Schrijfonderwijs op de middelbare school

KNOW | bijgewerkt op 13 maart 2012

Schrijven is in het hele voortgezet onderwijs een belangrijk domein waar studenten met name ook in de zaakvakken veel mee geconfronteerd worden. De producten die ze opleveren, spelen niet alleen een rol in hun leerproces, maar worden vaak ook gebruikt als (onderdeel van) een beoordeling: wat je schrijft levert een punt op. Ondanks het belang van schrijven voor het VO is er de laatste twintig jaar een sterke afname in het onderzoek ernaar te zien.

Wat weten we?

(Te) weinig empirie rond het schrijfonderwijs in het VO
In de reviewstudie ‘Het schoolvak Nederlands opnieuw onderzocht’ (SLO, 2008, hoofdstuk 4) wordt het onderzoek naar het domein schrijven uitputtend geïnventariseerd en besproken. Uit de review komt naar voren dat de hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek naar schrijfonderwijs in het VO de laatste 20 jaar sterk afgenomen is ten opzichte van de jaren daarvoor. Onderzoek naar onderwijsleeractiviteiten zijn het meest verricht, met name descriptief- en effectonderzoek.

Een netelige kwestie rond schrijfonderwijs die uit de review duidelijk wordt, is dat er geen empirische basis is voor de huidige kerndoelen en eindtermen voor schrijfonderwijs, zoals omschreven voor de onderbouw en in de examenprogramma’s vmbo en havo/vwo. Hetzelfde geldt voor de recente gewenste niveauomschrijvingen in het kader van doorlopende leerlijnen in publicaties als Raamwerk Nederlands (Bohnenn e.a., 2007) en Over de drempels met taal (Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal, 2008).

Al evenmin kennen we de behoeften van de leerlingen zelf aan schrijfvaardigheid in taalsituaties buiten de school en bij andere vakken of leergebieden binnen de school, en de tekorten aan schrijfvaardigheid die zij in die situaties ervaren. Dat verhindert een goede afstemming van het schrijfonderwijs bij Nederlands op die taalsituaties, en dus ook de nodige transfer.

Belang en didactiek van procesgericht schrijfonderwijs in het VO
Het descriptieve onderzoek wees uit dat de praktijk van het schrijfonderwijs eerder schools-functioneel en productgericht was dan communicatief en procesgericht, ondanks alle geïntroduceerde vernieuwende didactieken, die voornamelijk effect bleken te hebben op de retoriek van docenten. Onderzoek uit de periode na 1997 wijst uit dat dit beeld in positieve zin is gewijzigd: ook in de praktijk zijn nu elementen van communicatief en procesgericht schrijfonderwijs aanwezig.

Het relatief weinige construerend onderzoek dat verricht is, laat zien dat leerlingen van huis uit weinig geneigd zijn procesgericht te werk te gaan bij de aanpak van schrijfopdrachten, zelfs als deze hen in procesgerichte richting sturen. Om hen aan te zetten tot reflectie op hun schrijftaak blijkt een intensieve ondersteuning bij het schrijven noodzakelijk.

Het effectonderzoek uit de periode voor 1997 gaf indicaties dat procesgerichte schrijfdidactieken positief bijdragen aan de schrijfvaardigheidsontwikkeling en de schrijfprestaties van leerlingen. In de periode 1997-2007 is relatief veel effectonderzoek verricht, dat een bevestiging opleverde van het bovenstaande op twee punten: leren door observeren van andere schrijvers, en computerondersteuning bij het schrijven. Het lijkt erop dat we hier met twee “evidencebased” aanpakken van het schrijfonderwijs te maken hebben.

Dat betekent voor de praktijk

Observerend leren in het schrijfonderwijs is een effectieve instructievorm om leerlingen te stimuleren uit de schrijftaak te stappen en aandacht te besteden aan reflectie op de schrijftaak: het leidt tot meer metacognitieve activiteiten in het begin van het schrijfproces en meer uitvoerende activiteiten daarna. Observatie met de reflectie op een zwak model is het meest effectief voor zwakke leerlingen en observatie met de reflectie op een goed model voor goede leerlingen (Braaksma e.a., 2007; Braaksma e.a., 2004).

Computerondersteund schrijfonderwijs heeft blijkens een meta-analyse van onderzoek een middelmatig groot effect. Dit geldt vooral voor programma’s die bedoeld zijn voor voorbereidende activiteiten of revisie en voor programma’s die zich richten op het narratieve genre minder dan voor programma’s voor andere genres (Van Schooten e.a., 2004).

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.