Meester of juf voor de klas?

Kennisrotonde | bijgewerkt op 13 juni 2016

Er werken weinig mannen in het basisonderwijs en de zogenoemde feminisering van het onderwijs wordt geregeld als onwenselijk gezien. Uit de gevonden studies blijkt echter dat het geslacht van de leraar niet of nauwelijks invloed heeft op het gedrag en de prestaties van kinderen. Werken in gemengde teams heeft echter wel een duidelijk voordeel. Lerarenteams en directies die bestaan uit zowel mannen als vrouwen bereiken meer.

In het onderwijs werken meer vrouwen dan mannen. Dat geldt vooral voor het basisonderwijs waar in Nederland 86% vrouw is. In Limburg werken de meeste mannen op de basisschool, 23%. In het speciaal en voortgezet onderwijs is dit sekseverschil minder groot, maar vrouwen blijven in de meerderheid.

Al jaren zijn er ontevreden geluiden over de onbalans in sekse van leerkrachten in het basisonderwijs en leeft de wens om er meer mannen te laten werken. Toch lijkt er geen effect te bestaan van het geslacht van de leraar. Een recent uitgebreid Nederlands onderzoek vond geen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke leraren op schoolprestaties en probleemgedrag.

Uit onderzoek blijkt geregeld dat jongens in het basisonderwijs beter zijn in rekenen en meisjes beter in taal en schrijven. Ook vertonen jongens vaker gedrags- en aandachtsproblemen. Speculaties over een relatie tussen deze verschillen en de feminisering van het onderwijs zijn niet terecht: de verschillen staan los van het geslacht van de leerkracht.

Self-fulfilling prophecy

Er zijn ook resultaten die suggereren dat oudere leerlingen baat kunnen hebben bij vrouwelijke leerkrachten en dat meisjes baat hebben bij een vrouwelijke leerkrachten als het gaat om wiskunde. Ook blijkt uit onderzoek dat vrouwelijke leerkrachten voor betere schoolprestaties lijken te zorgen, al is dit effect doorgaans klein of minimaal.

Een andere studie concludeert echter dat vrouwelijke leraren op meisjes in de bovenbouw het negatieve, stereotype beeld lijken te bewerkstelligen van ‘jongens zijn goed in rekenen, meisjes zijn goed in lezen’. Dit heeft, indien correct, consequenties voor wiskundeprestaties van meisjes in het basisonderwijs. Dit kan een voorbeeld zijn van het golem-effect, een vorm van self-fulfilling prophecy. Omgekeerd staat dit bekend als Pygmalion-effect, waarbij hogere (onbewuste) verwachtingen gepaard gaan met betere leerprestaties.

Mannen en vrouwen als collega

Mannelijke leerkrachten ervaren minder stress dan hun vrouwelijke collega’s (Agai-Demjaha, Bislimovska, & Mijakoski, 2015). Teams met ongeveer evenveel mannen als vrouwen komen tot betere prestaties dan teams met een meerderheid mannen of vrouwen. Als schoolleiders lijken vrouwen het gemiddeld beter te doen dan mannen, terwijl relatief weinig vrouwen kiezen voor een dergelijke functie (Krüger, 2008). Zowel in het lerarenteam als op directieniveau zou het goed zijn als mannen en vrouwen elkaar aanvullen in hun werk.

In competenties en werktevredenheid lijken mannelijke en vrouwelijke leraren niet te verschillen. Al lijken vrouwen iets zekerder te zijn van eigen kunnen en tevens hogere eisen aan zichzelf te stellen. Onderzoek van Krüger stelt dat binnen het management mannen zich competenter achten op financieel en administratief gebied, en vrouwen competenter in de onderwijskundige en relationele sfeer (en dat beide terecht zijn).

Initiatieven mannen voor de klas

Ook op de pabo’s is de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke leerkrachten scheef. In 2015 werden 16.755 vrouwen opgeleid versus 4.472 mannen. Er is veel uitval tijdens de studie, vooral onder mannen. Na vijf jaar opleiding heeft slechts 25% van mannelijke pabo-studenten een diploma behaald, versus 52% van vrouwelijke studenten. Nog geen 20% van de gediplomeerden is man, in 2014 607 mannen om 3.518 vrouwen.

Ondanks dat de man/vrouw-verhouding geen invloed lijkt te hebben op de onderwijskwaliteit, wordt deze scheve samenstelling als ongewenst gezien. Daarom zijn er initiatieven om meer mannen in het basisonderwijs te krijgen. Zoals het project Hij-instromers van een schoolbestuur uit Rotterdam. Het resultaat van meer mannen op de werkvloer werd als positief ervaren, al was er ook uitval (14 van de 25 mannen werkten nog na een jaar). En het aantrekkelijke hogere salaris dat de nieuwe leraren kregen, leidde tot onvrede bij zittende leraren.

Een ander voorbeeld is het Paboys-project, dat de pabo en werken in het onderwijs aantrekkelijk voor mannen probeert te maken. Door onder andere de kleuterstage uit het eerste jaar te halen en jongens meer te begeleiden en bij elkaar te plaatsen. Of dit resulteert in een hogere instroom of minder uitval is nog niet gebleken, al hebben veel pabo’s de initiatieven enthousiast ingebed in de opleiding.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Richard Defourney en Peter Noort.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.