Planmatige differentiatie

KNOW | bijgewerkt op 31 januari 2014

Vanuit de overheid klinkt al jaren de roep om de opbrengsten van het onderwijs te verhogen. Verhoging van de opbrengsten vraagt om onderwijs dat zo veel mogelijk uit elke leerling haalt. Het Atlas College wilde met zijn SLOA-project ‘Oog voor elke leerling’ onderzoeken hoe differentiatie bij kan dragen aan betere leerresultaten. Hierbij was er binnen de vijf Atlasscholen aandacht voor planmatige differentiatie. Een experimentgroep kreeg een experimentele lessenreeks waarin planmatig gedifferentieerd werd. Het effect van de differentiatie is onderzocht door deze groep te vergelijken met een controlegroep. Hierbij werd vooral gekeken naar het onderwijsrendement, de beleving van leerlingen en de ervaringen van docenten.

Dat betekent voor de praktijk

De afgelopen twee jaar heeft een groep docenten en schoolleiders van het Atlas College zich verdiept en bekwaamd in planmatige differentiatie in de les. Docenten van verschillende vakken waaronder Nederlands, mens & natuur, biologie en natuurkunde namen deel aan het project. De bedoeling was om beter te leren inspelen op de cognitieve verschillen tussen leerlingen. Dit zou vervolgens moeten leiden tot hogere toetsresultaten van leerlingen. Het Atlascollege werkt met dakpanklassen waarin leerlingen met verschillende maar naastliggende basisschooladviezen les krijgen op een gemiddeld niveau. Deze werden onderverdeeld in experimentele en controlegroepen. De experimentele groep kreeg les van docenten die een lessenreeks met aandacht voor planmatige differentiatie hadden ontwikkeld. De controlegroep volgde reguliere lessen. Aan het einde van het schooljaar werd gekeken of er een significant verschil was tussen de toetsresultaten bij de nulmeting en de nameting. Daarnaast werden docenten en leerlingen gevraagd naar hun ervaringen en belevingen.

Onderwijsrendement & beleving van leerlingen
Om het effect van differentiatie inzichtelijk te maken is zowel bij de controlegroep als bij de experimentgroep voorafgaand en na afloop van een lessenserie een toets afgenomen. Daarnaast zijn door middel van een leerlingvragenlijst, zowel voor als na de lessenserie, de meningen van de leerlingen over het onderwijs in beeld gebracht. De meningen van de leerlingen lopen uiteen. Sterkere leerlingen vonden het van belang dat hun niveau regelmatig bepaald werd door middel van toetsing. Zwakkere leerlingen zagen het nut van regelmatig toetsen minder. Sommige van deze leerlingen moesten tevens erg wennen aan de nieuwe lessen en vonden de herhaling van stof vervelend. Zij werden positiever over de lessen naarmate zij merkten dat ze meer persoonlijke aandacht van de docent kregen. Op de eindtoets bij natuurkunde behaalden de experimentgroepen hogere cijfers dan de controlegroepen. In beide jaren is er binnen dit domein ook een interactie-effect gemeten: de leerlingen uit de experimentgroepen hebben relatief meer vooruitgang geboekt dan de controlegroepen.

Docenten
Docenten vinden zichzelf door het project beter toegerust om onderwijs op maat te bieden. Ook hebben ze beter zicht op de voorwaarden waaraan het onderwijs bij differentiatie moet voldoen. Daarnaast heeft het project voor bewustwording gezorgd: het experiment hielp om gedifferentieerd lesgeven (weer) hoog op de agenda te krijgen. Op het gebied van organisatie gaat het er om dat je tijd moet nemen (en krijgen) om gedifferentieerd les te kunnen gaan geven. De planmatige aanpak, gebruik van leerdoelen en diagnostische momenten zijn cruciaal. Vooral zelf lesmateriaal maken is tijdrovend. Maar ook met relatief weinig inspanning kun je gedifferentieerd lesgeven als je de klas verdeelt in twee niveaugroepen. In het kader van borging geven docenten aan dat het belangrijk is om ervaringen te blijven uitwisselen en het gedifferentieerd werken stap voor stap uit te breiden.

Voor de volledige uitwerking van de resultaten zie de eindrapportage.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.