Vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto)

lerarenredactie | bijgewerkt op 22 november 2016

Vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) houdt in dat basisscholen hun leerlingen (meestal vanaf de kleutergroepen) extra uren Engels, Duits, Frans of Spaans geven. Deze onderwijsvernieuwing wordt in Nederland en in heel Europa steeds populairder. De Europese Unie streeft er zelfs naar om alle Europeanen op een zo vroeg mogelijke leeftijd twee talen te laten leren. In ons land maakt het Nuffic zich sterk voor internationalisering van leerlingen door middel van vvto.

Op jonge leeftijd talen leren
Er is een aantal voordelen van het leren van een extra taal op een jonge leeftijd. Op de eerste plaats hebben jonge kinderen nog geen moeite met het uitspreken van bepaalde klanken, ze pakken de uitspraak van een vreemde taal dan ook makkelijk op. Daarnaast worden de taalgebieden in de hersenen van kleuters extra gestimuleerd bij het leren van een taal.

Hier hebben ze bij hun eerste taal, maar ook later bij het leren van andere talen, voordeel van. Het derde voordeel van het vroeg aanleren van een vreemde taal is het feit dat jonge leerlingen spelenderwijs in aanraking komen met een vreemde taal, waardoor ze vooral met plezier een nieuwe taal leren. Om de effectiviteit van dit vroege onderwijs te garanderen, is het wel belangrijk dat er een doorlopende leerlijn wordt gehanteerd op school. De kans op taalverlies is namelijk groot op jonge leeftijd.

Beginnen met vvto
Voor een school is het onderwijzen van vreemde talen op een vroege leeftijd, een mooie manier om zich te profileren, tevens kan het een impuls zijn voor internationale contacten en samenwerking. Om ervoor te zorgen dat de talen daadwerkelijk deel ingebed zijn in het onderwijsaanbod, is het voor schooldirecties belangrijk om het onderwijzen van de taal actief te ondersteunen. Er zijn twee mogelijkheden om vroeg vreemde taal onderwijs te geven.

Een school kan ervoor kiezen om een speciale vakleraar aan te stellen die de taallessen geeft, vaak is dat een native speaker. Op de Europaschool in Amsterdam wordt elke taal gegeven door hun eigen vakleraar. De tweede mogelijkheid is om de reguliere leraar de taalles te laten verzorgen; zoals is te zien in deze video, waarin de leraren op school de Bösdael intensieve cursus Duits volgden, zodat zij zelf hun groep kunnen onderwijzen.

Native speaker of gewone juf?
De keuze voor één van de twee methodes is uiteraard aan de school zelf. Er zijn voor beide methodes voor- en nadelen te benoemen:

  • Leraren die zijn opgeleid voor het basisonderwijs hebben als belangrijk pluspunt dat ze onderdeel zijn van de schoolcultuur, kennis en ervaring hebben in alle leergebieden  op school en weten wat kinderen wel en niet aan kunnen.
  • Bovendien kunnen zij op verschillende momenten gedurende een schooldag de vreemde taal gebruiken, waardoor er sprake is van een maximale leertijd.
  • De gespecialiseerde taalleraren hebben als voordeel dat ze de doeltaal vloeiend beheersen, maar als zij afkomstig zijn vanuit opleidingen voor het voortgezet onderwijs, bestaat het risico dat zij ongeschikte onderwijsmethoden gebruiken.

Voor beide methodes geldt dat de leraren op een behoorlijk niveau de doeltaal behoren te spreken en dat ze de didactiek van talenonderwijs aan jonge kinderen onder de knie hebben. Er zijn ook scholen die de twee methodes combineren. Op Basisschool St. Aloysius wordt er Frans gegeven; in eerste instantie doet ‘de Franse juf’ dat, maar langzaam neemt de groepsleraar dat over.

Starten met vvto
Zin gekregen om te beginnen met het onderwijzen van vroeg vreemde talen op school? Meer informatie vind je op de site van het Nuffic.

bijlagen

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.