onderzoek
vo

Community-of-practice

Het door schoolleiders gemaakte leerbeleid (formeel leerbeleid) leidt soms tot resultaten, maar vaak ook niet. Als alternatief voor formeel leerbeleid kunnen informele netwerken ontstaan waarin wordt geleerd, kennis gedeeld en aan vernieuwing wordt gewerkt: communities-of-practice (CoP). Hierin gaat het om natuurlijke en gemeenschappelijke leerprocessen van leraren en om de vraag hoe je dat leren kunt cultiveren; hoe je leraren écht kunt laten leren.

Wat weten we?

Allerlei ‘kundigen’ bepleiten de ontwikkeling van communities-of-practice om het leervermogen, de kennisproductiviteit en de innovatiekracht van organisaties te vergroten. De onderzoekers Lave en Wenger (1991) waren geïnteresseerd in het leren in verbanden, zoals het leren van gezellen en het leren in beroepsverbanden. Zij ontwikkelden de leertheorie ‘situated learning’. Zij zien leren als een proces van sociale participatie waarbij het gaat om het ontwikkelen van geschikte sociale betrekkingen. Sociale interactie is de kritieke factor van gesitueerd leren. Lerenden raken verbonden met een gemeenschap door de verwerving van specifieke normen en waarden, kennis en ervaring en gedrag.

Een community-of practice is een groep mensen die een belang, een vraagstuk of een passie voor een bepaald onderwerp deelt en die kennis en expertise op dit gebied verdiept door voortdurend met elkaar te interacteren (Wenger, 1998). Wenger onderscheidt drie dimensies in de ontwikkeling van een community-of-practice: wat is het, hoe functioneert het en wat produceert het? De communities zouden de leertijd van nieuwe werknemers reduceren, zorgen dat sneller tegemoet wordt gekomen aan de wensen van klanten, dubbel werk verminderen, voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden en zorgen voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën voor producten en diensten.

Maarten de Laat (2006)

onderzocht diverse vormen van gezamenlijk leren in netwerken. Hij maakt daarbij onderscheid tussen leren in sociale interacties (gezamenlijk leerproces, uitkomst voor het individu) en collectief leren (gezamenlijk leerproces, gezamenlijk resultaat). Collectief leren in gemeenschappen is interessant voor organisaties omdat het inspeelt op actuele thema’s, bottom-up georganiseerd en zelfgestuurd is, en aansluit bij de ervaringen en activiteiten van medewerkers in de dagelijkse praktijk. Hij onderzocht ook het leren in netwerken in hoger onderwijs. Dat bleek vaak docentgestuurd te zijn. Het leren kan wel meer gemeenschapsgestuurd worden. Hij werkt een aantal richtlijnen uit voor een meer gemeenschapsgestuurde benadering van leren.

Referenties

  • Lave, J. & Wenger, E. (1991) Situated Learning: Legitimate Peripheral Participation. Cambridge: CambridgeUniversity PressDe auteurs ontwikkelden een alternatieve leertheorie: situated learning. Sociale interactie is de kritieke factor van gesitueerd leren. Zij noemen dit leerproces ‘legitimate peripheral learning’. Lerenden raken geleidelijk verbonden met een gemeenschap door verwerving van bijvoorbeeld kennis en ervaring, gedrag.
  • Wenger, E. (1998) Communities-of practice: Learning, Meaning and Identity. Cambridge: Cambridge University Press

    Wenger onderscheidt drie dimensies in de ontwikkeling van een community-of-practice: wat is het; hoe functioneert het; wat produceert het. Het reduceert de leertijd van nieuwe werknemers, vermindert dubbel werk, bevordert de ontwikkeling van nieuwe ideeën, enzovoort.

  • Laat, M. de (2006) Networked learning. Proefschrift Universiteit Utrecht. Politieacademie, Apeldoorn

    Proefschrift met als centrale vraag: Hoe leren deelnemers van communities met elkaar in netwerken? Er wordt onderscheid gemaakt tussen leren in sociale interacties (gezamenlijk leerproces, individueel resultaat) en collectief leren (gezamenlijk leerproces, gezamenlijk resultaat). Conclusie: dit leren is interessant voor organisaties.

Dat betekent voor de praktijk

Op allerlei manieren wordt geprobeerd om leraren tot leren te bewegen, bijvoorbeeld door strategisch personeelsbeleid, persoonlijke ontwikkelingsplannen, coachingstrajecten. Lang niet al deze maatregelen worden door docenten gewaardeerd. Als alternatief voor formeel leerbeleid kunnen informele netwerken ontstaan waarin wordt geleerd, waar kennis wordt gedeeld en waarin aan vernieuwing wordt gewerkt. Ze worden wel communities-of-practice genoemd.

In dit onderzoek naar leren in gemeenschap gaat het om natuurlijke en gemeenschappelijke leerprocessen van leraren en om de vraag hoe je dat leren kunt cultiveren; hoe je leraren écht kunt laten leren.

Drie gevalsstudies geven inzicht in natuurlijke en gemeenschappelijke leerprocessen. Daarnaast wordt ingegaan op de belangstelling voor communities-of-practice: de kenmerken, de theorie van ‘gesitueerd leren’ dat als de motor van communities-of-practice wordt beschouwd, de toegevoegde waarde voor de professionalisering en leren in scholen en de basisprincipes voor het functioneren van communities-of-practice.

Tenslotte wordt aandacht besteed aan het tot stand brengen van communities-of-practice: de didactische ergonomie voor leergemeenschappen. Het gaat daarbij om de vraag hoe bestuurders en leidinggevenden, ondersteuners en adviseurs en leraren zelf de ontwikkeling van communities-of-practice kunnen bevorderen om in school een duurzame vorm van professionalisering te bewerkstelligen. Het is geen recept voor een leergemeenschap. Het is een pleidooi voor bestuurders en leidinggevenden, ondersteuners en adviseurs en leraren om elkaar uit te dagen om hun ervaring en kennis in te zetten en waar nodig hun schroom te overwinnen en vooroordelen te vergeten om echt met en van elkaar te leren. Werken aan eigenaarschap, wederzijdse aantrekkelijkheid, zelfsturing en ontwikkelingsgerichtheid kunnen daarbij helpen.

Leren in gemeenschap: een impuls voor professionalisering van het onderwijs’ (p. 35 – 40 in: Professionele ontwikkeling in lerende scholen) geeft ook een beschrijving van leergemeenschappen ofwel Communities of Practice (CoP). De nadruk wordt gelegd op de toegevoegde waarde van CoP’s voor de professionele ontwikkeling van leraren.

Referenties

Onderwerpen

Innovatie


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.