Excellentie in ontwikkeling

KNOW | bijgewerkt op 04 mei 2013

“Ik wil helemaal niet dat hij naar de universiteit gaat, het enige dat ik wil is dat Bram weer een beetje gelukkig wordt, weer wat plezier krijgt in school, in het leven”, aldus de moeder van een hoogbegaafde leerling.

(Hoog)begaafde en getalenteerde leerlingen komen er niet vanzelf. Om hun potentie tot bloei te laten komen, soms zelfs om hen plezier in het leven te laten behouden, is een stimulerende leeromgeving nodig. Er zijn verschillende arrangementen om deze omgeving tot stand te brengen. De aandacht voor deze leerlingen kent in veel gevallen een aantal stappen, van diagnose, de vraag naar materialen, een extern georganiseerd aanbod naar weer terug in de klas en de vakbekwaamheid van leerkrachten. Besturen kunnen dit sturen.

Wat weten we?

(Hoog)begaafdheid zegt niets. Het gaat om potenties die al dan niet tot bloei komen. Mönks en Renzulli (1985) onderscheiden in hun ‘triadische model’ drie factoren die met de leerling zelf te maken hebben en drie omgevingsfactoren. (Hoog)begaafden beschikken over een bovengemiddelde intellectuele capaciteiten, motivatie en creativiteit. Deze drie samen vormen de potentie. Deze komt tot ontwikkeling als de drie omgevingsfactoren, gezin, vrienden en school, dat mogelijk maken.

Eyre (2009) stelt dat hoge prestaties tot stand komen op basis van potentie, motivatie en kansen en steun. Van die potentie (de begaafdheid) zelf, weten we weinig. Het enige wat we zien en kunnen testen zijn de prestaties, deze worden mede bepaald door de motivatie, kansen en steun. De kansen, steun en motivatie kunnen we, net als in de sport gebeurt, optimaliseren. Door te kijken naar het curriculum, en het didactisch en pedagogisch handelen van de leerkracht.

Doolaard en Oudbier (2010) wijzen erop dat veel scholen geen beleid hebben voor hoogbegaafdheid maar kiezen voor ad hoc oplossingen, onder andere omdat er grote verschillen tussen kinderen zijn. Zij geven kenmerken aan van goed onderwijs voor hoogbegaafden en wijzen op een kernprobleem: de samenhang tussen het ‘extra’ aanbod en de basisgroep ontbreekt.

Besturen of scholen richten nu verschillende arrangementen in. Aanpassing van het curriculum in de klas of groep, in de school (klas overslaan, extra aanbodklasjes) of op bestuursniveau (bijvoorbeeld Leonardo-onderwijs) of een versnelde overgang naar het voortgezet onderwijs. Aanleiding tot handelen is soms een persoonlijke betrokkenheid bij de problematiek. De stap naar het didactisch en pedagogisch handelen van de (groeps)leerkracht wordt nog weinig gezet.

Dat betekent voor de praktijk

  • Bestuurders zetten het thema op de agenda van het directieberaad, vanuit een moreel appel. Laat zien waar het mis gaat als er te weinig aandacht is voor (hoog)begaafdheid
  • Bespreek met de directies de vorderingen en leerwinst van de A+ leerlingen, spreek beleid af ten aanzien van het doortoetsen van leerlingen
  • Zorg voor inhoudelijke informatie
  • Richt een werk- of taakgroep in
  • Start pilots, sluit deze aan op elders lopende pilots en evalueer de resultaten daarvan

Handreikingen

De publicatie Excellentie in ontwikkeling bevat modellen, stappenplannen en adviezen, vooral op bestuurlijk niveau.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.