Governance

KNOW | bijgewerkt op 29 november 2013

Governance gaat over hoe het onderwijs zo optimaal mogelijk bestuurd kan worden (integer en transparant handelen) en over goed toezicht hierop (en verantwoording afleggen over het uitgevoerde toezicht). In de keten van verantwoordelijkheden worden de rollen van sturen, beheersen, toezicht houden en verantwoorden helder onderscheiden. Daarin spelen bestuur en toezichthouder hun rol in relatie tot de belanghebbenden van het onderwijs.

Wat weten we?

Governance is het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden van een organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van doelstellingen, alsmede het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van interne belanghebbenden (ouders, leerlingen, personeel) en externe belanghebbenden (ketenpartners, overheid, brede publiek). Het gaat bij ‘governance’ dus zowel om de interne werking (het opstellen van regels voor goed bestuur die richting geven aan de veranderingen binnen de sector: sturen en beheersen) als de externe werking (reageren op maatschappelijke beweging, opdat de sector zich verantwoordt, transparant gedrag vertoont en integriteit handhaaft en/of bevordert: verantwoorden en toezicht houden).

Governancemodel van Bossert
Bij ‘good governance’ zijn belangrijke ingrediënten:

  • de introductie van algemene wettelijke zorgplichten voor goed bestuur en goed onderwijs;
  • het voorschrijven van een scheiding tussen bestuur en intern toezicht in elke onderwijsorganisatie;
  • de institutionalisering van proportioneel inspectietoezicht;
  • de stimulering van schoolpersoneel, en hun bestuurlijke organen, tot heldere communicatie met en verantwoording aan de directe belanghebbenden en omgeving (horizontale verantwoording);
  • de introductie van effectieve en ingrijpende sancties in het geval bepaalde scholen in ernstige mate op bestuurlijk of inhoudelijk vlak tekortschieten.

Het schoolbestuur en het interne toezichtorgaan zijn er samen verantwoordelijk voor dat scholen adequate leerresultaten boeken (deugdelijkheidseisen), dat medewerkers zich optimaal kunnen ontwikkelen en dat medewerkers onder optimale omstandigheden hun bijdrage aan de organisatieprocessen kunnen leveren. De Onderwijsinspectie en de Auditdienst van het ministerie van OCW zien (met geïntegreerd toezicht) toe op de kwaliteit van de verticale verantwoording; aan de belanghebbenden (leerlingen, deelnemers, studenten en ouders, maar ook de maatschappelijke omgeving zoals instellingen van vervolgonderwijs, van jeugdzorg en het lokale of regionale bedrijfsleven) wordt horizontaal verantwoording afgelegd. Met de Meervoudige Publieke Verantwoording (MPV) wordt invulling gegeven aan de draagvlakfunctie (legitimiteit van bestuurlijk handelen), leer- en verbeterfunctie en rekenschapsfunctie.

Met de Wet goed onderwijs, goed bestuur en de sectorcodes wordt governance binnen de onderwijssector ingericht.

Meer informatie staat in de Wet van 4 februari 2010 en het Besluit van 1 juli 2010.

Dat betekent voor de praktijk

Besturen in het onderwijs hebben met de Wet Goed onderwijs, goed bestuur een scheiding tussen de bestuurlijke en de toezichthoudende rol aangebracht. Het bestuur stuurt, beheert en legt intern en extern verantwoording af over de wijze waarop ze de organisatie inricht, de kwaliteit van het onderwijs bewaakt en het personeel in staat stelt goed onderwijs te geven. De interne toezichthouder houdt toezicht op het bestuur. De Inspectie van het onderwijs en de Accountantsdienst van het ministerie van OCW vullen namens de minister het extern toezicht in.

Handreikingen

Centrale vragen waarvoor bestuur en toezichthouder staan zijn volgens Minderman (2012):

  • heeft het bestuur voldoende mogelijkheden het beleid richting te geven (sturen)?
  • heeft het bestuur voldoende zekerheden dat de beleidsuitvoering de beleidsdoelstellingen realiseert (beheersen)?
  • heeft het bestuur voldoende mogelijkheden om er op toe te zien dat de doelstellingen worden gerealiseerd en kan hij/zij corrigeren (toezicht)?
  • legt het bestuur over het halen van de beleidsdoelstellingen (helder en transparant) verantwoording af aan het parlement (verantwoorden)?

De sectorcodes van goed bestuur geven aan hoe besturen dienen te handelen en invulling dienen te geven aan het goed bestuur, volgens het principe ‘pas toe of leg uit’.

Voor het thema ‘goed bestuur’ en ‘goed toezicht’ worden handleidingen voor governance gegeven.

Sectorale informatie staat op de websites van de PO-Raad, de VO-raad en de MBO Raad.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.