Verbeteren didactiek tekstschrijven

KNOW | bijgewerkt op 03 mei 2013

De Onderwijsinspectie heeft geconstateerd dat indicatoren waarmee de didactische kwaliteit van stelinstructies wordt bepaald onvoldoende zijn. Het doel van het project Het verbeteren van de didactiek in het schrijven van teksten was te onderzoeken welk effect de door leerkrachten zelf ontworpen kijkwijzers hebben op de kwaliteit van de instructie bij het schrijven van teksten door leerlingen en hoe leerkrachten en kinderen de verschillende vormen van feedback ervaren. Binnen het project zijn instrumenten ontwikkeld (kijkwijzer en feedback-handleiding) om het instructie- en feedbackgedrag van leerkrachten te verbeteren. Daarnaast is er een handleiding ontwikkeld met betrekking tot feedback en is er een bronnenboek over stelinstructies.

Wat weten we?

Uit het onderzoek Leren schrijven met peer-response blijkt de waarde van peer-response op de prestatie van leerlingen. Leerlingen kunnen leren teksten met een communicatieve betekenis te schrijven.

Uit Het onderwijs in het schrijven van teksten van de Onderwijsinspectie blijkt dat een aantal didactische indicatoren waarmee de didactische kwaliteit van stelinstructies werd bepaald onvoldoende waren. Uit het waarderingskader voor het didactisch handelen blijkt dat op slechts 61% van de onderzochte scholen de procesgerichte instructie en op 41% van de scholen de gerichte feedback op teksten als voldoende worden beoordeeld. Beide indicatoren verdienen daarom de aandacht.

Dat betekent voor de praktijk

Onderzoeksvragen 

  • Welk effect hebben de door de leraren ontworpen instructiekijkwijzers op de kwaliteit van de instructie in het schrijven van teksten?
  • Hoe ervaren leraren en kinderen verschillende vormen van feedback op teksten en wat is het effect op het schrijfgedrag van kinderen?

Handreikingen

Omschrijving projectresultaat en producten
Op basis van de literatuurstudie die is uitgevoerd in fase 1, heeft de redactieraad van het project een Kijkwijzer ontworpen (2011). Deze Kijkwijzer bevat concrete aanwijzingen en bruikbare tips over wat een leerkracht kan doen tijdens de instructiefase van de schrijfles. Op basis van de Kijkwijzer zijn een vragenlijst en een observatie-instrument ontwikkeld. De eerste werd gebruikt om leerkrachten te laten oordelen over hun eigen didactisch handelen, terwijl het laatste werd gebruikt door observanten die het gedrag van de betreffende leerkrachten in kaart brachten. De genoemde instrumenten richten zich op het gedrag van leerkrachten in zowel de oriënterende, de voorbereidende en de ondersteunende fase van het proces van begeleiding bij het schrijven van opstellen. De deelnemende scholen zijn gaan werken met de instrumenten die binnen dit project ontwikkeld zijn. Na afloop zijn de resultaten van de deelnemende scholen vergeleken met die van de scholen die niet hebben deelgenomen aan het project en wel aan de nulmeting. Deze vergelijking heeft aangetoond dat er voor vier gedragingen significante verschillen zijn tussen de deelnemende en niet-deelnemende scholen. Het betreft drie gedragingen die vallen binnen het scheppen van een contextrijke leeromgeving en een gedraging die het helpen van leerlingen bij het schrijven van inhoudelijke boodschappen (gericht op publiek) betreft. De significante verschillen komen voor in de resultaten van de zelfbeoordeling van leerkrachten. De observanten hebben ook verschillen geconstateerd tussen de controlegroep en de experimentele groep, maar deze zijn minder groot.

Concrete opbrengsten
Het beeld dat naar voren komt, is dat de leerkrachten die in het kader van de interventie feedback ontvingen op grond van observaties van hun lessen, meer vorderingen boekten in het gebruik van effectief onderwijsgedrag dan leerkrachten die niet deelnamen aan de interventie. De belangrijkste opbrengst van het project is dat er een verandering heeft plaatsgevonden in het gedrag van de leerkrachten, in zoverre dat zich dat nu nog meer richt op de behoefte van de leerlingen. De leerkrachten die hebben deelgenomen aan de interventie zijn zeer gemotiveerd en hebben veel contact onderling.

Het is tot slot nog te vroeg om te bepalen wat het effect van de nieuwe werkwijze van leerkrachten is op de taaltoetsen van het Cito-volgsysteem. Het project wordt voortgezet; er hebben zich negen nieuwe scholen aangemeld die hiermee aan de slag gaan.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.