Opbrengstgericht rekenonderwijs

KNOW | bijgewerkt op 18 januari 2013

In dit artikel wordt ingegaan op de problematiek en kansen bij de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Meer specifiek wordt het vormgeven van opbrengstgericht rekenonderwijs vanuit de referentieniveaus rekenen nader onder de loep genomen.

Wat weten we?

Volgens Driessen e.a. (2005) markeert de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs een cruciale fase in de schoolloopbaan van kinderen. Met de in die periode gemaakte keuzes worden immers de latere mogelijkheden en kansen in het onderwijs en vervolgens op de arbeidsmarkt voor een belangrijk deel vastgelegd.

Uit verschillende onderzoeken is echter gebleken dat van een systematische samenwerking en wederzijdse afstemming tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs in het algemeen nog weinig sprake is.

Zo zijn volgens Gelderblom en Oosterman (2008) leraren in het primair onderwijs onvoldoende op de hoogte van de leerlingen in het voortgezet onderwijs en vormt de interpretatie van aangeleverde gegevens vaak een probleem. Ook wordt het ontbreken van continuïteit in rekenvaardigheid door de Inspectie van Onderwijs als een probleem gezien. Er is volgens de Inspectie nauwelijks vooruitgang waar te nemen in het niveau van de beheersing van de basale rekenvaardigheden in de loop van de onderbouw van het voortgezet onderwijs.
Met het in werking treden van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen sinds 1 augustus 2010, is vastgelegd wat leerlingen dienen te beheersen op het gebied van rekenen en taal. De Commissie Meijerink beveelt aan om rekenen en wiskunde integraal te benaderen. Intersectorale afstemming verdient de voorkeur, waarbij leerlijnen, aanpak en verwachtingen tussen PO en VO bespreekbaar worden gemaakt. Verder pleit de commissie voor opbrengstgericht werken door leerling-resultaten te analyseren en streefdoelen te formuleren richting het gewenste eindniveau.

Ook de overheid legt sterk de nadruk op opbrengstgericht werken waarbij vooral gefocust wordt op het systematisch volgen van vorderingen, het analyseren van de resultaten teneinde de leerresultaten te vergroten.

Dat hierbij een cruciale rol is weggelegd voor de (reken/wiskunde) leraar hebben o.a. Slavin en Lake (2008) als Verschaffel e.a. (2007) in hun onderzoeken onderstreept.

Dat betekent voor de praktijk

Nu de einddoelen voor rekenen en wiskunde zijn vastgelegd is het aan de scholen om het rekenonderwijs in de praktijk zodanig vorm te geven dat de kwaliteitseisen zijn gewaarborgd. De school vraagt zich af wat goed, doelgericht en opbrengstgericht rekenonderwijs is en wat dit van de leraar vraagt.

De commissie Meijerink beveelt een gedifferentieerde aanpak aan waarbij sterk rekening gehouden wordt met de onderwijsbehoeften van de leerlingen en waarbij de mogelijkheden van de leerlingen worden uitgedaagd. Verder pleit de commissie voor opbrengstgericht werken door leerling-resultaten te analyseren, streefdoelen te formuleren en groepsgewijs of waar nodig met een individueel traject hoge verwachtingen te hebben van leerlingen en in te spelen op en actie te ondernemen richting het gewenste eindniveau. Er dient als het ware een verandering bij de leraren plaats te vinden van denken en handelen vanuit activiteiten, naar doelgericht en opbrengstgericht werken. In de publicatie De leraar als regisseur. Opbrengstgericht rekenonderwijs bij de invoering van de referentieniveaus in PO en VO (Willems en Verbeeck) worden opvattingen van de overheid over opbrengstgericht werken onderzocht. Vervolgens wordt gekeken wat dit betekent voor het rekenonderwijs en vooral voor het handelen van de leraar. Daarbij wordt achtereenvolgens de rol van de leraar, het belang van goede instructie en feedback en de invloed van de leraar op het zelfbeeld van de leerling onder de loep genomen. Tenslotte wordt een voorbeeld gegeven van hoe de referentieniveaus concreet vertaald kunnen worden door scholen en hoe dit opgepakt kan worden in een doorgaande lijn van PO naar VO.

Handreikingen

Bij het tot stand komen van afstemming tussen PO- en VO- scholen met betrekking tot de leerling, de didactiek, het curriculum en de visie kunnen scholen gebruikmaken van een aantal hulpmiddelen zoals checklisten en gespreksagenda’s. In De leraar als regisseur. Opbrengstgericht rekenonderwijs bij de invoering van de referentieniveaus in PO en VO is een voorbeeld van een checklist met betrekking tot didactiek rekenen opgenomen.

Aan de hand van een kijkwijzer hebben de deelnemende scholen aan het onderzoek nagedacht over leraargedrag met betrekking tot doelen, werkvormen, differentiatie, variatie en feedback. In deze kijkwijzer is het gewenste leraargedrag geformuleerd in de vorm van gedragsindicatoren. Met deze kijkwijzer is het voor leraren duidelijk welk handelingsrepertoire wordt bedoeld, de kijkwijzer dient ook als observatielijst tijdens groepsbezoeken.

In De leraar als regisseur. Opbrengstgericht rekenonderwijs bij de invoering van de referentieniveaus in PO en VO is een Kijkwijzer opbrengstgericht rekenonderwijs opgenomen.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.