onderzoek
vo

Docentgedrag binnen Montessorionderwijs

De onderwijskundige uitgangspunten van het Montessorionderwijs en het daaraan gelieerde pedagogisch-didactisch handelen van docenten verschillen sterk van het reguliere onderwijs. Dit stelt hoge eisen aan zowel de basishouding en de pedagogisch didactische competenties (gedragingen) van Montessori-docenten. Het Zernike College in Groningen heeft een observatie-instrument ontwikkeld waarmee in kaart gebracht kan worden of docenten handelen volgens de principes van het Montessori onderwijs.

  • Embedcode

Binnen het Zernike College wordt sinds een aantal jaar ook montessorionderwijs in de bovenbouw aangeboden. Het montessorionderwijs kent een zestal karakteristieken die richtinggevend zijn voor de invulling van het onderwijs. Maar zijn docenten wel voldoende toegerust om montessorionderwijs te bieden? Het SLOA-project van het Zernike College bestond uit twee delen: de ontwikkeling van een observatie-instrument, en het onderzoeken van de mate waarin docentgedragingen die karakteristiek zijn voor het montessorionderwijs worden toegepast in de bovenbouw.

In 2015 werd het Zernike College opgesplitst in het Harens Lyceum, het Montessori Vaklyceum en het Montessori Lyceum Groningen.

Observaties

Op basis van de zes karakteristieken is een lijst ontwikkeld van concrete observeerbare gedragingen die docenten zouden moeten vertonen. Deze lijst is voorgelegd aan 60 docenten. De docenten moesten per docentgedraging aangeven in hoeverre zij dit goed bij montessorionderwijs vonden passen. Daarnaast is de betrouwbaarheid van deze uitkomsten en dus de betrouwbaarheid van de vragenlijst statistisch getoetst op interne samenhang. Naast de ontwikkeling van een observatie-instrument zijn de betrokken docenten getraind in het gebruik van het instrument bij collegiale observaties en in het terugkoppelen van hun bevindingen.

Toepassen van Montessori karakteristieken

Vervolgens is onderzocht in hoeverre docenten de zes karakteristieken van montessorionderwijs toepassen. Dit is gedaan door docenten te observeren met het ontwikkelde instrument, door afname van leerling-enquêtes en door zelfevaluaties van docenten. Gedraging op het gebied van pedagogisch klimaat komen volgens de leerlingen en docenten het meest naar voren. Gedragingen die horen bij de karakteristiek binnen-buiten de school komen het minst vaak voor. Ook is gekeken naar verschillen in gedragingen tussen docentgroepen. Voor de gevonden verschillen zie de eindrapportage.

De toekomst

Docenten hebben zelf aangegeven aan welke gedragingen zij nog willen werken. Vooral competenties als reflecteren, sociaal leren en leren kiezen kwamen daarbij naar voren. Verder liepen de ontwikkelbehoeften van docenten erg uiteen. Er zal dan ook ingezet worden op individuele scholing. In het najaar van 2013 wordt er opnieuw gekeken naar de ontwikkeling van de docenten op het gebied van montessorigedragingen in de bovenbouw.

Voor een uitgebreide beschrijving van alle resultaten en opbrengsten zie het onderzoeksrapport.

Handreikingen

Om docentgedraging binnen het montessorionderwijs te observeren heeft het Zernike College een observatie-instrument ontwikkeld. Dit instrument beoordeelt de pedagogisch-didactische vaardigheden van docenten op het gebied van montessorionderwijs. Het instrument heeft de vorm van een checklist met Montessori-karakteristieken en bijbehorende gedragingen.

Onderwerpen

Leren van elkaar

Auteur(s)
Lockhorst, D. A.
Jaar
2013

Auteur(s)
Rubinstein, M.
Jaar
2008

Auteur(s)
Zernike College
Jaar
2013


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.