onderzoek
vo

Literatuuronderwijs in het vo

Literatuuronderwijs wordt over de volle lengte en breedte van het voortgezet onderwijs veelvuldig onderzocht. Belangrijke conclusies op het vlak van attitude en leesbeleving zijn dat jongeren steeds minder lezen in hun vrije tijd en dat ze lezen steeds minder leuk vinden, terwijl het belang van lezen in de huidige informatiemaatschappij niet is afgenomen. Voor de taalzwakkere leerlingen is het lezen van boeken in de vrije tijd van belang voor het onderhouden van de (technische) leesvaardigheid.

De leesattitude wordt in sterke mate bepaald door de factoren geslacht, leeftijd, milieu, stimulans vanuit de omgeving en persoonlijke behoefte aan fantasie en reflectie, factoren waarvan een deel niet en een ander deel moeilijk te beïnvloeden is. Leesbeleving verschilt tussen jongens en meisjes (minder respectievelijk meer), frequente en niet-frequente lezers (meer respectievelijk minder), lezen in de vrije tijd en lezen voor school (positiever respectievelijk negatiever) en per individuele leerling.

Wat weten we?

Er is relatief veel onderzoek gedaan naar literatuuronderwijs in het vo. In de reviewstudie Het schoolvak Nederlands opnieuw onderzocht (SLO, 2008) wordt daar een uitgebreide analyse van gegeven. Het verdient aanbeveling dit document zelf (hoofdstuk 2) en de daarin genoemde bronnen te raadplegen om de diverse onderzoekslijnen en doelgroepen in dit onderzoek in beeld te krijgen. Hieronder kan slechts een weergave van de belangrijkste bevindingen worden gegeven:

  • Leesattitude, vooral in de zin van het plezier dat leerlingen hebben in lezen, is een doorslaggevende factor in het leesgedrag (leesfrequentie, bibliotheekbezoek) van leerlingen.
  • De pleziergerichte component van de leesattitude is de belangrijkste voorspeller van leesfrequentie en van bibliotheekbezoek. De nutgerichte component van leesattitude hangt hiermee beduidend lager samen.
  • Leesattitude staat voornamelijk onder invloed van het geslacht: meisjes scoren hierop positiever dan jongens. Dit hangt samen met een eerdere ego-ontwikkeling en een hoger niveau van reflectie bij meisjes.
  • Scores op leesattitude en literaire respons worden negatiever naarmate leerlingen ouder worden. Dit proces verloopt trager bij meisjes, leerlingen uit hoogopgeleide en cultureel hoogstaande milieus, leerlingen die meer lezen in hun vrije tijd en leerlingen met een grotere woordenschat. Daarnaast wordt de afname geremd door vooral tekstervarend literatuuronderwijs.
  • Er is een sterke samenhang tussen persoonlijkheid enerzijds en cultureel gedrag en leesattitude anderzijds: leerlingen met een sterke behoefte aan fantasie en reflectie participeren vaker in cultuur en hebben een positievere leesattitude.
  • Liefhebbers van boeken hebben een sterkere behoefte aan kennis, fantasie en reflectie, worden door ouders, docenten en vrienden meer gestimuleerd tot lezen, zijn daar ook beter in en hebben een grotere kennis van het boekenaanbod.
  • Leesattitude bepaalt bij vmbo-leerlingen in sterkere mate het leesgedrag dan leesvaardigheid. Vooral de hedonistische component van de leesattitude (plezier in lezen) heeft een sterke invloed op het leesgedrag.
  • De meeste vmbo-leerlingen vinden lezen wel een plezierige, maar ook een vermoeiende activiteit. Meer vmbo-meisjes dan -jongens ervaren verbeeldingsprocessen tijdens het lezen.
  • Leerlingen in havo en vwo ervaren een duidelijk verschil qua leesbeleving tussen lezen in de vrije tijd en lezen voor school, waarbij het eerste positiever gewaardeerd wordt.
  • Leeszwakke leerlingen (met een lage leesattitude en een lage leesvaardigheid) in het vmbo krijgen een kleinere verandering in leesattitude na het doorlopen van een leesinterventie dan leessterke leerlingen, zodat het verschil tussen beide met het doorlopen van het onderwijs toeneemt.
  • Een didactiek waarbij leerlingen gestimuleerd worden zelf vragen te stellen bij literaire verhalen is effectief voor leerlingen in de bovenbouw van havo en vwo, vooral voor degenen die niet of nauwelijks lezen. Ze wordt gewaardeerd door zowel leraren als leerlingen.
  • Zelf genereren van vragen bij verhalen door leerlingen heeft een positiever effect op hun verhaalwaardering dan een aanpak waarbij vragen worden aangeboden, of een aanpak waarbij leerlingen gestuurd worden in de vragen die zij over verhalen stellen.

