Tweetalig onderwijs

lerarenredactie | bijgewerkt op 13 december 2017

Tweetalig onderwijs (TTO) houdt in dat bij niet-talenvakken, zoals geschiedenis of aardrijkskunde, een andere taal dan de moedertaal wordt gebruikt. In een tweetalige klas spreken docenten en leerlingen in principe dus geen Nederlands, maar de vreemde taal. TTO heeft twee belangrijke doelen: het vergroten van de taalbeheersing van leerlingen en het verkrijgen van een internationale oriëntatie. Het geeft leerlingen de mogelijkheid om de beheersing van een vreemde taal te leren op een near-native speaker niveau.
meisje kijkt naar begroeting in meer talen

Basiseisen TTO-school

De overheid heeft een aantal basiseisen voor een TTO-school vastgesteld:

  • maximaal vijftig procent van de lessen mag in een vreemde taal worden gegeven
  • TTO is kostenneutraal
  • TTO mag niet ten koste gaan van het Nederlands

Om ervoor te zorgen dat het taalaanbod zo divers mogelijk is moeten alle scholen in het TTO-curriculum tenminste één vak opnemen uit de volgende drie groepen:

  • Sociaal-maatschappelijke vakken
  • Natuurwetenschappelijke vakken
  • Creatieve vakken en bewegingsonderwijs

In principe kan ieder Nederlands kind tweetalig onderwijs volgen maar veel scholen hanteren wel een toelatingsprocedure, over het algemeen op basis van:

  • een Cito-toets score die past bij het gekozen onderwijstype;
  • een duidelijk positief advies van de basisschool;
  • een goede motivatie voor TTO die blijkt uit een selectiegesprek;
  • algemene taalvaardigheid van de leerling. 

Certificering

Het tweetalig onderwijs volgt het Nederlandse curriculum. Dat betekent dat TTO-leerlingen het reguliere Nederlandstalige eindexamen doen en ook een regulier Nederlands diploma krijgen. Daarnaast kunnen de leerlingen speciale certificaten halen om hun TTO-inspanningen te laten zien.

Bijlagen

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.