onderzoek
po
vo
mbo
so

Partnerschap: ouders – school

Partnerschap is in de onderzoeksliteratuur de gangbare term voor de relatie tussen ouders en school (kinderopvang, peuterspeelzaal of onderwijsinstelling). Het gaat dan om betekenisvolle samenwerkingsrelaties tussen ouders en school. Steeds vaker wordt de gemeenschap als derde samenwerkingspartner toegevoegd.

In de Nederlandse literatuur wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen ouderbetrokkenheid (zoals die thuis en/of op school tot uitdrukking komt) en ouderparticipatie (op school). Ouderparticipatie wordt dan nog weer onderverdeeld in participatie in informele activiteiten op of rond school en participatie in geïnstitutionaliseerde of formele activiteiten.

Partnerschap is wederzijdse betrokkenheid

Het voordeel van de term partnerschap ten opzichte van ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie is dat daarin nadrukkelijker tot uitdrukking komt dat samenwerking een medaille is met twee kanten: naast betrokkenheid en activiteiten van ouders zijn die van de school (en de gemeenschap) minstens zo belangrijk. Die samenwerking vraagt om een wederzijdse betrokkenheid: betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en het leren van hun kind op school; hun betrokkenheid bij de groep of klas van hun kind en de school of afdeling als geheel; en de betrokkenheid van de school bij de thuissituatie. Daarin is nog weer een onderverdeling te maken in meeleven, meehelpen of meedoen, meedenken en meebeslissen (Beek e.a., 2007; De Wit, 2005).

Partnerschap

Of en hoe partnerschap tot ontwikkeling komt, is sterk afhankelijk van de opstelling (en de visie en het beleid) van de school. Het gaat om wederzijdse betrokkenheid en op elkaar afgestemde activiteiten. Partnerschap is op te vatten als een proces waarin betrokkenen erop uit zijn elkaar wederzijds te ondersteunen en hun bijdrage zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, met als doel de ontwikkeling en het leren van kinderen (jongeren) te bevorderen (Smit, Sluiter & Driessen, 2006; De Wit, 2005).

Doelen van partnerschap

Partnerschap is geen doel op zich, maar staat in functie van het creëren van optimale omstandigheden voor de ontwikkeling en het leren van kinderen. De doelen waarmee het het vaakst in verband wordt gebracht zijn:

  • een pedagogisch doel (het realiseren van enige afstemming in de benadering van kinderen thuis en op school),
  • een organisatorisch doel (ouders leveren meehelpend en meedenkend samen met de professionals een bijdrage aan het reilen en zeilen van de school) en
  • een democratisch doel (ouders denken en beslissen informeel en formeel mee met de school; de school legt verantwoording af aan de ouders).

Soms worden ook nog andere doelen onderscheiden (Smit, Wester & Van Kuijk, 2012aReitsma & De Wit, 2012).

Vormen van ouderbetrokkenheid

In de Nederlandstalige literatuur wordt wel gerefereerd aan de bekende typologie van vormen van (ouder)betrokkenheid van de Amerikaanse Joyce Epstein:

  • parenting (goed ouderschap),
  • communicating (communiceren, over en weer),
  • volunteering (vrijwilligerswerk van de kant van ouders),
  • learning at home (bevordering van een optimale leeromgeving thuis),
  • decision making (meebeslissen van ouders) en
  • collaborating with the community (samenwerking met de gemeenschap).

Onder elk van deze typen zijn uiteenlopende praktijken te scharen. Ze leiden ook tot een herijking van traditionele praktijken, en kunnen tot uiteenlopende opbrengsten leiden voor kinderen, ouders en professionals (Epstein e.a., 2002).

Er is ook enige kritiek op. Smit, Wester & Van Kuijk (2012a) wijzen erop dat de benadering uitgaat van de dominantie van het perspectief van de school en van een ‘deficiet-model’, waarbij de middenklasse de norm is en andere groepen geacht worden zich aan die norm aan te passen. Als gevolg daarvan worden vormen van betrokkenheid die niet passen bij die norm niet herkend en worden ouders die hun betrokkenheid zo tonen als ‘niet betrokken’ gepercipieerd. Als sterk punt valt te noemen dat Epstein er in haar benadering van uitgaat dat voor echt partnerschap niet alleen gedrag en opstelling van de ouders ertoe doen, maar evenzeer gedrag en opstelling van de school (Bakker e.a., 2013).

Scholen moeten kiezen voor partnerschap

Partnerschap ontstaat niet vanzelf. Het is een keuze. Scholen en professionals moeten daarin het voortouw nemen en de toon zetten (Vormgeving van partnerschap). Belangrijker nog dan de rol die ouders op school hebben, is hun betrokkenheid bij de ontwikkeling en het leren van hun kind thuis.

Opbouw dossier Partnerschap

Partnerschap zoals zich dat op of met het oog op school manifesteert doet er ook toe. We maken een onderscheid tussen partnerschap bij de ontwikkeling en het leren van kinderen in het primair proces en partnerschap met het oog op de groep of de klas van het kind of de school als geheel.

Vanuit het beleid is er meer aandacht voor het bevorderen van partnerschap. Dat heeft geleid tot twee reviews (Bakker e.a., 2013Herweijer & Vogels, 2013). Ofschoon de principes achter en uitgangspunten van het partnerschap tussen ouders en school van sector tot sector niet verschillen, is de uitwerking in de onderwijspraktijk wel anders. Op historische gronden, maar ook omdat de leeftijd van het kind of de jongere ertoe doet.

Meer lezen?

Goede voorbeelden staan in het artikel Partnerschap Ouders – School: Onderwijspraktijk.

Beschrijving
Second edition
Auteur(s)
Epstein, J.L. e.a.
Jaar
2002

Auteur(s)
Menheere, A. & E. Hooge
Jaar
2010

Auteur(s)
Smit, F., Sluiter, R. & Driessen, G.
Jaar
2006

Auteur(s)
Smit, F.
Jaar
2012

Beschrijving
In deze brochure wordt antwoord gegeven op vragen rond het begrip (educatief) partnerschap, wat daaronder wordt verstaan, waarom men er voor zou kiezen en hoe je het samen met ouders vormgeeft.
Auteur(s)
Beek, S., Rooijen, A. van & Wit, C. de
Jaar
2007

Auteur(s)
Wit, C. de, S. Beek & A. van Rooijen
Jaar
2007

Auteur(s)
Smit, F., M. Wester & J. van Kuijk
Jaar
2012

Beschrijving
In: Smit, F. (red.) (2012): Brug naar de toekomst. Partnerschap Ouders, school en buurt.
Auteur(s)
Reitsma. M. & C. de Wit
Jaar
2011

Auteur(s)
Bakker, J., E. Denessen, M. Dennissen & H. Oolbekkink-Marchand
Jaar
2013

Auteur(s)
Herweijer, L. & R. Vogels m.m.v. I. Andriessen
Jaar
2013


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.