Handelingsrepertoire beroepsonderwijs

Kennisrotonde | bijgewerkt op 03 juni 2016

Welk handelingsrepertoire heeft een docent beroepsonderwijs nodig in een praktijknabije leeromgeving?

Wat weten we?

Naast de gangbare expertise die een docent in elk geval nodig heeft om in het beroepsonderwijs te werken, zijn er ook negen docentrollen onderkend specifiek voor praktijknabije leeromgevingen. Een hiervan is die van procesbegeleider, ook wel ‘coach’ of facilitator genoemd. Over welk handelingsrepertoire zo’n coach nodig heeft, is nog niet heel veel bekend. Wel weten we dat verschillende begeleidingsvormen, van voordoen tot coaching op maat, van belang zijn.

Voor toekomstbestendig beroepsonderwijs wordt het belang van samenwerking tussen onderwijs en beroepspraktijk onderkend door de beroepsonderwijssector. Samenwerking tussen onderwijs en beroepspraktijk kan leiden tot leeromgevingen waarbij schools leren en werkplekleren dichterbij elkaar worden gebracht, bijvoorbeeld de ‘lerende wijkcentra’ waar studenten activiteiten voor buurtbewoners uitvoeren. Het gaat hierbij om praktijknabije leeromgevingen, zoals hands-on simulations, workplace simulations, hybride leerconfiguraties of hybride leeromgevingen.

Rollen en competenties docent beroepsonderwijs

Uit onderzoek is gebleken dat een docent in ieder geval de volgende expertise nodig heeft om in het beroepsonderwijs te kunnen werken.

  • Kennis en inzicht in het praktisch handelingsrepertoire dat nodig is om een beroep te kunnen uitoefenen (Beroepspraktijk).
  • Kennis en inzicht in de begrippen en concepten die ten grondslag liggen aan de uitoefening van een beroep (Beroepsdomein).
  • Kennis en inzicht die ten grondslag liggen aan de beroepsinhoud (Vakdisciplines).
  • Kennis en inzicht in ontwikkelingsprocessen van studenten in relatie tot beroepsvorming (Menskunde).

Negen docentrollen praktijknabije leeromgeving

Voor leeromgevingen waar studenten werken aan regionale projecten zijn negen docentrollen geïdentificeerd die ook relevant zijn voor omgevingen waar studenten in andere soorten werkprocessen aan het leren zijn. Deze docentrollen zijn relevant voor praktijknabije leeromgevingen:

  1. Als acquisiteur bouwt en onderhoudt de docent relaties met bedrijven met het doel opdrachten binnen te halen.
  2. Als regio-ontwikkelaar is de docent strategisch en beleidsmatig bezig met het verbinden van de school en de regio, om zo gezamenlijk te werken aan regionale ontwikkeling.
  3. Als onderwijsontwikkelaar is de docent verantwoordelijk voor het (verder) ontwikkelen van de leeromgeving in de opleiding (organisatorisch) en de inbedding hiervan in het curriculum (inhoudelijk).
  4. Als coach begeleidt de docent studenten bij het plannen, uitvoeren, afronden van en reflecteren op de opdracht.
  5. Als leervraagarticulator (ook wel genoemd: leerprojectontwikkelaar, vraagarticulator, vraagcoördinator, kennismakelaar, onderwijscoördinator) vertaalt de docent thema’s of vragen uit de regio naar uitvoerbare projecten voor individuele of groepen studenten vanuit verschillende disciplines en opleidingsniveaus.
  6. Als beoordelaar komt de docent tot goed onderbouwde en inzichtelijke beoordelingen van het resultaat en het proces van de studenten, waarbij hij/zij zich laat informeren door relevante partijen.
  7. Als vakexpert stelt de docent zijn/haar kennis, vaardigheden en ervaringen gedurende een project ter beschikking aan de studenten.
  8. Als actor is de docent een (gelijkwaardige) partij in het leerproject en draagt hij/zij vanuit zijn/haar eigen regionale positie en kennis bij aan de totstandkoming van het eindresultaat.
  9. Als lerende handelt de docent in het besef dat iedereen in het leerproject aan het leren is. Hij/zij accepteert dat niet alles bekend is en draagt voortdurend zijn/haar steentje bij, zodat het steeds beter gaat en dat iedereen leert (ook van zijn eigen fouten).

Handelingsrepertoire procesbegeleider

Voorgaande geeft vooral een beeld van de expertiseterreinen, rollen en competenties die relevant zijn voor praktijknabije leeromgevingen. Helaas is er nog geen onderzoek beschikbaar over het handelingsrepertoire dat docenten nodig hebben voor het begeleiden van studenten specifiek in dit soort leeromgevingen. We kunnen wel inzichten vinden die relevant en toepasbaar zijn in deze context. Zo zijn er vijf begeleidingsvormen te onderscheiden:

  1. Modelling: de docent denkt en doet voor en de deelnemer kijkt de kunst af.
  2. Guiding: tussenstations bepalen waar naar toegewerkt kan worden, structuur aanbrengen.
  3. Scaffolding: eerst meer begeleiding aanbieden en naarmate de student zich verder ontwikkelt, de begeleiding laten afnemen.
  4. Coaching: de student door het stellen van vragen zelf antwoorden laten zoeken en vinden.
  5. Monitoring: in de beginfase studenten veel hulp bieden bij zelfregulatie door regulatie (deels) over te nemen en gedurende het proces de regulatie naar de student over te hevelen.

Meer weten?

Lees hier het uitgebreide antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen en suggesties voor mensen die meer willen weten.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

Het antwoord is tot stand gekomen met dank aan Annemiek Cox en Ilya Zitter.

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.