onderzoek
vo

Technisch lezen bij begrijpend lezen vo

In het voortgezet onderwijs worden hoge eisen gesteld aan de leesvaardigheid van leerlingen. Begrijpend lezen is een vaardigheid die belangrijk is bij alle vakken en die in het algemeen sterk samenhangt met schoolsucces. Dit artikel gaat in op de beheersing van technisch lezen, en het belang van het onderhouden van die vaardigheid. Het is een thema dat in toenemende mate als een bron van zorg wordt gezien voor leerlingen in de onderbouw van met name het vmbo – zowel door mensen uit het veld als door onderzoekers.

 

Wat weten we?

Het proefschrift van Mol laat middels een uitgebreide reviewstudie zien wat het verband is tussen het lezen in de vrije tijd en uitkomstmaten als begrijpend lezen, technisch lezen en spellen. Dat verband is gemiddeld sterk voor middelbare scholieren en studenten aan het hbo en de universiteit. Verder laat de meta-analyse zien dat het lezen van boeken essentieel is voor de ontwikkeling van de basisvaardigheden van zwakkere lezers. Het maakt een groot verschil in het leven van kinderen en studenten of ze literatuur lezen of niet. (Voor)lezen zet een positieve spiraal in gang. Basisschoolleerlingen, middelbare scholieren en studenten die in hun vrije tijd lezen, lezen steeds beter in vergelijking tot hun minder vaak lezende leeftijdgenoten.

Schijf schreef een proefschrift over lees- en spellingsvaardigheden van brugklassers. De eerste deelstudie in dit proefschrift onderzoekt het technisch lezen van inheems-Nederlandse woorden en Engelse leenwoorden. Van de onderzochte brugklasleerlingen blijkt 18% volgens de norm van de test een achterstand van twee jaar of meer te hebben bij het lezen van de Nederlandse woorden. Bij deze zwakke groep hoort 26% van de vmbo-leerlingen uit de basisberoepsgerichte leerweg (bbl) en 4% van de gymnasiumleerlingen. Prestaties van allochtone en autochtone leerlingen verschillen niet significant en meisjes zijn iets beter dan jongens bij de Nederlandse woorden. De prestaties van de leerlingen blijken sterk samen te hangen met hun fonologische en orthografische competentie.

De derde deelstudie heeft betrekking op de vaardigheid van brugklassers in het begrijpend lezen bij korte Nederlandse teksten. Van de leerlingen scoort 23% zwak op de begrijpend leestoets, 73% van de vmbo-bbl-leerlingen valt in deze groep en geen van de gymnasiumleerlingen. Allochtone leerlingen scoren minder goed dan autochtone leerlingen, maar alleen op vragen die samenhangen met woordkennis, niet op vragen die een beroep doen op hogere-orde-processen als verbanden leggen, inferenties maken of verwijzingen oplossen. Meisjes doen het iets beter dan jongens. Het verband tussen begrijpend lezen en technisch lezen is zwak: 6% is zwak in technisch lezen, maar niet in begrijpend lezen en 17% is zwak in begrijpend lezen maar niet in technisch lezen. De onderzoeker denkt dat dit komt doordat de fonologische competentie (de belangrijkste factor bij technisch lezen) slechts een beperkte invloed heeft op begrijpend lezen.

Zwakke lezers komen via drie sporen in een neerwaartse spiraal als het gaat om lezen met begrip (en in het verlengde daarvan, studerend lezen). Het is zeer te begrijpen dat leerlingen met een zwakke technische leesvaardigheid niet met plezier naar een tekst grijpen: hun leesmotivatie is laag. Doordat ze weinig tijd aan lezen besteden, neemt hun woordkennis minder toe dan die van leerlingen die wel makkelijker en/of meer lezen. En een beperkte woordkennis hangt vervolgens weer samen met slecht tekstbegrip. Het vermoeden is dan ook dat het voor zwakke technisch lezers, naast werken aan tekstbegrip, loont om te werken aan technische leesvaardigheid. In dat licht hierbij een oproep de didactiek en vaardigheidsontwikkeling rond technisch lezen (nog vaker en structureel) op de agenda te krijgen, zowel in de praktijk als de wetenschap.

Dat betekent voor de praktijk

Land en anderen (2006, vergelijk ook 2008) hebben experimenteel onderzoek uitgevoerd naar de invloed van tekst- en lezerskenmerken op begrip en waardering voor vmbo-leerteksten. Eerder constateerden de onderzoekers dat vmbo-leerlingen moeite hebben met lezen of het niet leuk vinden. Ook vmbo-leerlingen moeten op school teksten lezen om iets te leren. De centrale vraag was dan ook hoe ervoor gezorgd kan worden dat vmbo-leerlingen meer plezier beleven aan de teksten en dat ze daarbij de tekstinhoud goed begrijpen en onthouden.

Een groep van 561 leerlingen kreeg experimentele teksten voorgelegd, waarbij de leesmotivatie, de waardering voor de tekst en het begrip ervan werden gemeten. Ook werd de motivatie om teksten te lezen meegenomen.

Het experiment laat zien dat een vmbo-leertekst niet moet bestaan uit eenvoudige en losstaande zinnen, maar als een geïntegreerd geheel moet worden aangeboden. De tekst lijkt misschien moeilijker maar de leerlingen begrijpen de tekst beter en daar gaat het om.

Handreikingen

RALFI-lezen

 is een methodiek om de leesvaardigheid te verbeteren bij kinderen, bij wie het lezen niet versnelt of automatiseert. Ralfi is geschikt voor kinderen:

  • die de spellende leeshandeling (grotendeels) beheersen maar die langdurig veel te traag blijven lezen. Het lezen versnelt en automatiseert niet.
  • bij wie het AVI-niveau (vrijwel) blijft stilstaan; de vorderingen beslaan minder dan 2 AVI-instructieniveaus per jaar.
  • herhaalde presentatie van korte, op elkaar gelijkende woorden, leidt vaak niet of nauwelijks tot verbetering van het lezen van de betreffende woorden.
  • bij wie het opvallend is dat vaak langere woorden met een complexe orthografische structuur minder problemen opleveren dan korte woorden.
Thema

Curriculum

Onderwerpen

Nederlands

Auteur(s)
Mol, S.
Jaar
2010

Auteur(s)
Schijf, G.M.
Jaar
2009

Auteur(s)
Land, J., Sanders, T. en Bergh, H. van den
Jaar
2008

Auteur(s)
J. Land, T. Sanders & H. van den Bergh
Jaar
2006

Auteur(s)
Bonset, H. & M. Braaksma
Jaar
2008

Auteur(s)
Trapman, M., A. van Gelderen, J. Hulstijn & R. van Steensel
Jaar
2009


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.