Onderpresteren en (hoog)begaafdheid

KNOW | bijgewerkt op 22 mei 2013

KPC Groep heeft in opdracht van het ministerie van OCW een driejarig onderzoek uitgevoerd waarin wordt ingezoomd op onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen in het havo/vwo.

Met de publicatie, waarin de resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen, willen de auteurs op een toegankelijke wijze de problematiek van onderpresteren belichten en handreikingen doen om het onderpresteren tegen te gaan ten einde de keuzeprocessen in de leerloopbaan van leerlingen optimaal te faciliteren.

Wat weten we?

Er zijn veel facetten van hoogbegaafdheid en onderpresteren onderzocht. Getracht is theoretische achtergronden (o.a. Mulder, Roeleveld & Vierke, 2007) met elkaar te verbinden om tot nieuwe inzichten te komen. Het lijkt dat onderpresteren voor een deel kan worden verklaard vanuit de drie psychologische basisbehoeften van de mens: competentie, relatie en autonomie. In het geval van onderpresteren worden deze basisbehoeften niet (geheel) beantwoord. Deze drie basisbehoeften hangen samen met de motivatie.

Onderzoek door KPC Groep op een aantal havo/vwo-scholen naar de vraag of leraren onderpresteren herkennen en zichzelf voldoende bekwaam voelen om onderpresteren tegen te gaan (Beek & De Boer, 2010) levert op dat slechts de helft van de respondenten met zekerheid weet aan te geven dat zij een onderpresteerder in de klas hebben gehad. Nagenoeg alle respondenten zouden over meer kennis van onderpresterende leerlingen willen beschikken, zowel op het gebied van signaleren als op het gebied van begeleiding. Ook ouders kunnen hoogbegaafdheid en onderpresteren signaleren en zouden hierover met de school van gedachten kunnen wisselen. Janson beschrijft een aantal stereotype gedragingen van ouders (Janson, 2006).

Dat betekent voor de praktijk

Uit onderzoek blijk dat voor een succesvolle aanpak van onderpresteren, aandacht voor minstens drie factoren van wezenlijk belang: motivatie, zelfregulatie en gevoel en emotie (affect). Motivatie en zelfregulering kunnen worden gestimuleerd door het bieden van uitdagingen. Het gevoel en de emotie kunnen worden aangesproken door te investeren in de relatie. Er zal door verschillende actoren aandacht moeten worden geschonken aan deze factoren. Dit betreft ouders, de leerlingen zelf en de school. Aandacht voor de drie factoren zal leiden tot een realistisch zelfbeeld, wat een voorwaarde is om de juiste (leerloopbaan)keuzes te kunnen maken.

Handreikingen

Er zijn nog geen handreikingen beschikbaar. Kent u een handreiking hierbij of heeft u er één ontwikkeld, dan staat hier binnenkort misschien uw bijdrage!

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.