onderzoek
po

Spelling po

Onder spelling verstaan we de wijze waarop we een woord moeten schrijven. Een goede spellingvaardigheid wordt maatschappelijk hoog gewaardeerd. Er wordt gebruikgemaakt van strategieën om woorden op de juiste manier op te kunnen schrijven. Het spellingproces verloopt steeds meer automatisch, waardoor de aandacht meer en meer gericht kan worden op de inhoud van wat moet worden geschreven.

Wat weten we?

Hoe presteren Nederlandse kinderen?

Een recente periodieke peiling naar het spellingonderwijs stamt uit 1999 (Sijtstra, van der Schoot, & Hemker, 2002; van Berkel, van der Schoot, Engelen, & Maris, 2002). Omdat peilingsonderzoeken ‘the state of the art’ beschrijven en het onderzoek meer dan tien jaar geleden is uitgevoerd, worden de resultaten van deze peiling in dit artikel niet besproken.

Na publicatie van dit artikel is een nieuwe peiling verschenen: Til, A. van, e.a. (2014). Balans van de taalverzorging en grammatica in het basis- en speciaal basisonderwijs. Uitkomsten van de peiling in 2009 in jaargroep 5, jaargroep 8 en de eindgroep van het SBO. Arnhem: Cito.

Empirisch onderzoek 1969 tot 2004

In Spelling in het basisonderwijs. Een inventarisatie van empirisch onderzoek (Bonset & Hoogeveen, 2009) wordt een overzicht gegeven van het empirisch onderzoek dat verricht is naar spelling in de periode 1969 – 2004. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie naar onderzoek naar de beginsituatie en effectonderzoek worden de volgende conclusies getrokken (p. 25; 32; 42; 50):

  • Uit het beginsituatieonderzoek naar aanvankelijk spellen komt duidelijk het belang naar voren van fonologische kennis en vaardigheden. Auditieve analyse, foneem-grafeemkennis en koppeling, fonemische conceptualisatie en segmentatie en letterkennis blijken alle positief samen te hangen met de vaardigheid in het spellen. De fonologische strategie, waarbij de beginnende speller woorden analyseert in spraakklanken (fonemen) en deze koppelt aan geschreven tekens (grafemen) die in de juiste volgorde op papier worden gezet, speelt een prominente rol bij het aanvankelijk spellen. De orthografische of woordbeeldstrategie, waarbij de beginnende speller direct put uit de geschreven representaties van woorden in zijn mentale lexicon, lijkt slechts op de achtergrond en in een latere fase een rol te spelen. Beginnende spellers en lezers vertonen een duidelijke voorkeur voor een verklankende spelwijze en worden geen goede spellers door eenvoudigweg vaak te lezen.
  • Wat de invloed van woordkenmerken betreft, blijkt dat het correct spellen van klankzuivere woorden samenhangt met de specifieke klankstructuur van het woord en met de moeilijkheidsgraad van de klank-lettercorrespondentie.
  • Spellingtaken die positief samenhangen met spellingvaardigheid zijn mondeling spellen en naamschrijven. Dit geldt niet voor woorden veelvuldig aanbieden en hardop laten lezen, zonder een beroep te doen op de fonologische strategie. Lezen komt uit het onderzoek naar voren als de minst geschikte manier om te leren spellen.
  • Uit het beginsituatieonderzoek naar voortgezet spellen komt het volgende naar voren:

    – Bij relatief jonge leerlingen uit het speciaal onderwijs hangt segmentatievaardigheid (als onderdeel van de fonologische strategie) positief samen met de vaardigheid in het spellen.

    – Bij oudere leerlingen uit regulier en speciaal basisonderwijs hangt kennis van spellingregels positief samen met de vaardigheid in het spellen. Tussen het gebruik van de regelstrategie (spellen op basis van vaste regels) en de spellingvaardigheid is een zwak positief verband gevonden.

    – Bij oudere leerlingen hangt het gebruik van de woordbeeldstrategie (spellen op basis van ingeprente woordbeelden) positief samen met de vaardigheid in het spellen.

    – Het spellen van woorden met een vast woordbeeld levert minder fouten op dan het spellen van woorden met een variabel woordbeeld.

    – Bij de groep woorden met een variabel woordbeeld levert vooral het spellen van de homofone werkwoordsvormen (gebeurd/gebeurt, word/wordt) fouten op.

    – De frequentie waarmee een woord of werkwoordsvorm voorkomt en de context waarin het staat, zijn van invloed op het al dan niet correct spellen van het woord.

    – Leerlingen maken in dictees meer fouten dan in vrije stelopdrachten, maar in vrije stelopdrachten maken zij fouten die zij niet maken in dictees.

