Beoordelen in het CGO

lerarenredactie | bijgewerkt op 08 september 2009

Competentiegericht onderwijs vraagt om een andere manier van beoordelen. Bij competentiegericht beoordelen moet een leerling zijn competenties op een betrouwbare en efficiënte manier kunnen bewijzen. Toetsing van competenties vraagt nogal wat van het observatie- en beoordelingsvermogen van de docent. Voor een betrouwbare beoordeling zijn daarom minimaal twee beoordelaars nodig, met kennis en vaardigheden in het betreffende vakgebied. Soms is één van hen geen docent, maar iemand uit de praktijk. Daarnaast bevat een beoordelingscommissie tenminste één getrainde assessor, die zelf de laatste twee jaren géén les gaf aan de examenkandidaat. Zodoende wordt de schijn van partijdigheid weggenomen.

In algemene zin is competentiegerichte beoordeling:

  • Authentiek. De taken die een student in de beoordelingssituatie uitvoert, zijn eigenlijk realistische taken uit de (beroeps)praktijk.
  • Congruent. De werkwijze tijdens de beoordeling komt ook overeen met die in de ‘echte’ (beroeps)praktijk, bijvoorbeeld: eerst voorbereiden en plannen, dan uitvoeren, vervolgens evalueren en tenslotte bijstellen.
  • Geïntegreerd. De student laat zien dat hij zijn kennis, vaardigheden, houdingen en persoonlijke eigenschappen in de praktijk kan integreren tot competent handelen.
  • Leerwegonafhankelijk. Het maakt niet uit waar, wanneer of hoe een kandidaat zijn competentie heeft verworven – op school, op de werkplek of elders – zolang hij die competentie maar kan bewijzen.
  • Criteriumgeoriënteerd. De competentie van de student wordt vergeleken met een van tevoren vastgestelde en omschreven kwaliteitseis, en niet, zoals bij normgeoriënteerde beoordeling, door iemands prestatie te vergelijken met die van anderen.
  • Doorzichtig. Studenten kennen de beoordelingsprocedure, weten waarop zij beoordeeld worden, kennen de criteria en weten wat zij moeten doen om hun competentie te bewijzen.
  • Toegankelijk. Niet zozeer de opleiding maar de student zelf bepaalt wanneer en waar hij zijn competenties kan aantonen. ICT kan hier in belangrijke mate aan bijdragen.
  • Intersubjectief. Bij de beoordeling worden meerdere deskundigen betrokken.
  • Generaliseerbaar. Beoordeling heeft niet alleen betrekking op de uitgevoerde beoordelingstaak, maar ook op alle andere taken die voorgelegd hadden kunnen worden.
  • Extrapoleerbaar. Beoordeling heeft niet alleen betrekking op de beoordelingssituatie, maar ook op het prestatieniveau in de reële (beroeps)situatie.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.