Leesstrategieën begrijpend lezen vmbo

Kennisrotonde | bijgewerkt op 12 augustus 2016

Goed leesonderwijs bevordert de woordenschat en de achtergrondkennis van zwakke lezers in het voortgezet onderwijs, en hun leesmotivatie. Daarnaast moet het bijdragen aan actieve kennis- en begripsconstructie door leerlingen strategieën aan te leren die het leesbegrip monitoren en sturen, door met hen te praten over teksten en boeken en door ze over teksten te laten schrijven.

Het niveau van technisch lezen is voor een substantieel deel van de leerlingen (bijna een kwart) in het vmbo te laag om de schoolboekteksten te kunnen begrijpen. Uit de onderzoeksliteratuur blijkt dat leesbegrip tot stand komt door een samenspel van factoren. Om het leesbegrip van leerlingen te bevorderen, moet het onderwijs aan elk van deze factoren aandacht besteden.

Empirische onderzoeksliteratuur laat volgens Vernooy (2007) zien dat er drie onderliggende vaardigheden voor begrijpend lezen zijn: de mate waarin de lezer vlot kan lezen, zijn woordenschat en leesstrategieën toepassen. Vooral vlot kunnen lezen en woordenschat zijn sterk beïnvloedende factoren van het begrijpend lezen.

Hoewel uit onderzoek blijkt dat in het voortgezet onderwijs er minder verband bestaat tussen vlot lezen en begrijpend lezen dan in het primair onderwijs, blijft voldoende vloeiend kunnen lezen een voorwaarde voor leesbegrip. Het technisch leesniveau moet dan ook op orde zijn om zinvol begrijpend leesonderwijs te kunnen geven.

Welke leesstrategieën zijn het effectiefst?

Verder laat onderzoek zien dat het toepassen van leesstrategieën op alle onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs positief verband houdt met begrijpend lezen. Het meest geldt dat voor de volgende strategieën:

  • gebruikmaken van structuurmarkerende verbindingswoorden (scharnierwoorden)
  • begin en einde van alinea’s lezen om tekstinhoud te voorspellen
  • passages met hoge informatieve waarde zoeken en onderstrepen (sleutelfragmenten)
  • voorspellen van tekstinhouden aan de hand van titels, kopjes en dergelijke (koppen snellen)

Leerlingen met leesweerstand begeleiden

Een grote groep leerlingen in het vmbo heeft een weerstand tegen lezen. Nielen e.a. (2015) laten zien dat in het eerste leerjaar van het vmbo tweederde van de leerlingen niet of nooit leest. Op de basisschool ligt dit percentage veel lager (17%) en ook in het havo/vwo (7%). Zij veronderstellen dat een deel van de vmbo-ers een emotionele weerstand heeft opgebouwd tegen lezen. Deze leerlingen moeten hun angst voor lezen overwinnen en afleren om lezen als object van angst te zien. Daarvoor hebben ze waarschijnlijk begeleiding nodig.

Het begrijpend leesonderwijs zelf dient uit twee componenten te bestaan:

  1. Het opbouwen van achtergrondkennis van de leerlingen (en dus ook woordenschat) en aansluiten bij de motivatie van de leerlingen, door de leerlingen boeken naar eigen keuze te laten lezen over thema’s die aansluiten bij de thema’s uit de zaakvakken. Stillezen vormt daarmee een essentieel onderdeel van begrijpend leesonderwijs.
  2. Het bijdragen aan actieve kennis- en begripsconstructie van de leerlingen door a. het aanleren van strategieën die het leesbegrip monitoren en sturen, b. door met de leerlingen te praten over teksten en boeken en c. de leerlingen te laten schrijven over hetgeen ze gelezen hebben.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Thoni Houtveen, Sjerp van der Ploeg en Frans Ronteltap.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.