niet altijd. Dan moet het belang van een vak, en aspecten daaruit, duidelijk gemaakt worden.

Wat weten we?

Met het oog op de ontwikkeling van talenten bij leerlingen, wordt de leeromgeving de laatste tijd steeds vaker anders georganiseerd. Op sommige scholen zijn er bepaalde uren ingeroosterd waarop leerlingen mogen kiezen naar welk vak ze gaan. Tijdens die keuze-uren is meer aandacht voor individuele begeleiding. Talenten in het vmbo worden steeds meer ontwikkeld door de leeromgeving af te stemmen op het ‘leren door doen’ en ‘levensecht leren’. Er komen nagebootste bedrijven de school binnen en er lopen projecten waarbij leerlingen zelf een bedrijf starten. Praktijk- en theoriedocenten proberen zoveel mogelijk met elkaar samen te werken. Er wordt ook in leergebieden gewerkt. Het aantal contacturen van de verschillende vakken kan dan bij elkaar opgeteld worden. Een docent ziet dan één bepaalde klas vaker en leert de leerlingen beter kennen.

Een apart aanbod buiten de klas komt ook voor, bijvoorbeeld in samenwerking met universiteiten, hogescholen, of via specifieke initiatieven. In het basisonderwijs is de ‘Day a Week School’ een voorbeeld waarbij talentvolle leerlingen één dag per week bijeenkomen met ontwikkelingsgelijken van verschillende scholen. Voor het vak wiskunde worden er landelijke activiteiten georganiseerd, waarbij de wiskundetalenten worden aangeboord. Bij andere vakken worden soms verdiepende workshops georganiseerd, bijvoorbeeld over journalistiek schrijven.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.