Gedeeld leiderschap

KNOW | bijgewerkt op 12 april 2013

Het laatste decennium pleiten diverse auteurs voor het spreiden van leiderschap in de organisatie vanuit het idee dat medewerkers meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het bereiken van de organisatiedoelen.

Distributed leadership is een leiderschapsconcept dat wellicht zou kunnen helpen bij het vergroten van eigenaarschap en de betrokkenheid van leraren (en leerlingen).
In 2009 en 2010 onderzocht APS samen met enkele VO-scholen en het Lectoraat Leren & Innoveren van de HvA in hoeverre het concept ‘distributed leadership’ scholen kan helpen om leraren weer de regie te geven over het ‘hoe’ van onderwijzen en hen meer te betrekken bij schoolontwikkeling.

Wat weten we?

In het denken over gedeeld leiderschap kunnen we twee hoofdstromen onderscheiden (Hargreaves, 2006):

  1. Vanuit beschrijvend perspectief: Kijkend naar leiderschapspraktijk is kijken naar het leiderschap dat er al is bij leraren in de school. Deze opvatting wordt vooral door Spillane (2006) uitgedragen.
  2. Vanuit normatief perspectief: Hoe meer het leiderschap in scholen verspreid is (onder leraren, ouders en studenten), hoe beter het is voor het leerresultaat. Gedeeld leiderschap is nastrevenswaardig en te ontwikkelen. Deze opvatting vinden we bij Harris (2008). Zij ziet distributed leadership als een opdracht aan formele leiders om te zorgen voor culturele en structurele condities waarin gedeeld leiderschap zich kan ontwikkelen en – daarmee- informeel leiderschap de kans te geven zich te manifesteren en zich verder te ontwikkelen. Verder ziet zij in leider-volgersituaties een onbalans die opgeheven dient te worden: alle relaties zijn belangrijk.
    Boonstra (2010) deelt dit standpunt: als de relatie tussen leiders en volgers ‘ziek’ is moet deze eerst hersteld worden. Tenslotte dienen alle interventies naar distributed leadership gericht te zijn op het verbeteren van het primair proces ten dienste van het leren van leerlingen. Gedeeld leiderschap is dus altijd taak- en situatiegebonden en heeft het verbeteren van het onderwijs, de leerresultaten als doel. Bij deze normatieve opvatting past een ontwikkelingsmodel. Deze vinden we bij MacBeath (2005). Hij onderscheidt in het vormgeven van gedeeld leiderschap diverse ontwikkelingsstadia, zijn taxonomie geeft de opeenvolgende verschijningsvormen aan.

Spillane (2006) en Harris (2006, 2008) hebben onderzoek gedaan naar het delen van onderwijskundig leiderschap in scholen. Het leiderschap in scholen is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van het onderwijs. Leithwood e.a (Canada) hebben aangetoond dat de kwaliteit van leiderschap in de school indirect van invloed is op het leren van leerlingen. Het vermoeden bestaat dat dit ook geldt voor gedeeld leiderschap. Het delen van een groter deel van leiderschapsactiviteiten met leraren heeft een positieve invloed op leraareffectiviteit en studentbetrokkenheid. Leraarleiderschap heeft een significant effect dat het effect van de schoolleiders-praktijk overstijgt (Harris, 2008).

Dat betekent voor de praktijk

In 2009 en 2010 onderzocht een APS projectgroep samen met enkele VO-scholen en het Lectoraat Leren & Innoveren van de HvA, in hoeverre het concept ‘distributed leadership’ (vanaf nu ‘gedeeld leiderschap’) scholen kan helpen om leraren weer de regie te geven over het ‘hoe’ van onderwijzen en hen meer te betrekken bij het onderwijsvernieuwingbeleid en schoolontwikkeling. Het is een ontwerpgericht onderzoek, dat wil zeggen dat APS samen met vier VO-scholen heeft onderzocht in welke mate gedeeld leiderschap in de school voorkomt, hoe dit gestalte kan krijgen en of dit concept leraren meer betrekt bij onderwijs- en schoolontwikkeling.

Door het onderzoek is meer inzicht gekregen in het begrip ‘gedeeld leiderschap’, de verschillende visies over de waarde en de ontwikkeling van gedeeld leiderschap in de school en de wijze waarop gedeeld leiderschap zich in scholen kan manifesteren. De vier onderzoekssituaties geven een rijk beeld van de kansen en valkuilen bij het vormgeven van gedeeld leiderschap.

Bij de leidinggevenden van de vier scholen is een sterkere mate van bewustwording van hun denkwijze over leiderschap en het eigen leiderschapsgedrag, in relatie het gedrag van leraren, als het gaat om het nemen van initiatieven en dragen van verantwoordelijkheid voor het onderwijs.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.