De startende leraar in het po en vo

KNOW | bijgewerkt op 19 april 2013

Net van de lerarenopleiding en nu een baan op een school. Wat kun je als school en als begeleider doen om beginnende leraren te ondersteunen? In dit dossier wordt duidelijk welke aspecten leiden tot een kwalitatief goed begeleidingsprogramma voor startende leraren. Waar moet een schoolleider bijvoorbeeld aan denken wat moet hij of zij faciliteren? En wat maakt een begeleider van beginnende leraren excellent?

Wat weten we?

De meeste beginnende leraren in Nederland ervaren slechts weinig invloed van het inductieprogramma (begeleidingsprogramma) op hun professionele ontwikkeling (Inspectie van het Onderwijs, 2010). De ervaren invloed door de beginnende leraar hangt echter sterk samen met de kwaliteit van een inductieprogramma. Uit onderzoek van Kessels (2010) blijkt dat een inductieprogramma wel een aanzienlijke invloed op de professionele ontwikkeling van startende leraren heeft, wanneer dit beter georganiseerd en gefaciliteerd is, wanneer meer aandacht wordt besteed aan onderwerpen gerelateerd aan professionele ontwikkeling en wanneer de begeleiders van de startende leraren (mentor) beter in staat zijn docenten uit te dagen in hun professionele ontwikkeling.

Echter, om de startende leraar goed op weg te helpen, is niet alleen een kwalitatief goed inductieprogramma van belang. Ook de kwaliteit van begeleiding van mentoren speelt een grote rol. Om de invloed van inductieprogramma’s te vergroten is het dus van belang beter te begrijpen, hoe bijgedragen kan worden aan de professionele ontwikkeling van mentoren (Kessels, 2010).

Dat betekent voor de praktijk

Kwalitatief goede begeleiding van een startende leraar bestaat uit:

1. Persoonlijke en relationele steun van de mentor

  • De mentor voelt het begeleiden van starters niet als opgelegde taak, maar als iets wat hij graag doet
  • De mentor is een betrouwbare gesprekspartner: hij praat niet over de starter met derden als de laatste dat niet wenselijk vindt
  • De mentor accepteert de starter en geeft emotionele steun: aan de basis van de relatie tussen mentor en starter ligt empathie, dat wil zeggen:accepteren zonder oordelen, begrip
    hebben voor de zorgen en problemen van de starter en voor de levensfase waarin de starter zich bevindt
  • Een goede mentor reflecteert op zichzelf
  • Een goede mentor levert maatwerk, d.w.z. hij stemt zijn begeleiding af op degene die hij voor zich heeft en is daarin flexibel
  • De mentor staat zelf model als iemand die continu leert en is ook bereid te leren van de starter in kwestie

2. Professionele steun van de mentor

Het tweede type steun is erop gericht de professionele ontwikkeling van de starter te bevorderen en vertoont als voorname kenmerken:

  • De mentor is zelf een goede leraar
  • Hij beschikt over een breed repertoire aan professionele ontwikkelstrategieën om de starter te laten leren
  • Een goede mentor is transparant over zijn eigen zoektocht naar goed leraarschap en vertoont een onderzoekende houding
  • De mentor stimuleert de zelfreflectie van de starter, voordat hij met eigen adviezen komt
  • De mentor herkent goed lesgeven, ook als dit een vorm aanneemt die hij zelf niet in huis heeft of die op school niet gangbaar is. Hij heeft een heldere visie op lesgeven en leren lesgeven, maar is er niet op uit de starter tot een kloon van zichzelf te maken
  • De mentor heeft een dusdanige positie op school, dat hij kan zorgen voor andere contacten binnen de school waarvan de starter ook kan leren

3. Goede begeleidingsgesprekken

Een aantal begeleidingsmodellen kunnen richtinggevend zijn bij het voeren van begeleidingsgesprekken:

  • Kernreflectie: ‘de ui’ / de cyclus van Korthagen
  • Het ‘gesprekskwadrant’ of MERID model bij Crasborn/Hennissen.

Een goede mentor:

  • Zorgt ervoor de starter regelmatig te spreken te krijgen
  • Is beschikbaar zodra er zich problemen voordoen
  • Communiceert hoop en optimisme en steunt de starter
  • Kan aanmoedigen, kan probleemoplossend denken, kan laten zien waar zijn eigen worstelingen lagen en hoe hij deze heeft overwonnen
  • Heeft als hoofddoel samen met de starter factoren te benoemen die maken dat de starter succeservaringen en voldoening beleeft in zijn leraarsrol en kan op die manier richting geven aan verdere professionele ontwikkeling van de starter
  • Staat model in de klassensituatie, door bepaalde onderdelen van een les voor te doen (modelrol), door ‘coaching on the job’, door het helder feedback geven aan de starte
  • Zorgt ervoor dat de starter betekenisvolle verbanden legt tussen wat hij in de theorie heeft geleerd en wat hij in praktijk brengt
  • Daagt de starter voldoende uit om nieuw gedrag uit te proberen in de les
  • Focust sterk op het leren van de leerlingen. Hij heeft leerlingen geobserveerd en bestudeerd en volgt hun denken en leren op de voet
  • Daagt de starter er toe uit om gedeelde beelden te verkrijgen van wat een goede professionele praktijk inhoudt, van de standaarden die je als professional hanteert en hij duldt daarin geen vrijblijvendheid
  • Past de aard van de relatie in de loop van de begeleiding steeds aan, door gaandeweg afstand te nemen als de starter meer op eigen benen gaat staan, zodat de starter van “protegé” steeds meer “buddy” wordt

Vooral het laatste kenmerk luistert volgens de literatuur heel nauw: waar het maar enigszins kan, moet de starter steeds meer echte verantwoordelijkheid op zich kunnen nemen en daar ruimte voor krijgen

Wat zijn de beoogde effecten van goede begeleiding op de startende leraar?

De volgende effecten worden in de literatuur het meest genoemd:

  • Startende leraren ontwikkelen een sterk zelfbeeld
  • Zij worden consistent in het beleid en de procedures (dit gaat over het ‘ingroeien’ in de school
  • Zij tonen een grotere focus op de doelen die ze in de klas willen bereiken
  • Zij hebben daardoor weer meer zelfvertrouwen, zodat hun vermogen om te groeien toeneemt en zij betere prestaties leveren

10 Principes voor effectieve inductiearrangementen

  • Er is erkenning voor het feit dat ontwikkeling tijd nodig heeft
  • Er is een heldere en eenduidige visie op hoe leraren en leerlingen leren en zicht ontwikkelen
  • De werksituatie is zo ingericht zodat werken en leren tegelijkertijd kunnen plaatsvinden
  • Het nagestreefde leraarschap is helder omschreven
  • Het startpunt van ieder inductiearrangement is op individuele maat gesneden
  • Er is professionele begeleiding en steun
  • De feedback en formatieve beoordeling zijn kwalitatief voldoende
  • Er is mogelijkheid tot collegiaal samenwerken en samen leren aanwezig
  • Er is de mogelijkheid om te leren van experts
  • Alle betrokkenen zijn actief in de monitoring van het hele arrangement

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.