Autonomie voor leerlingen

KNOW | bijgewerkt op 22 mei 2013

Wat is goed onderwijs? Op deze vraag, die onderwijsmensen al lang bezighoudt, is geen eenduidig antwoord te geven. Het grootste deel van de scholen in Nederland geeft ‘traditioneel onderwijs’ en vindt dit een succesvolle manier om kinderen te onderwijzen. Dit is een onderwijsvorm waarbij de leerkracht bepaalt (op basis van de methode) wat er wordt geleerd, wanneer de kinderen het leren, hoe ze het leren, met wie, hoe lang en in welk tempo. Deze traditionele onderwijsvorm krijgt geregeld kritiek. Er zijn scholen die het anders aanpakken. Zij proberen kinderen meer autonomie en verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen leerproces.

Wat weten we?

Jolles et al. (2006) stellen dat ons schoolsysteem op dit moment niet in staat is om de blijvende interesse van gemotiveerde en intelligente kinderen aan te boren. Scholen die het anders aanpakken trachten kinderen meer autonomie en verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen leerproces. Zij worden vaak met argwaan gevolgd door ouders wetenschappers en overheid. Men stelt zich daarbij de vraag op kinderen van nature geneigd zijn om te leren en om hun leren zelf te organiseren dan wel of volwassenen de taak hebben om kinderen aan te zetter tot leren en hun leerproces te sturen (Martens, 2007).

De zelfbepalingstheorie van Ryan en Deci (2000a) sluit nauw aan bij de vraagstelling over externe sturing of zelfsturing. Ryan en Deci maken onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie, maar verfijnen deze indeling, waardoor leerkrachten een beter inzicht krijgen in diverse motivationele reacties van kinderen. Ze spreken van intrinsieke motivatie als de drang om te leren van binnenuit komt en het leren als het ware spelenderwijs verloopt. Ze hebben in hun onderzoek aangetoond dat intrinsieke motivatie leidt tot hoogwaardig leren (‘high-quality learning’). Niet alleen de hoeveelheid of intensiteit van de motivatie doet ertoe, maar ook de soort motivatie is van belang.

Het onderwijs kan meer rekening houden met de van binnenuit gestuurde intrinsieke motivatie van kinderen door in overleg met hen leerdoelen op diverse aantrekkelijke manieren vorm te geven in een gevarieerde leeromgeving binnen en buiten de school en de kinderen keuzemogelijkheden te geven. Hierdoor krijgen zij ruimte om hun basisbehoefte aan autonomie te vervullen. De rol van de leerkracht is daarbij van groot belang. Leerkrachten kunnen autonome motivatie bewerkstelligen door structurerend en autonomierespecterend op te treden (Vansteenkiste e.a., 2007).

Dat betekent voor de praktijk

Een autonomie-respecterende leerkrachthouding, adequate ondersteuning en een goede relatie met de leerlingen draagt bij aan de intrinsiek motivatie van kinderen om te leren. In de publicatie Op eigen vleugels (Verbeeck, 2010) wordt, naast een theoretische onderbouwing van dit pleidooi, duidelijk wat dit vraagt van leerkrachten.Er worden voorts voorbeelden gegeven van autonomie in een niet-schoolse context, in een controlerende leeromgeving op school en in een autonomie-respecterende leeromgeving op school.

Alle scholen zijn verplicht zich te houden aan de kerndoelen en aan het aantal onderwijsuren die door het ministerie van OCW zijn bepaald. De meeste scholen hebben geen enkel probleem om aan te tonen dat zij aan deze eisen voldoen. Ook scholen die kinderen ruimte geven voor autonomie moeten zich verantwoorden. Voldoen zij aan de wettelijke eisen? Er wordt in de publicatie ingegaan op enkele zaken waar scholen die hun onderwijs anders organiseren mee kunnen worstelen.

  • Scholen die hun onderwijs op een autonomie respecterende wijze vormgeven ervaren spanning als het gaat om toetsen op vaste momenten;
  • Ook de vastgestelde avi-niveaus zijn lastige obstakels. Opvattingen over wat goed is voor de leesontwikkeling van kinderen verschillen blijkbaar afhankelijk van het gehanteerde criterium:de vervolgmethode in groep 4 of de ontwikkelingsfasen van een kind;
  • Wanneer scholen die ander onderwijs geven een te hoog percentage zorgleerlingen opvangen, kan dit nadelig zijn voor hun beoordeling door de Inspectie, terwijl ze toch veel betekenen voor de ontwikkeling van deze kinderen. De inspanning die deze scholen leveren wordt niet vanzelfsprekend weerspiegeld in de beoordelingscriteria van de Inspectie.

Tot slot worden voorbeelden en tips gegeven van scholen die kleine stapjes nemen om autonomie van kinderen voorzichtig vorm te geven.

 

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.