De overgang van vve naar basisschool

KNOW | bijgewerkt op 27 april 2013

Een van de ambities van passend onderwijs is om te zorgen voor doorlopende leer- en zorglijnen. Die moeten voor- en vroegschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs met elkaar verbinden. De eerste overgang die de meeste kinderen tegenkomen binnen het onderwijs is die van een voorschoolse instelling naar de basisschool. Hoe verloopt die zo goed mogelijk?

De vele overgangen tussen opleidingen, leerwegen en instellingen leiden bij een groot aantal leerlingen tot stagnatie in hun ontwikkeling, zoals voortijdig schoolverlaten en onderbenutting van kwaliteiten. De Onderwijsraad (2005) geeft aan dat voor een optimale cognitieve en pedagogische ontwikkeling van kinderen doorgaande lijnen in het onderwijs van belang zijn.

Wat weten we?

De overgang naar het basisonderwijs wordt gezien als een mijlpaal in het leven van kinderen (Giallo, Treyvaud, Matthews & Kienhuis, 2010).
Kinderen, leerkrachten en het gezin van het kind ervaren bij de overgang naar de basisschool een verandering van een focus op de sociale ontwikkeling van het kind naar een focus op de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden (Pianta & Kraft-Sayre, 1999). Ook vindt er een verandering plaats in de interactie tussen de leerkracht en het kind door een hoger kind-leerkracht ratio en een verandering van interactie tussen kinderen onderling (Rimm-Kaufmann & Pianta, 2000). Uit onderzoek van Gutman, Sameroff & Cole, 2003 blijkt dat de mate waarin kinderen klaar zijn voor de overgang en zich kunnen aanpassen aan deze veranderingen invloed heeft op de toekomstige schoolprestaties van het kind.

Uit Nederlands onderzoek (Veen, Van Daalen & Heurter, 2010) komt naar voren dat in veel gemeenten de doorgaande lijn van voorschoolse instellingen naar het basisonderwijs een probleem is. Dit probleem wordt enerzijds veroorzaakt door tekortkomingen in de doorgaande lijn van de didactische aanpak.

Anderzijds geven Veen et al. (2010) aan dat problemen met de overgang worden veroorzaakt door tekortkomingen in de overdracht van informatie van de voorschoolse instelling naar de basisschool. Er zijn grote verschillen in de wijze waarop voorschoolse instellingen hun registratie over kinderen delen met de ontvangende basisscholen. (Giallo et al., 2010). Wanneer de informatie over kinderen wel wordt overgedragen, wordt dit niet vanzelfsprekend gebruikt door de ontvangende leerkrachten (Amsing, Bosch & De Wit, 2009).

Dat kinderen bij de overgang van de voorschoolse instelling naar de basisschool belemmeringen ervaren, die serieuze en langdurige consequenties voor hen (kunnen) hebben blijkt ook uit onderzoek van Elenbaas et al. (2009). Zie ook het artikel Samenwerken aan een protocol, over een goede overgang naar de basisschool, in Het Jonge Kind (2013).

Dat betekent voor de praktijk

De onderzoeksrapportage Een optimale overgang van de voorschoolse instelling naar de basisschool (Amsing & Eilers, 2012) bevat de resultaten van het in twee delen uitgevoerde onderzoek. In het eerste deelonderzoek heeft men onderzoek verricht naar de factoren die een rol spelen bij de overgang van voorschoolse opvang naar de basisschool, zodat op basis van deze bevindingen een handreiking kon worden ontwikkeld om deze transitie te optimaliseren. In het tweede deelonderzoek werd de ontwikkelde handreiking geëvalueerd op inhoud en vorm.

Uit deelonderzoek 1 is naar voren gekomen dat er in een handreiking rekening gehouden dient te worden met een aantal specifieke bevorderende en belemmerende factoren. Bevorderende factoren waar de handreiking op in moet spelen zijn:

  • Voorbereiding van kinderen op de overgang
  • Overdracht van informatie over de individuele kindkenmerken
  • Doorgaande lijn van de pedagogische en didactische aanpak
  • Betrekken van ouders

Belemmerende factoren:

  • Administratieve en organisatorische belemmeringen
  • Ontbreken van een probleemeigenaar
  • Gebrek aan interne zorgstructuur
  • Leerkrachten willen eigen beeld vormen over kinderen
  • Belemmeringen doordat er niet wordt voldaan aan de vier bevorderende factoren

Uit de interviews kwamen twee aanvullende belemmerende factoren naar voren:

  • Ontbreken van een terugkoppeling naar de voorschoolse instelling
  • Pedagogisch medewerkers willen kinderen geen stempel opdrukken.

Naast de bevorderende en belemmerende factoren zijn in deze studie een vijftiental conceptstandaarden geëvalueerd die algemene richtlijnen bieden voor een optimale overgang. Deze standaarden zijn gebaseerd op een bestaand instrument bij de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.

Handreikingen

De handreiking Overgang van voorschoolse instelling naar de basisschool (2011) biedt een instrument om de overdrachtsprocedure van een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf naar de basisschool zo optimaal mogelijk te organiseren. Het omvat aanbevelingen en suggesties voor de zeven fasen in de overgang van het kind van de voorschoolse instelling naar het basisonderwijs. Een essentieel onderdeel hierbij is de overdracht van informatie over het kind tussen de voorschoolse instelling en de basisschool.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.