onderzoek
vo

Gedragsproblemen in het vo: knap lastig

Leerlingen met gedragsproblemen zijn van alle dag en komen voor op alle scholen. Het gaat hier om leerlingen die ingewikkeld en lastig gedrag vertonen waar de docent en de school geen of onvoldoende repertoire meer tegenover kan stellen om het gedrag te voorkomen, te verminderen of op te lossen. Bijna elke docenten loopt in de praktijk van alledag tegen gedragsproblemen aan. Deze leerlingen vormen het grootste probleem bij Passend Onderwijs. In dit artikel krijg je inzichten in welke verandering in mindset, werkwijze en organisatie nodig is zowel bij docenten, de schoolleiding als de zorgprofessionals, om werkelijk de gedragsproblemen te verminderen.

Wat weten we?

In de afgelopen jaren verliet 10% van de schoolgaande jeugd het voortgezet onderwijs zonder diploma. En nog eens 10% doet examen op een lager niveau, dat hen werd geadviseerd op basis van de Cito-score. Vaak zijn gedragsproblemen de oorzaak van deze uitval en afstroom.

Kees van der Wolf onderscheidt op basis van beschrijvingen van leraren 8 typen probleemgedragingen:

  1. Dwars, dwingend, onrustig, brutaal
  2. Agressief, dominant, niet sociaal, niet eerlijk, regels schendend
  3. Druk, ongeconcentreerd, overbeweeglijk, impulsief
  4. Wisselende buien, onvoorspelbaar, explosief, angstig, snel beledigd
  5. Weinig motivatie, slechte werkhouding, zwak presterend
  6. Moeilijk contact, niet communicatief, eenzijdig gericht
  7. Stil, gesloten, weinig aansluiting, angstig, passief, somber
  8. Onzeker, weinig zelfvertrouwen, faalangstig, dwangmatig

In tegenstelling wat vaak door docenten en schoolleiders wordt gezegd, blijkt uit geen enkel onderzoek, dat er een stijging is van het aantal jongeren met gedragsproblemen. Soms vinden onderzoekers zelfs een lichte daling.

Er zijn 2 manieren om naar gedragsproblemen te kijken. Deze manier van kijken bepaalt de manier van aanpak van gedragsproblemen, maar ook de organisatie in de school.

  1. Het medische model: de gedragsproblemen zit in de leerling en wordt opgelost door individuele extra zorg in en/of buiten de klas of zelfs buiten de school. Het zorgsysteem is zo ingericht dat leerlingen individueel worden behandeld door zorgspecialisten.
  2. Het interactieve model: de gedragsproblemen doen zich voor in de klas, in de interactie tussen docent en leerling en dienen ook daar opgelost te worden. Docent heeft invloed en is als eerste aan zet voor de preventie en aanpak van gedragsproblemen. De zorgprofessionals zijn gericht op de ondersteuning van de docent(en) hoe deze interactie te verbeteren zodat de gedragsproblemen zich minder voordoen dan wel dat ze er beter mee om kunnen gaan.

Dat betekent voor de praktijk

In een onderzoeksproject uitgevoerd door APS is onderzocht hoe de gedragsproblemen in het onderwijs substantieel verminderd kunnen worden. Een integrale benadering voor op de werkvloer leidde tot minder ervaren gedragsproblemen. Deze benadering bestaat uit eenvoudige in 4 stappen, maar vraagt wel om een mind shift. Namelijk dat je als docent altijd als eerste aan zet bent als je een gedragsprobleem tegenkomt.

KNOW_aps_ pyramide pavlov 1_3D

Stap 1.

De leerling zendt met zijn gedrag een boodschap uit, de docent signaleert dat. Hij schiet dus niet in een Pavlov-reactie: de reflex van de tegenaanval of de vlucht. De kunst is om erbij te blijven, te (blijven) observeren en van daaruit professioneel te handelen.

Stap 2.

De docent gaat na welke behoefte deze leerling heeft. Wat heeft deze leerling nodig om uit dit gedrag te komen? Denk aan duidelijke grenzen, een luisterend oor of misschien even een time-out. De vraag blijft: wat heeft deze leerling van mij nodig om zich verder te ontwikkelen?

Stap 3.

Als de docent niet meer weet hoe hij deze leerling kan bewegen tot ander gedrag, is er hulp. (van collega’s, van zorgprofessionals en van de schoolleiding). Het hoort bij de taak van de docent om zelf die hulp te vragen: wat heb ik nodig om deze leerling te kunnen ondersteunen?

Stap 4.

Het team, de zorgprofessionals en de schoolleiding zijn aan zet om deze docent ook werkelijk te ondersteunen. Zij organiseren deze hulp en monitoren wat er bij de leerlingen en docenten leeft en welke gedragsproblemen zich voordoen. En zij reflecteren dus ook op wat ze zelf doen aan het verminderen van gedragsproblemen.

Het klinkt eenvoudig, maar de praktijk is zoals gewoonlijk weerbarstig. De schoolleiding speelt in dezen een cruciale rol. Zij moeten de ‘guts’ hebben om deze houding en dit gedrag te eisen van de docenten, en de school zo organiseren dat de docent ook werkelijk de hulp krijgt die hij verdient, om zich bewust te worden van zijn Pavlov-reacties.

KNOW_aps_ pyramide pavlov

De schoolleiding dient ervoor te zorgen dat de verschillende actoren (team, schoolleiding en zorgprofessionals) zich naar de docent toe bewegen om samen de verantwoordelijkheid te nemen in het voorkomen van, dan wel beter omgaan met, gedragsproblemen in de klas.

Het ‘naar de docent toe bewegen’ betekent:

  • het team: de docent is niet alleen verantwoordelijk voor wat er in zijn eigen klas gebeurt, maar de docenten zijn er om er samen (als team) voor te zorgen dat in alle klassen een goede werksfeer heerst.
  • de zorgprofessionals: die eerst met de individuele zorgleerlingen apart werkten, komen nu vooral bij de docenten in de klas om samen te onderzoeken wat wél werkt bij een leerling.
  • de schoolleiding: die eerst bepaalde welke scholing de docent moest volgen, geeft de docent en team nu de kaders, de doelen en de ruimte om dat te bereiken.

Links

www.knaplastig-aps.blogspot.nl

Thema

Pedagogiek

Onderwerpen

Gedragsproblemen

Leren en samenwerken in een kring
Publicatie over hoe een kenniskring op te zetten, de succes- en faalfactoren en wat een kenniskring je kan opleveren

Auteur(s)
Wolf, K. van der & Beukering, T. van
Jaar
2009

Beschrijving
Inzichten, Publicatie: instrumenten en tips over gedragsproblemen, met een lach en een traan waarin je waarschijnlijk je eigen worsteling herkent met deze knaplastige pubers.
Auteur(s)
Janssen, G
Jaar
2010

Beschrijving
over hoe een kenniskring op te zetten, de succes- en faalfactoren en wat een kenniskring je kan opleveren
Auteur(s)
Donselaar, D. Van, Hamstra, J, Kok H., Oldenbeuving, H., Sanders, M
Jaar
2011

Auteur(s)
Amsing, M. & Sontag, L
Jaar
2013


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.