Partnerschap: ouders – school

KNOW | bijgewerkt op 13 november 2012

Internationaal is in de (onderzoeks)literatuur en in het spreken over de relatie tussen ouders en school (kinderopvang, peuterspeelzaal of onderwijsinstelling) partnerschap steeds meer de gangbare term. Het gaat dan om betekenisvolle samenwerkingsrelaties tussen ouders en school. In toenemende mate wordt hieraan ook de gemeenschap als derde samenwerkingspartner toegevoegd (Epstein e.a., 2002; Menheere & Hooge, 2010a; Smit, Sluiter & Driessen, 2006; Smit, 2012).

Wat weten we?

In de Nederlandse literatuur wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen ouderbetrokkenheid (zoals die thuis en/of op school tot uitdrukking komt) en ouderparticipatie (op school). Ouderparticipatie wordt dan nog weer geleed in participatie in informele activiteiten op of rond school en participatie in geïnstitutionaliseerde of formele activiteiten. Het voordeel van de term partnerschap ten opzichte van ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie is dat daarin nadrukkelijker tot uitdrukking komt dat samenwerking een medaille is met twee kanten: naast betrokkenheid en activiteiten van ouders zijn die van de school (en de gemeenschap) minstens zo belangrijk. Die samenwerking vraagt om een wederzijdse betrokkenheid: betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en het leren van hun kind op school, hun betrokkenheid bij de groep of klas van hun kind en de school of afdeling als geheel en de betrokkenheid van de school bij de thuissituatie. Daarin is nog weer een onderverdeling te maken in meeleven, meehelpen of meedoen, meedenken en meebeslissen (Beek e.a., 2007; De Wit, 2005).

Partnerschap

Of en hoe partnerschap tot ontwikkeling komt, is sterk afhankelijk van de opstelling (en de visie en het beleid) van de school. Het gaat om wederzijdse betrokkenheid en op elkaar afgestemde activiteiten. Partnerschap is op te vatten als een proces waarin betrokkenen er op uit zijn elkaar wederzijds te ondersteunen en hun bijdrage zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, met als doel de ontwikkeling en het leren van kinderen (jongeren) te bevorderen (Smit, Sluiter & Driessen, 2006; De Wit, 2005).
Partnerschap is geen doel op zich, maar staat in functie van het creëren van optimale omstandigheden voor de ontwikkeling en het leren van kinderen. De doelen waarmee het het vaakst in verband wordt gebracht zijn een pedagogisch doel (het realiseren van enige afstemming in de benadering van kinderen thuis en op school), een organisatorisch doel (ouders leveren meehelpend en meedenkend samen met de professionals een bijdrage aan het reilen en zeilen van de school) en een democratisch doel (ouders denken en beslissen informeel en formeel mee met de school; de school legt verantwoording af aan de ouders). Soms worden ook nog andere doelen onderscheiden (Smit, Wester & Van Kuijk, 2012aReitsma & De Wit, 2012).

In de Nederlandstalige literatuur wordt steeds meer gerefereerd aan de bekende typologie van vormen van (ouder)betrokkenheid van de hand van de Amerikaanse Joyce Epstein: parenting (goed ouderschap), communicating (communiceren, over en weer), volunteering (vrijwilligerswerk van de kant van ouders), learning at home (bevordering van een optimale leeromgeving thuis), decision making (meebeslissen van ouders) en collaborating with the community (samenwerking met de gemeenschap). Onder elk van deze typen zijn uiteenlopende praktijken te scharen. Ze leiden ook tot een herijking van traditionele praktijken, en kunnen tot uiteenlopende opbrengsten leiden voor kinderen, ouders en professionals (Epstein e.a., 2002). Er is ook enige kritiek op. Smit, Wester & Van Kuijk (2012a) wijzen erop dat de benadering uitgaat van de dominantie van het perspectief van de school en van een deficiet-model waarbij de middenklasse de norm is en andere groepen geacht worden zich aan die norm aan te passen. Als gevolg daarvan worden vormen van betrokkenheid die niet passen bij die norm niet herkend en worden ouders die hun betrokkenheid zo tonen als niet betrokken gepercipieerd. Als sterk punt valt te noemen dat Epstein er in haar benadering van uitgaat dat voor echt partnerschap niet alleen gedrag en opstelling van de ouders ertoe doen, maar evenzeer gedrag en opstelling van de school (Bakker e.a., 2013).

Opbouw dossier Partnerschap
Partnerschap ontstaat niet vanzelf. Het is een keuze. Scholen en professionals moeten daarin het voortouw nemen en de toon zetten (Vormgeving van partnerschap). Belangrijker nog dan de rol die ouders op school hebben, is hun betrokkenheid bij de ontwikkeling en het leren van hun kind thuis. Partnerschap zoals zich dat op of met het oog op school manifesteert doet er ook toe. We maken een onderscheid tussen partnerschap bij de ontwikkeling en het leren van kinderen in het primair proces en partnerschap met het oog op de groep of de klas van het kind of de school als geheel. Vanuit het beleid is er recent meer aandacht voor het bevorderen van partnerschap. Dat heeft geleid tot twee recente reviews (Bakker e.a., 2013Herweijer & Vogels, 2013). Ofschoon de principes achter en uitgangspunten van het partnerschap tussen ouders en school van sector tot sector niet verschillen, is de uitwerking in de onderwijspraktijk wel anders, op historische gronden, maar ook omdat de leeftijd van het kind of de jongere ertoe doet.

Handreikingen

Goede voorbeelden staan in het artikel Partnerschap Ouders – School: Onderwijspraktijk.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.