  • Opvallend is de grote hoeveelheid positieve effecten die uit het effectonderzoek naar voortgezet spellen naar voren komt. Dat geldt met name voor de algoritmische aanpak van de werkwoordsspelling. Maar ook de algoritmische aanpak van de spelling in open en gesloten lettergrepen laat positief effect zien. Ander onderzoek dat een beroep doet op de regelstrategie laat eveneens positief effect zien: spellinghulp in de vorm van schema’s bij zwakke lezers en spellers, en zelfcorrectietraining via een stappenplan. Overtypen en overschrijven van complexe woordvormen blijken effectieve aanpakken te zijn voor zwakke spellers, evenals het visueel dictee; deze aanpakken doen vooral een beroep op de woordbeeldstrategie. Voor dyslectici blijkt een remediërend computerprogramma effectief dat een beroep doet op de fonologische strategie. Didactische maatregelen die positief effect lijken te sorteren, zijn het geven van positieve (vooruitgangs)feedback bij het leren spellen, het individualiseren van het spellingonderwijs en soms het coöperatief leren in duo’s in de middenbouw.
  • Belangrijk is ten slotte de bevinding dat stelonderwijs, zowel vrij als begeleid, een positief effect heeft op de vaardigheid in het spellen, ook bij zwakke spellers die in hun teksten veel spelfouten maken.

Dat betekent voor de praktijk

Bonset

(2010) geeft een review van studies naar spellingvaardigheden van leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs. Hieronder de samenvatting daarvan zoals die in de onderzoeksdatabank van de Nederlandse Taalunie verschenen is. Vraagstelling In dit onderzoek zijn verschillende onderzoeken beschreven die weergeven hoe het gesteld is met de spellingvaardigheden van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Er is ingegaan op de vraag of leerlingen slecht spellen en of dat te wijten is aan het feit dat te weinig tijd en aandacht uitgaat naar het spellingonderwijs. Resultaten van verschillende dataverzamelingen over spellingprestaties zijn besproken: resultaten van gestandaardiseerde toetsen (Cito-eindtoets basisonderwijs), inspectierapporten en landelijke peilingsproeven. 

Conclusie

Het spellingniveau van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs is laag. Er zou niet zozeer sprake zijn van een te kleine tijdsinvestering in spellingonderwijs, maar van een ineffectief spellingonderwijs.

Mogelijke verklaringen zijn:

  • dat een spellinggeweten (de wil om foutloos te spellen) en een spellingbewustzijn (het vermogen te reflecteren op de eigen spelling, spellingvaardigheid en spellingprocessen) bij de leerlingen ontbreken
  • dat de leerlingen er niet in slagen tijdens het schrijven voldoende aandacht te geven aan spelling
  • dat leerlingen aanwezige hulpmiddelen niet gebruiken
  • dat leerlingen het onderliggende regelsysteem niet beheersen. Enkel deze laatste verklaring is reeds grondig onderbouwd in de onderzoeksliteratuur

Deze problemen kunnen volgens de auteur aangepakt worden door:

  • in de taallessen meer in te gaan op de maatschappelijke en taalkundige relevantie van spelling
  • leerlingen hun teksten grondig te laten nalezen en verbeteren
  • leerlingen te leren omgaan met hulpmiddelen zoals spellingcorrectoren
  • spellingregels aan te leren en voldoende steun te bieden aan de leerlingen die het nodig hebben
Methode In het onderzoek wordt een synthese gegeven van resultaten van gestandaardiseerde toetsen (Cito-eindtoets basisonderwijs), inspectierapporten en landelijke peilingsproeven. Deze resultaten worden in verband gebracht met andere nationale en internationale onderzoeksdata. In deze studie worden er geen andere data verzameld.
  • Zelfcorrectie/ spellinggeweten/ spellingbewustzijn
  • Inprenting (auditief en visueel)
  • Regels leren
  • Analogie

Handreikingen

De website Opbrengstgericht spellen van SLO is bedoeld voor intern begeleiders, (taal)coördinatoren en/of schoolleiders van basisscholen die (meer) opbrengstgericht willen werken aan het spellingonderwijs.

De CED Groep heeft een leerlijn spelling ontwikkeld.

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Nederlands

Auteur(s)
Bonset, H. & Hoogeveen, M.
Jaar
2009

Auteur(s)
Berkel, S. van, Krom, R., Heesters, K., Schoot, F. van der, & Hemker, B.
Jaar
2008

Beschrijving
Hierin zijn verschillende onderzoeken beschreven die weergeven hoe het gesteld is met de spellingvaardigheden van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs.
Auteur(s)
Bonset, H.
Jaar
2010


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.