Invloed klassengrootte op ontwikkeling

Kennisrotonde | bijgewerkt op 12 augustus 2016

Hebben klassen met meer dan dertig leerlingen een negatieve invloed op de ontwikkeling van kinderen, met name kleuters? En zijn er afspraken over het maximum aantal leerlingen?

Wat weten we?

Er zijn geen recente (wetenschappelijke) onderzoeken voor de Nederlandse situatie bekend, waaruit blijkt dat grote klassen een negatieve invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling of de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs. Hiermee is overigens niet gezegd dat de groepsgrootte niet van invloed is op de ontwikkeling van kinderen. Op dit moment zijn er in Nederland geen afspraken gemaakt over het maximum aantal leerlingen per groepsleerkracht.

De overheid schrijft niet voor hoeveel leerlingen er in een groep mogen zitten: dat bepaalt de school. Wel geeft de staatssecretaris van OCW in zijn kamerbrief van 20 januari 2016 aan, dat scholen verantwoorde keuzes (moeten) maken ten aanzien van de klassengrootte. En dat die keuze afhankelijk is van de context van de school. Hij vindt het van belang dat scholen de keuzes voor grote groepen (groter dan 29 leerlingen) goed onderbouwen en dat medezeggenschapsraden daarbij actief betrokken raken.

Niet eenduidig

Uit een literatuurstudie en een expert-bevraging zijn geen recente (wetenschappelijke) onderzoeken (maximaal 10 jaar oud) voor de Nederlandse onderwijssituatie bekend waaruit blijkt dat grote klassen (van meer dan 30 leerlingen) een negatieve invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling of de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs. Dit betekent overigens niet dat de groepsgrootte niet van invloed is op de ontwikkeling van kinderen. Andere onderzoeken laten namelijk een meer genuanceerd beeld zien, al zijn de diverse onderzoeken niet eenduidig.

Zo deden de universiteiten van Groningen en Twente onderzoek naar onder meer de relatie tussen groepsgrootte en ontwikkeling van kinderen in de onderbouw van het basisonderwijs (Doolaard & Bosker, 2006). De resultaten lieten een wisselend beeld zien: soms ontwikkelen leerlingen zich gunstig bij kleinere groepen, soms juist niet. Het hangt onder meer af van de taakgerichte interacties van de docent, de inzet van extra personeel, de groep leerlingen (groep 2, 3 of 4), niveau van de leerlingen (sterkere, zwakkere) en domein (bijvoorbeeld taal, rekenen, sociaal emotionele ontwikkeling). Op basis van dit onderzoek adviseren de onderzoekers wel om voor de onderbouw te streven naar groepsgrootten van 20 à 22 leerlingen.

Feedback

In het algemeen wordt op basis van nog andere gevonden onderzoeken gesteld dat in Nederland met het enigszins verkleinen van klassen, niet zo heel veel winst te behalen is. Onderzoeken die gaan over grotere klassenverkleining (van 25 naar 15 leerlingen) laten een klein effect zien. Ook rapporteert Hattie (2012, 2014) bijvoorbeeld op basis van grootschalige meta-analyses slechts kleine effecten: als klassen kleiner worden (van 25 naar 15 leerlingen) zijn er slechts weinig verschillen te zien in leerresultaten. Met het verkleinen van klassen is derhalve niet zo veel winst te behalen. Andere maatregelen zullen meer impact hebben op de leerprestaties van leerlingen, zoals het geven van feedback (Hattie, 2012, 2014).

Debat

Binnen de wetenschap wordt er rond dit thema uitvoerig debat gevoerd. Onderzoekers constateren veelal dat andere factoren een belangrijkere rol spelen dan het verkleinen van groepen. Zo spelen bepaalde leerlingkenmerken (leeftijd, heterogene groepen, hoeveelheid zorgleerlingen in de klas), de aard van het onderwijs (gehanteerde onderwijsmethodiek, klassikaal versus individualiserend onderwijs), het (didactisch) repertoire van de docent (bijvoorbeeld ten aanzien van klassenmanagement) en de eventuele inzet van een klassenassistent (‘extra handen’) een belangrijke rol. In het algemeen wordt wel aangenomen dat het beter is om in speciale omstandigheden de groepen niet te groot te maken, bijvoorbeeld bij jongere kinderen, bij achterstandsleerlingen en bij heterogene klassen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Christa Teurlings. Zij heeft hiervoor Jaap Scheerens (Universiteit Twente), Roel Bosker (Universiteit Groningen) en Pauline Slot (Universiteit Utrecht) geconsulteerd.

In Gesprek

Snel kennis nemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Snel kennis nemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.