Het beschrijvende, descriptieve onderzoek in de periode 1997-2007 is vooral gericht geweest op de implementatie van vernieuwende aanpakken of elementen in het literatuuronderwijs. Het laat verschillende aanzetten tot vakinhoudelijke vernieuwing zien, zowel in de onderbouw (verbreed aanbod van fictie via strips, populaire fictie, niet-schriftelijke fictie) als in de bovenbouw (verbreed aanbod van fictie via adolescentenromans en multiculturele teksten). In zowel onderbouw als bovenbouw laat het ook een toegenomen aandacht zien voor emotionele betrokkenheid, tekstervaring, literaire ontwikkeling, kortom voor de leerling en zijn leesproces.

Vernieuwende projecten als Bazar en De Jonge Jury, gestart in deze periode, worden door zowel leerlingen als docenten gewaardeerd. Tegelijk wordt uit het onderzoek duidelijk dat de spanning tussen retoriek (de ideeën en voornemens van de docenten) en praktijk nog steeds actueel is, gezien het verschil in aandacht voor jeugdliteratuur tussen groep acht en klas een, de afwezigheid van boeken van allochtone schrijvers op literatuurlijsten in de bovenbouw van havo en vwo en in “witte” vmbo-klassen, en de reserve van docenten ten opzichte van adolescentenromans in diezelfde bovenbouw.

DUO Market Research heeft in opdracht van Stichting Lezen onderzoek gedaan naar de positie van jeugdliteratuur in het voortgezet onderwijs. Het doel van dit onderzoek is meer inzicht krijgen in de plaats die jeugdliteratuur inneemt binnen het vak Nederlands in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Naast een beperkt kwalitatief onderzoek zijn docenten en sectieleiders Nederlands ondervraagd. In het onderzoek is gekeken welke plaats jeugdliteratuur inneemt in de methode Nederlands, hoeveel tijd er wordt besteed aan jeugdliteratuur, hoe deze tijd wordt ingevuld en er zijn vragen gesteld over hoeveel belang docenten hechten aan aandacht voor jeugdliteratuur en welke bronnen ze naast de methode gebruiken om jeugdliteratuur te doceren.

Dat betekent voor de praktijk

Stokmans, 2009 (zie ook Stokmans, 2007) heeft gekeken naar de effecten van het leesbevorderingsprogramma Bazar. Het bestaat uit een vijftigtal modules voor fictie- en leesonderwijs speciaal ontwikkeld voor het vmbo.

De resultaten wijzen erop dat leesvaardigheid en leeservaringen tijdens het onderwijs kunnen leiden tot een verandering in leesattitude. Zowel de leesattitude als de leesvaardigheid sturen de leeservaringen. Een les die interessant is (plezierig, leerzaam en niet te gemakkelijk) blijkt niet voor iedere leerling even effectief. Een lage leesvaardigheid en een negatieve leesattitude aan het begin van de les, vormen een belemmering voor het veranderen van de leesattitude. Leerlingen die al zwakker zijn, krijgen een steeds grotere achterstand. De afstand tussen meest sterke en meest zwakke leerling neemt alleen maar toe, naarmate men de opleiding verder volgt.

De Stichting Lezen is door het ministerie van OCW is aangewezen als landelijk platform voor leesbevordering. De site geeft een brede kijk op zowel onderzoek als implementatie en ondersteuning op dit gebied. De Stichting Lezen heeft daartoe ook een aantal ondersteunende platforms naar onderwerp of onderwijssector ingericht.

Handreikingen

Speciaal voor de leerlingen in het vmbo heeft Stichting Lezen Bazar samengesteld. Bazar is een doorlopend leesbevorderingsproject voor het vmbo. Het project wil vmbo-leerlingen in alle leerjaren bereiken via een longitudinale en structurele aanpak. Doelstelling van Bazar is om de belangstelling voor fictie en non-fictie te stimuleren. Leerlingen moeten hier uiteindelijk meer leesplezier door krijgen en als gevolg daarvan meer gaan lezen.

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Nederlands

Auteur(s)
Bonset, H. & M. Braaksma
Jaar
2008

Auteur(s)
DUO Research
Jaar
2009

Beschrijving
Het artikel draait om de vraag of het literatuuronderwijs invloed heeft op de leeservaringen van leerlingen en uiteindelijk op de verandering in hun leesattitude.
Auteur(s)
Stokmans, M.
Jaar
2009

Beschrijving
In deze studie staat de effectiviteit van een aantal modules van Bazar, een leesbevorderingproject voor het vmbo, centraal.
Auteur(s)
Stokmans, M.
Jaar
2007


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.