onderzoek
mbo

Werkplekleren in beroepsonderwijs

De kenmerken van drie betrokkenen, te weten de student, de werkplek en de opleiding, bepalen of werkplekleren succesvol is. En hoe ze zich tot elkaar verhouden. Communicatie en uitwisselen van kennis en ervaring tussen de partijen is daarbij van groot belang.

Onder de term werkplekleren worden alle vormen van leren in authentieke (arbeids)situaties verstaan. Het gaat om gepland en bewust leren van studenten in een authentieke arbeidssituatie gericht op het verwerven van beroepsrelevante competenties (Veldhoven e.a, 2009).

De beoogde effecten van werkplekleren zijn breed, zo blijkt uit een grootschalige reviewstudie (Nelen e.a, 2010; Poortman e.a, 2012). Zoals

  • directe rendementen als competentieontwikkeling, en
  • indirecte rendementen als salaris, loopbaan en productiviteit. Indirecte rendementen bevatten zowel werknemers- en werkgeversrendementen.

Voordelen van werkplekleren

De OESO (2010) noemt vier mogelijke voordelen van werkplekleren:

  1. de werkplek als kwalitatief hoogstaande leeromgeving;
  2. tweerichtingsverkeer tussen potentiële werkgevers en werknemers;
  3. de arbeidsmarktrelevantie van beroepsopleidingen wordt helder in relatie tot beschikbare werkplekken;
  4. studenten die leren op de werkplek leveren ook een rechtstreekse bijdrage aan de productiviteit van betreffende organisaties. De voorzichtige conclusie is dat werkplekleren inderdaad de beoogde effecten en voordelen oplevert (Nelen e.a., 2010).

Wat zijn kenmerken van goed werkplekleren?

Vanuit onderzoek is een aantal factoren bekend die belangrijk zijn bij het optimaal vormgeven van werkplekleren. Zo spelen kenmerken van drie betrokkenen hierin een cruciale rol: van de student, de werkplek en de opleidingspraktijk. (Virtanen, Tynjälä & Eteläpeltoa, 2014).

  1. de student. Kenmerken die van invloed zijn op het leerproces op een werkplek zijn o.a. voorkennis, motivatie en leersensitiviteit (Poortman & Visser, 2008) en geloof in eigen kunnen en ervaring (Blokhuis, 2007).
  2. de opleiding. Sturing aan het werkplekleren vanuit de opleiding bestaat uit o.a. uit adequate voorbereiding en passende opdrachten voor op de werkplek.
  3. de werkplek. Een geschikte werkplek voor werkplekleren beschikt over de volgende kenmerken (Poortman & Visser, 2008):
  • directe taakuitoefening door student: taakautonomie, variatie in het werk, complexiteit;
  • samenhangend met de sociale omgeving van de werkplek: participatie, communicatie en interactie, feedback en ondersteuning;
  • de werkplek als informatieomgeving: toegang tot bruikbare informatie binnen (en buiten) de werkplek;
  • daarnaast is werkdruk van belang i.v.m. voldoende tijd voor reflectie en interactie met collega’s. De werkplek moet uitnodigen tot communicatie over en reflectie op het uitgevoerde werk (Onstenk, 1997; Billett, 2002 in Onderwijsraad, 2003).

Raakvlakken tussen de betrokken partijen

Er zijn natuurlijk raakvlakken tussen de drie betrokken partijen.

Het raakvlak student-opleiding omvat de begeleiding vanuit de opleiding. Het gaat dan vooral om voortgangsgesprekken, stagebezoeken en terugkommomenten (Poortman & Visser, 2008) en een vaste begeleider (Algemene Rekenkamer, 2008).

Bij het raakvlak student-werkplek gaat het om begeleiding vanuit de werkplek. Die zou uit monitoring, modelling en coaching kunnen bestaan, blijkt uit internationale literatuur, en bijvoorbeeld ook uit vraag-en-antwoord dialogen (Billet, 2000). Uit onderzoek in Nederland zijn vier soorten begeleiding bekend (Blokhuis, 2006; 2007), zie figuur 2.

Figuur 2: Vier soorten begeleiding op de werkplek

Figuur 2: Vier soorten begeleiding op de werkplek (Blokhuis, 2006; 2007)

De kwaliteit van de begeleiding van studenten vanuit de werkplek is sterk afhankelijk van de competenties en kwaliteiten van de werkplekbegeleiders (Nedermeijer e.a., 2010; Nieuwenhuis e.a, 2011).

Belangrijk voor het raakvlak opleiding-werkplek is de kwaliteit van de samenwerking. Er kan worden geconstateerd dat de communicatie tussen opleiding en werkplek te typeren is als eenrichtingsverkeer vanuit het onderwijs (Onderwijsraad, 2003).  Dat leidt tot problemen in afstemmen tussen theorie en praktijk, waardoor dat twee gescheiden werelden blijven (Onderwijsraad, 2003).

Tot slot is er het raakvlak student-opleiding-werkplek. Belangrijk is dat er een match is tussen wat de opleiding beoogt, wat de werkplek kan bieden en de wensen en achtergrond van een specifieke student (Nieuwenhuis e.a., 2011). Daarnaast is de beoordeling belangrijk. Er ontbreekt echter nog vaak een helder en uniform kader voor beoordelen op de werkplek (Nieuwenhuis e.a., 2011).

Plaats van het werkplekleren in het curriculum

Op het raakvlak student-opleiding-werkplek moet het overigens niet alleen gaan om communicatie en samenwerking over specifieke studenten, maar om ‘intensieve communicatie over het gehele curriculum’ en het verbinden en verstrengelen van binnen- en buitenschoolse leerervaringen. (Onderwijsraad, 2003). Om studenten te kunnen blijven toerusten voor de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw worden idealiter ‘over de grenzen van het eigen systeem – onderwijs en bedrijfsleven – systematisch kennis en ervaringen met elkaar in contact gebracht, productief ingezet, uitgewisseld, geordend en gevalideerd’ (Van der Veer e.a., 2014).

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Ilya Zitter (Lectoraat Beroepsonderwijs, HU). Zij heeft hiervoor aanvullend Anne Khaled (Lectoraat Beroepsonderwijs, HU) geraadpleegd.

Onderwerpen

Stage


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.