Duurzaam personeelsbeleid

KNOW | bijgewerkt op 25 april 2013

In opdracht van de overheid zijn alle scholen gestart met integraal personeelsbeleid. Het Actieplan LeerKracht van Nederland pleit onder andere voor een professionelere school. In opdracht van de overheid hebben een aantal projecten in dit kader onderzocht wat de elementen en voorwaarden zijn voor een integraal HRM (Human Resource Management) en HRD (Human Resource Development) beleid op scholen, gericht op de voortdurende ontwikkeling van de kwaliteit van leraren tijdens de gehele loopbaan en het binden en boeien van leraren aan de schoolorganisatie.

Wat weten we?

HRM (Human Resource Management) wordt bekeken vanuit twee inhoudelijke perspectieven: de best practice en de best fit benadering. De ‘best practice’ benadering identificeert een set HR praktijken, zoals werving en selectie. Deze benadering gaat er van uit dat hierdoor de prestatie verbetert in alle typen organisaties en voor alle typen werknemers. De ‘best fit’ benadering stelt dat prestaties optimaal zijn wanneer HR praktijken consistent zijn met de bedrijfsstrategie.

Sinds enige jaren houdt onderzoek zich steeds meer bezig met de vraag hoe HRM tot bepaalde effecten leidt. De beleving van HRM door de werknemer zal zijn gedrag beïnvloeden en dat is van invloed op de ontwikkeling van individuele medewerkers.

In opdracht van de overheid zijn alle scholen gestart met integraal personeelsbeleid. Onderzoek naar de invoeringsproblematiek laat zien dat beleidsmakers en beleidsuitvoerders ervaren dat ‘personeelsinstrumenten maken en personeelsbeleid uitschrijven gemakkelijk is, maar ervoor zorgen dat leraren er gebruik van maken lastiger is’. Er bestaat een kloof tussen personeelsbeleid en de doorwerking in de praktijk.

Ook professionalisering van leraren heeft een hoge prioriteit voor de Nederlandse overheid. De kwaliteit en professionaliteit van het personeel zijn belangrijke kwaliteitsbepalende factoren voor scholen.
Een review toont aan dat wat de inhoud van professionaliseringsactiviteiten betreft, het erop lijkt dat professionalisering het meest effectief is als de inhoud gerelateerd is aan het lesgeven in een bepaald vak. Een combinatie van verschillende vormen van professionalisering leidt tot de beste resultaten. Bijvoorbeeld is het volgen van een theoretische cursus goed als dit gevolgd wordt door experimenten in de klas.

Inbedding in de dagelijkse praktijk en actieve participatie van de leraren is van belang. Intrinsieke motivatie en bevlogenheid zijn behalve een belangrijke basis voor leraren om hun beroep te kiezen en te blijven uitoefenen, ook een belangrijke drijfveer om zichzelf voortdurend te ontwikkelen en te verbeteren.

Dat betekent voor de praktijk

Het onderzoek ‘Duurzaam personeelsbeleid’ richtte zich op het krijgen van inzicht in en kennis over de beleving van het personeels- en professionaliseringsbeleid in scholen in het voortgezet onderwijs. Daarnaast is de relatie met het gedrag van leraren, individuele en organisatiefactoren onderzocht.
De vraagstelling van dit onderzoek is: op welke wijze is het personeelsbeleid in scholen voor voortgezet onderwijs vormgegeven en wat is de beleving ervan door leraren en leidinggevenden? Het onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek, een kwalitatieve studie onder leraren, middenmanagers en managers, een kwantitatieve studie onder leraren en een kwalitatieve studie waarin interventies zijn ontworpen en uitgevoerd.

Het onderzoek bevestigt dat de invoering van IPB (integraal personeelsbeleid) moeizaam verloopt. Betrokkenheid van leraren, professionaliteit van leidinggevenden en het ontbreken van transparantie binnen de school over het beleid blijken belangrijke oorzaken te zijn. Het beleid sluit onvoldoende aan op de behoeften van het personeel. Personeelsbeleid wordt teveel gezien als organisatiebelang en niet als eigen belang. IPB moet meer gericht zijn op het gewenste gedrag en welbevinden van leraren en dat moet vergezeld gaan van voldoende facilitering.
Uit het onderzoek komt ook naar voren dat leraren iets doen met personeelsbeleid voor hun leidinggevende vanuit de positieve relatie die ze met de leidinggevende onderhouden. Dit vormt een afbreukrisico om personeelsbeleid in de praktijk te laten slagen.
Aanbevolen wordt om de competenties van leidinggevenden te versterken op het gebied van integraal leidinggeven.

Handreikingen

Goed personeelsbeleid draagt bij aan de realisatie van organisatiedoelen en aan de persoonlijke doelen van de medewerkers. Op landelijk niveau zijn diverse maatregelen genomen om het leren en ontwikkelen van leraren, in lijn met schooldoelen, te stimuleren. De invoering van dit beleid op schoolniveau verloopt echter moeizaam. Duurzaam personeels- en professionaliseringsbeleid gaat aan de hand van theorie en interviews in op de oorzaken hiervan. Scholen focussen vooral op de instrumentele kant van personeelsbeleid in plaats van op de achterliggende doelstelling: de professionele ontwikkeling van leraren binnen een professionele school.
Zowel voor de leraar als voor de leidinggevende verandert er het nodige in hun rol. Leidinggevenden dienen leraren te stimuleren in hun ontwikkeling, om te reflecteren op hun competenties, om feedback te vragen aan collega’s en dit vervolgens met hun leidinggevende te bespreken. Voorwaarde is een veilige omgeving en een open communicatie.
Integraal Personeelsbeleid (IPB) is het meest effectief als de boodschap door alle medewerkers op dezelfde manier wordt geïnterpreteerd. Het gaat daarbij om zichtbaarheid (doelstellingen van het beleid), consistentie (geen dubbele boodschappen) en consensus (leiding en staf hebben eenzelfde beeld bij het beleid).
Ook motivatie van leraren is belangrijk. Het krijgen en behouden van energie in het werk is hierbij een wezenlijke factor.

Met behulp van het werkstressoren- en energiebronnenmodel (WEB-model) is in kaart gebracht wat de energiebronnen en werkstressoren zijn in het onderwijs.IPB heeft zowel procedurele of harde kanten als proceskanten of zachte kanten. (Model vrij naar Ulrich, 1998). Deze aspecten moeten op elkaar afgestemd worden en blijven. Samenwerking en communicatie tussen verschillende lagen in de organisatie is nodig om de integraliteit te bewaken.
Professionele ontwikkeling is op te vatten als voortdurend blijven leren tijdens de loopbaan. Omdat het leren van leraren vaak ongepland en tijdens het werk gebeurt, zouden scholen dit ‘informele’ leren moeten stimuleren.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.