onderzoek
vo

Schrijfonderwijs op de middelbare school

Schrijven is in het hele voortgezet onderwijs een belangrijk domein. Leerlingen krijgen er met name in de zaakvakken veel mee te maken. De producten die zij opleveren spelen niet alleen een rol in hun leerproces, maar zijn vaak ook (onderdeel van) een beoordeling: wat ze schrijven levert een punt op. Ondanks het belang van schrijven in het voortgezet onderwijs, is het onderzoek ernaar de laatste decennia sterk afgenomen.

In de reviewstudie ‘Het schoolvak Nederlands opnieuw onderzocht’ (SLO, 2008, hoofdstuk 4) wordt het onderzoek naar het domein schrijven uitputtend geïnventariseerd en besproken. Uit de review komt naar voren dat de hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek naar schrijfonderwijs in het voortgezet onderwijs de laatste twintig jaar sterk is afgenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. Het meest verricht is onderzoek naar onderwijsleeractiviteiten, met name descriptief en effectonderzoek.

Schrijfonderwijs in het vo heeft onvoldoende basis

Uit de review wordt duidelijk dat er geen empirische basis is voor de huidige kerndoelen en eindtermen voor schrijfonderwijs, zoals omschreven voor de onderbouw en in de examenprogramma’s vmbo en havo/vwo. Hetzelfde geldt voor de recente gewenste niveauomschrijvingen in het kader van doorlopende leerlijnen in publicaties als Raamwerk Nederlands (Bohnenn e.a., 2007) en Over de drempels met taal (Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal, 2008).

Evenmin kennen we de behoeften van de leerlingen zelf aan schrijfvaardigheid. Dit in taalsituaties buiten de school en bij andere vakken of leergebieden binnen de school. Ook weten we onvoldoende welke tekorten aan schrijfvaardigheid zij in die situaties ervaren. Dat verhindert een goede afstemming van het schrijfonderwijs bij Nederlands op die taalsituaties, en dus ook de nodige transfer.

Het belang van procesgericht schrijfonderwijs

Eerder descriptief onderzoek wees uit dat de praktijk van het schrijfonderwijs eerder schools-functioneel en productgericht was dan communicatief en procesgericht. Dit ondanks alle geïntroduceerde vernieuwende didactieken, die voornamelijk effect bleken te hebben op de retoriek van docenten. Recenter onderzoek wijst uit dat dit beeld in positieve zin is gewijzigd: ook in de praktijk zijn nu elementen van communicatief en procesgericht schrijfonderwijs aanwezig.

Het relatief weinige construerend onderzoek dat verricht is, laat zien dat leerlingen van huis uit weinig geneigd zijn procesgericht te werk te gaan bij de aanpak van schrijfopdrachten. Zelfs als deze opdrachten hen in procesgerichte richting sturen. Om leerlingen aan te zetten tot reflectie op hun schrijftaak blijkt een intensieve ondersteuning noodzakelijk.

Effectonderzoek van eind vorige eeuw gaf indicaties dat procesgerichte schrijfdidactieken positief bijdragen aan de schrijfvaardigheid van leerlingen. In de tien jaar erna is relatief veel effectonderzoek verricht, dat deze indicaties bevestigde op twee punten: leren door observeren van andere schrijvers, en computerondersteuning bij het schrijven. Het lijkt erop dat we hier met twee ‘evidence-based’ aanpakken van het schrijfonderwijs te maken hebben.

Schrijfonderwijs in de praktijk

Observerend leren (ook wel sociaal leren of ‘modeling’) in het schrijfonderwijs is een effectieve instructievorm. Het stimuleert leerlingen om ‘uit de schrijftaak te stappen’ en aandacht te besteden aan reflectie op de schrijftaak. Het leidt tot meer metacognitieve activiteiten in het begin van het schrijfproces en meer uitvoerende activiteiten daarna. Observatie met reflectie op een zwak model is het meest effectief voor zwakke leerlingen en observatie met reflectie op een goed model voor goede leerlingen (Braaksma e.a., 2007; Braaksma e.a., 2004).

Computerondersteund schrijfonderwijs heeft volgens een meta-analyse van onderzoek een middelmatig groot effect. Dit geldt vooral voor programma’s die bedoeld zijn voor voorbereidende activiteiten of revisie. Programma’s die zich richten op het narratieve genre hebben een kleiner effect dan programma’s voor andere genres (Van Schooten e.a., 2004).

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Nederlands

Auteur(s)
Bonset, H. & M. Braaksma
Jaar
2008

Auteur(s)
Bohnenn
Jaar
2007

Auteur(s)
SLO
Jaar
2008

Beschrijving
Cognition and Instruction, 22(1), 1-36.
Auteur(s)
Braaksma, M. A. H., Rijlaarsdam, G., Bergh, H. van den & Hout- Wolters, B. H. A. M. van
Jaar
2004

Beschrijving
Levende Talen Tijdschrift, 8 (4), 3-15.
Auteur(s)
Braaksma, M., Rijlaarsdam, G., Bergh, H. van den & Hout-Wolters, B. van
Jaar
2007

Beschrijving
Cognition and Instruction, 22(1), 1-36.
Auteur(s)
Braaksma, M. A. H., Rijlaarsdam, G., Bergh, H. van den & Hout- Wolters, B. H. A. M. van
Jaar
2004

Beschrijving
Levende Talen Tijdschrift, 4, 24-38.
Auteur(s)
Schooten, E. van, Fukkink, R., & Glopper, K. de
Jaar
2004


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.